'Iedere goede liefde is een obsessie'

In een serie literaire liefdes- verklaringen deze week: schrijver Daan Heerma van Voss over Kenzaburo Oë.

‘Een mens moet veel boeken lezen. Dat is een van mijn weinige stelregels, naast: een mens moet meer drank betalen dan er voor hem betaald wordt. Op mijn computer heb ik een map met de titel Onzin-administratie. Er staan honderden boeken. Elk boek geef ik na lezing een cijfer: 6.7, 5.3, 8.1. Het eigen lot van Kenzaburo Öe staat bovenaan de lijst van 2011 met een 8.8.

„Elke maand koop ik zo’n tien boeken bij de ramsj. Daar zat dit boek ook tussen. Ik kocht het omdat de omslag er zo ongelofelijk onaantrekkelijk uitzag: op het zwarte omslag is de titel nauwelijks leesbaar, de Japanse naam is onbegrijpelijk en de auteur ziet eruit als een hulpbehoevende uil. Ik dacht: ofwel dit boek is héél goed, of het is héél slecht.

„De centrale vraag van het boek is: hoe reageer je op de geboorte van een abnormale baby? De hoofdpersoon, Vogel, krijgt een grotesk kind met een enorm hoofd. De dokter schrikt wanneer ‘het product’ naar buiten komt. Als hij Vogel voorbereidt op de schok, barst de dokter uit in gegiechel – van schaamte. De dokter, maar ook Vogel zelf, is zo geschrokken en verward dat hij al zijn waardigheid verliest.

„Het monster dat in hun midden is gegooid bindt alle personages. Het is een zuigeling die enkel met een raspend geluid kan ademen, maar die zoveel ongeluk en verdriet voortbrengt dat hij een ieders handelen bepaalt. Een totaal machteloos wezen dat oppermachtig wordt door de schaamte die het bij anderen teweegbrengt.

„Wat mij aangreep was de macht van iemand die niet fysiek aanwezig is, die geen tastbare rol speelt in je leven. Ik las het boek toen ik geobsedeerd was geraakt door een meisje dat uit mijn leven was verdwenen. Iedere goede liefde is een obsessie en dat merk ik het sterkst als de liefde mij ontnomen is. Het is vreemd: iemand die geen rol speelt, maar aan wie je niet kunt ontsnappen.

„Ik ben iemand die het pijnlijke opzoekt. Een boek lezen dat op het juiste moment wonden openrijt, is een sublieme ervaring die je niet vergeet. Vergetelheid is het ergste van alles. De enige manier om controle te houden over je obsessie is door die juist te blijven oproepen.

„Japanse schrijvers kunnen op een achteloze manier hele vreemde poëtische beelden oproepen. Een Nederlandse schrijver zou zeggen: ‘Verward zweeg hij.’ Maar Öe schrijft: ‘Op een beschamende manier verward, als een door een vuistslag bedwelmde pygmee, zweeg Vogel.’ Dat is zo’n vreemd beeld, waar ik minutenlang over kan nadenken. Kennelijk is voor Vogel verwarring beschamend en zo’n bedwelmde pygmee, je kent hem wel, is bijzonder geestig op een alarmerende manier.

„De beelden lijken uit een nachtmerrie te komen: ‘Een lelijke baby met een krampachtig vertrokken, klein, rood gezicht vol rimpels en bedekt met klodders vet. Zijn ogen waren dichtgeknepen als een oesterschelp, rubberslangen staken in zijn neusgaten; zijn mond werd opengesperd in een geluidloze kreet die het parelmoer-roze slijmvlies aan de binnenkant liet zien.’ Al het handelen in dromen, hoe vreemd ook, voelt logisch aan; dat is wat het zo dreigend maakt.

„Het eigen lot. Een week lang trok ik me er iedere nacht in terug, meestal in halfslaap, in die vreemde beelden, absurde humor, en dolende personages. Het was een verslavende nachtmerrie.”

Kenzaburo Oë: Het eigen lot. Vert. M. Marshall-van Wieringen. Meulenhoff, 243 blz. Alleen tweedehands. De Engelse vertaling, van John Nathan ( A Personal Matter), is uitgegeven door Grove Press, 214 blz. € 13,-