Het samensmeden van een oeuvre

‘Daarna niets meer’, zo eindigde Harry Mulisch zijn laatste roman Siegfried én zijn oeuvre. Dat betoogde dichter Marc van Biezen eind vorig jaar in NRC Handelsblad. Met zogenaamde ‘a/s-verbindingen’ zou het oeuvre van Mulisch zijn samengesmeed. Van Biezen werkte het uit.

In oktober 2011 gaf dichter Marc van Biezen op de achterpagina van NRC Handelsblad te kennen dat hij de verschijning van De tijd zelf, een onafgemaakte novelle van Harry Mulisch, betreurde. Met de slotzin uit Siegfried was het oeuvre van Mulisch voltooid. ‘Daar een half boek aan toevoegen’, zo schreef Van Biezen, ‘is als het aannaaien van een hand met drie vingers’.

Volgens Van Biezen werd Mulisch met de nieuwe publicatie miskent als schepper van mythes, als ‘bespeler van taal en toeval’ en, zo schreef hij, ‘als bouwer van een van de hechtst samenhangende oeuvres in de Nederlandse literatuur’.

Het oeuvre van Mulisch wordt volgens Van Biezen samengesmeed door zogenaamde ‘a/s-verbindingen’. In De Aanslag, Mulisch’ oorlogsroman uit 1982, zijn er al enkele te vinden. In de naam van de hoofdpersoon Anton Steenwijk en in de namen van de vader en dochter in het boek: Anton en Sandra.

Volgens Van Biezen wordt het oeuvre van Mulisch in zijn geheel door een a/s-verbinding omvat met het debuut Archibald Strohalm en het laatste boek Siegfried.

In oktober 2011 waren er bij Van Biezen zo al een aantal a/s-verbindingen bekend. Sinsdien is Van Biezen verder gaan zoeken en kwam veel meer a/s-verbindingen in het oeuvre van Mulisch op het spoor:

 Adolf en Siegfried (vader en zoon in Siegfried)

Anton en Sandra (vader en dochter in De aanslag)

Alfred en Sylvia (de twee geliefden van Laura in Twee vrouwen)

Ada en Sophia (de twee geliefden van Max in De ontdekking van de hemel)

Filosoof Arthur Schopenhauer (Mulisch schreef diverse malen over hem)

André Spoor (vriend van Mulisch en net als hij lid van de Herenclub)

Arthur Seyss-Inquart (komt voor in De aanslag, Siegfried, Mijn getijdenboek en De verteller (verteld))

Alexander Schneiderhahn (karakter in Het stenen bruidsbed)

archibald strohalm tot Siegfried (opening en sluitstuk van het oeuvre)

Albert en Sjoerd (twee van de drie ‘melkbroers’ van Victor Werker in De Procedure)

Ir. Alexander Slingervoet Ramondt (een door Mulisch bewonderd scheikundige)

Abdulaziz al Suleiman (naam die genoemd wordt in De Elementen)

Alphonse Sasserath (echtgenoot van Mme. Sasserath in De pupil)

Amsterdamse Stadsschouwburg (waar de afscheidsbijeenkomst voor de begrafenis plaatsvond)

A. Suringar (personage in Paralipomena Orphica)

Afiena Isabella Smit (personage in Paralipomena Orphica)

Alice Springs (lokatie wordt genoemd in Het beeld en de klok. In dezelfde zin komt zijn oude moeder voor!)

Adam Schaff (filosoof die wordt vermeld in De compositie van de wereld)

Axel en Siegfried (deze twee titels die uit een naam bestaan, vormen samen een as)

Adrianus Simonis (hij stelde Mulisch en de paus aan elkaar voor)

Anton en Saskia (hoofdpersoon De aanslag en zijn eerste echtgenote)

Archibald en Sjoerdje (blz. 90 in De procedure)

Arthur Schnitzler (wordt genoemd in Het sexuele bolwerk op blz. 83)

Angelus Silesius (wordt genoemd in Een spookgeschiedenis, De zaak 40/61 en De gezochte spiegel)

Axel en Sara (hoofdpersonen in Axel)

Albert Samain (wordt genoemd in de verantwoording van Axel)

Asta Soeren (personage in Vonk)

Abel Santamaría (vriend van Fidel Castro, wordt genoemd in Het woord bij de daad)

Adinda’s en Saïdja’s (in De verteller (verteld))

Adolf Hitler en Sarah Bernhardt (in Woorden woorden woorden)

Anarchistische Staatspartij (in De gezochte spiegel)

Anti-Socrates (in De gezochte spiegel)

Audifax en Sebner (in De ontdekking van Moskou)  

Moeder Alice Schwarz en en echtgenote Sjoerdje Woudenberg vormen een as.

Amsterdam – San Francisco (woonplaatsen Harry en Alice 1958-1996)

De derde versie van De tijd zelf heet net als de tweede Het literaire offer.

Een van de karakters hierin heet Agatha Sotheby.

De eerste versie heet Astra.

astrologie en astronomie (belangrijk in vele werken van zijn hand)

asteroïde (er is er een naar Mulisch vernoemd)

antisemitisme (hij bespreekt dit verschijnsel op vele plaatsen in zijn werk)

Je zou as kunnen zien als een versmelting van is en was: heden en verleden. (tijd is een belangrijk thema in zijn werk.)

In De diamant gaat de Siddhartha van hand tot hand. Van alle namen van de bezitters beginnen er opvallend veel met een A: Asatya, Apahavin, Amemti, Anvaptas, Amittus.

In Paralipomena Orphica fungeert de Amstel als de Styx.

In zijn 4 mei-toespraak (in 2000) bij het monument aan de  Apollolaan spreekt Mulisch over de Jodenvervolging en refereert aan de kampen Auschwitz, waar hij een bezoek aan bracht in 1960, en Sobibor, waar zijn grootmoeder en overgrootmoeder werden vergast.

De Aanslag zou eerst As heten, met de vertaling The Assault dook de syllabe weer in de titel op.

Van alle namen in het werk van Mulisch, zowel fictieve en non-fictieve, begint er een aantal met een a en eindigt op een s. Zij vormen geen as-verbindingen, maar één wil ik er hier vermelden: Aristoteles, de naam die het vaakst wordt genoemd in De compositie van de wereld en waarmee het boek ook opent.

Mulisch en Claus waren in 1968 samen een week te gast in Abdij Sion te Deventer.

Op de lp Schrijvers voor Vietnam is behalve Mulisch ook Abram de Swaan te beluisteren.

De uitgeverij van de Engelse vertaling van Het stenen bruidsbed heet Abelard-Schuman.

De Chinese vertaling van De aanslag heet Ansha.

De Portugese vertaling van De aanslag heet O assalto.

De Duitse vertaling van De pupil heet Augenstern.

De uitgeverij van de Franse vertalingen van De pupil en De Elementen heet Actes Sud.

Aafke Steenhuis interviewde Mulisch voor De Groene Amsterdammer. (9 juli 1980)

Het Boek werd gedrukt door Arno Soyer van Thieme (Amsterdam) op een Heidelbergpers.

De foto van Eichman in De zaak 40/61 wordt gehalveerd: m.a.w. het portret is op een denkbeeldige lijn door het midden van het vlak van de foto gesneden, i.e. op de as.

De eerste twee teckels van Mulisch heetten respectievelijk Anastasia en Schloempie.

(Even los van de as: de teckel van Tornow in de brieven van Eva Braun in Siegfried heet Schlumpi. Voor zover ik kan nagaan, is deze naam niet historisch; deze hond is door Mulisch kennelijk naar zijn eigen teckel uit de oorlog vernoemd.)

In Soep lepelen met een vork trekt Mulisch ten strijde tegen de Aksiegroep Spellingsvereenvaudiging.

Mulisch noemde zichzelf vaak een ‘alchemistische’ schrijver.

Mulisch maakt in de zomer van 1967 zijn eerste reis naar Cuba en doet verslag van de eerste conferentie van de Organización Latinoaméricana de Solidaridad (OLAS) in Het woord bij de daad.

Fotografe Astrid Sillem maakte een foto van Harry Mulisch, Sjoerdje Woudenberg en de teckel Julius van Preußen, terwijl beeldhouwer Lancelot Samson aan het gelauwerde hoofd van Mulisch werkt. (september 1991)

Ik ken geen vindplaatsen van arsenicum (scheikundige notitie: As) in het werk van Mulisch, maar gezien de hoge giftigheidsgraad van de stof is deze ´betekenis´ van as een mooie bevestiging van de rol van de dood en de vergankelijkheid in zijn werk.

Eva Brauns brief van 20 april ’45 in Mulisch’ laatste roman Siegfried begint met een a en eindigt met een s. Het betreft hier een cruciale brief waarin Adi aan Eva toegeeft dat hij opdracht heeft gegeven Siggi te laten doden.

Het oeuvre van Mulisch wordt vaak opgedeeld in vier perioden, te weten:

1952-1959

1959-1972

1972-1982

1982-2010

Ik heb geen enkel idee wat de waarde is van deze periodisering, maar mocht die groot zijn, dan zijn de volgende observaties misschien de moeite waard:

De eerste periode vangt aan met archibald strohalm en eindigt met Het stenen bruidsbed

De laatste periode vangt aan met De aanslag en eindigt met Siegfried

De pottebakker in Mulisch’ gelijknamige eerste reportage (op school op 2 november 1935) bakt o.a. een asbak.