Het bad bij Haasse bleef leeg

Je moet maar durven: lezen op de iPad in bad. Want wat als je het ding laat vallen? Hoe groot is de schok? En de schade? Toch deed Toine Donk, een van de drie makers van de manifestatie Literaturfest het, maandag in de Rode Hoed. Waarmee hij en passant namens de literatuur de persoonlijke hygiëne terugveroverde op Kruidvatkoningin Heleen van Royen.

De Literaturfest-avond was een enthousiasmerende, rommelige parade van lange – soms opwindende, soms onbekommerd saaie – gesprekken over boeken (Houellebecq, Littell, Foster Wallace), foto’s van Henk Spaan, een grote stapel gratis boeken en een publieksquiz over beginzinnen. (Nee, niet gewonnen).

Het leidende concept was onwetendheid: steeds weer benadrukten de presentatoren wat zij niet hadden gelezen en wat zij wilden ontdekken. Het was druk: je kon er over de hoofden lopen. Een veertigjarige behoorde tot de oudste twintig procent van het publiek.

Over de hoofden lopen kon een dag eerder óók bij de hommage aan Hella Haasse in de uitverkochte Koninklijke Schouwburg in Den Haag, maar die hoofden oogden toch wat breekbaarder. Want hier hoorde een veertigjarige juist bij het jongste kwart van het publiek.

Het lijken twee verschillende literaire planeten: het Haasse-programma was een ode aan de traditie, een viering van wat het publiek al wist, of vond dat het zou moeten weten. (Soms is ‘herlezen’ een overstatement). Er zat niemand in een bad: presentator Pieter Steinz niet, de jonge Gustaaf Peek niet, zelfs alleskunner Kees ’t Hart niet. Intussen was het programma strak, snel en flitsend – afgezien van een lichte overdaad aan Hella-was-een-leuke-vrouw-anekdotiek.

Uiteindelijk bleek het op beide literaire planeten toch om dezelfde zuurstof te gaan: de momenten waarop er op het podium niet werd gepraat over boeken, maar eruit werd voorgelezen. Uit The Road van Cormac McCarthy, het favoriete boek van Jan van Mersbergen, of uit De ingewijden, volgens Kees ’t Hart het beste boek van Hella Haasse. Daarom een quizvraag tot slot. Wie van die twee schreef deze badkamer-kaptafelscène over een vrouw die ‘met driftige bewegingen bij het witblauwe licht haar gezicht [begon] op te maken. Haar grote vormeloze mond hing open als een vissenbek, terwijl zij er schijnbaar lukraak lippenstift overheen smeerde.’

Eén keer raden.