Heldere les van Michel Foucault

Michel Foucault: De moed tot waarheid. Vert. Ineke van der Burg. Boom, 412 blz. € 29,90

In de jaren zeventig werd de cassetterecorder bij de colleges van grote Parijse denkmeesters een steeds gebruikelijker attribuut. Vooral in het Collège de France zagen sommige filosofen zich omringd door een haag van microfoons en opname-apparaten. De schat aan materiaal die dat heeft opgeleverd wordt inmiddels mondjesmaat ontsloten. Van Gilles Deleuze verscheen een aantal colleges op cd, helaas met een schrikwekkende geluidskwaliteit. Beter verging het Michel Foucault, wiens voordrachten aan het Collège de France zorgvuldig werden uitgeschreven en becommentarieerd. Negen delen (van 1970 tot 1984) zijn inmiddels verschenen. Het laatste college dat Foucault er gaf is nu in het Nederlands vertaald.

Waarom precies voor deze serie is gekozen, is niet helemaal duidelijk. De keuze is des te verwonderlijker omdat er over het onderwerp dat Foucault in februari-maart 1984 behandelde al een tekst in het Nederlands bestaat. De parrhêsia, het ‘vrijmoedig spreken’ uit de klassieke Griekse levensleer was in de herfst van het voorafgaande jaar ook al het onderwerp geweest van een collegereeks van Foucault in Californië. En de transcriptie daarvan verscheen al in 1989 in het Nederlands.

De tekst in het onlangs uitgekomen boek is evenwel veel uitgebreider en geeft daarmee een goed beeld van de verzorgde, zeer didactische voordrachten die Foucault gaf. Glashelder zet hij uiteen hoe er in het Griekse denken vanaf Socrates ruimte kwam voor een ethische plicht om de waarheid te spreken, gecombineerd met een toenemende neiging tot zelfonderzoek. Die gingen vooraf aan de verinnerlijking die met het christendom zijn beslag kreeg.

Twee omwentelingen worden er zo in deze collegereeks zichtbaar. Om te beginnen komt het christendom niet naar voren als een geheel nieuwe levenshouding. En vervolgens krijgt ook de verandering in Foucaults eigen filosofische visie zijn beslag. Niet langer vat hij de mens op als een wezen dat zijn kenmerken van buitenaf opgedrukt krijgt. De mens wordt opnieuw een wezen dat zijn eigen bestaan vorm geeft, op basis van een binnenwaarts gerichte blik. In deze colleges wordt duidelijk waar het, in Foucaults vernieuwde confrontatie met het christendom, heen had kunnen gaan. Maar zover is het niet gekomen. Kort na het beëindigen van de college reeks, in maart, overleed Foucault op 57-jarige leeftijd aan de gevolgen van een geheimzinnige ziekte, die in diezelfde tijd als aids bekend werd.