Handel drijven zullen ze

In Afrika gaan ambassades dicht, terwijl Nederland in China en Panama nieuwe posten opent. Ontwikkelingshulp is uit, economische diplomatie is in.

Politiek redacteuren

Nederlandse ambassadeurs speeddatend met jonge, innovatieve ondernemers op de High Tech Campus Eindhoven, tijdens bedrijvenbezoeken aan Brainport Regio Eindhoven, of een werkontbijt met werkgeversvoorman Bernard Wientjes. Mocht er nog onduidelijkheid bestaan over wat het kabinet-Rutte van de Nederlandse ambassadeurs in het buitenland verwacht, dan is dat na deze week wel duidelijk. ‘Van alle markten thuis’ is de titel waaronder de honderdvijftig ambassadeurs en consul-generaals bijeenkomen in het kader van de jaarlijkse ambassadeursconferentie.

Ooit waren er diplomaten die gruwden van het begrip handelsbevordering. „L’ambassadeur ne parle pas fromage”, riep de legendarisch diplomaat Van Kleffens uit. En nu? ‘Onze’ mannen en vrouwen in het buitenland moeten letterlijk de boer op. „Werken aan welvaart en welzijn van de BV Nederland. Economie, politiek en diplomatie gaan hand in hand”, luidt nu het credo.

Een paar weken na zijn aantreden gaf minister Uri Rosenthal (Buitenlandse Zaken, VVD) in een interview een korte typering van het werk van de diplomaten. „Rustiek tijdverdrijf”, was zijn oordeel. Het stof is neergedwarreld en Rosenthal heeft zich ontpopt tot de bedrijfsleider van de BV Nederland. De tijd van de permanente demarches danwel ‘contacten onderhouden’ – de aloude opvatting van diplomatie als smeerolie – is voorbij. Bij elke borrel, bij elk gesprek, bij elk staatsbezoek moeten ambtenaren zich afvragen wat Nederland er aan kan verdienen.

In een toespraak tot diplomaten eind oktober schetste minister Rosenthal de gevolgen voor diplomaten. „Het betekent”, zo hield hij hun voor, „dat u die economische functie steeds tussen de oren heeft en voor ogen houdt. Niet alleen de economische afdeling, de landbouwraad of de Technisch Wetenschappelijk Adviseur. Maar ook de ambassadeur himself, de politiek adviseur of de cultureel attachés. Ik hoef u vast niet uit te leggen dat een optreden van het Concertgebouworkest vaak vele deuren opent.”

Tegelijkertijd kan het wel wat minder met de aanwezigheid van Nederland in het buitenland. Rosenthal kondigde vorig jaar aan tien van de honderdvijftig posten in het buitenland te sluiten, voornamelijk in Afrika en Zuid-Amerika. De ambassades die in Afrika worden gesloten zijn vaak gevestigd in landen waar Nederland ook stopt met ontwikkelingshulp.

Maar Nederland opent ook posten waar nieuwe markten ontstaan. In november is een eerste ambassadeur in Panama gaan werken. Reden is de aanstaande verbreding van het Panamakanaal. En in West-China zal een consulaat-generaal verrijzen omdat Buitenlandse Zaken de markt ziet verschuiven van Oost- naar West-China.

Jan Melissen, hoofd onderzoek van instituut Clingendael in Den Haag ziet een logische trend: „Economische diplomatie is altijd belangrijk geweest, maar nu is er een verhaal bijgekomen. Buitenlandse Zaken zet zijn politieke middelen economisch in en andersom.”

Dat deze verandering in de traditioneel ingestelde diplomatieke dienst voor sommigen nog wat wennen is, heeft Melissen ook gemerkt. In het grote, internationale, politieke spel doen Nederlandse diplomaten minder mee. „Nederlandse diplomaten klagen dat Nederland minder belangrijk is geworden in multilaterale instellingen. Ze zullen meer en beter moeten uitdragen dat het Nederlands belang belangrijker is geworden. Het is on-Nederlands om het eigenbelang zo te benadrukken. Fransen doen het al jaren, daar wordt het eigenbelang duidelijker gearticuleerd.”

Daarnaast, en ook dat is even wennen voor de diplomaten van Buitenlandse Zaken, bewegen zich veel vaker anderen op ‘hun’ terrein. Maxime Verhagen, de vorige minister van Buitenlandse Zaken, is tegenwoordig weliswaar minister van Economische Zaken, maar heeft een deel van de boedel meegenomen naar zijn nieuwe departement. Economische diplomatie is net zoveel van hem als van zijn opvolger Rosenthal. Onderzoeker Melissen: „Er is meer concurrentie voor Buitenlandse Zaken gekomen van andere ministeries en van bedrijven in het leggen van internationale contacten. Iedereen zwermt over de wereld om zoveel mogelijk voordeel te halen uit de wereldhandel. Er is daardoor een enorme verscheidenheid in contacten gekomen. Dat is lastig voor Buitenlandse Zaken.”

Economische diplomatie is nu het codewoord. Een totale omwenteling is het natuurlijk niet. Het Nederlandse buitenlands beleid is altijd gekenmerkt door een soms ingewikkelde combinatie van én koopman én dominee. Het gaat om accenten en maatvoering. En die kunnen weer veranderen.

Typerend was de waarschuwing van het Tweede Kamerlid Henk Jan Ormel (CDA) eind vorig jaar tijdens het jaarlijkse beleidsdebat over Buitenlandse Zaken. Hij vroeg Rosenthal niet alleen te hameren op het economische belang, maar ook te denken aan de „menselijke waarden”. Ormel: „Nederland is meer dan een bakkerij, Nederland is ook een samenleving met waarden als tolerantie, vrijheid en waardigheid.”