Goede omgangsvormen zijn soms politiek correct. En wat dan nog?

Een commentator hoort op televisie niet op te merken dat een vrouw mooie borsten heeft. Ook als dat hartstikke waar is.

Die vuistregel wordt misschien niet altijd nageleefd, maar wel algemeen begrepen. Tegenover etnische minderheden is zulke etiquette minder vanzelfsprekend. Sinds het Fortuynjaar 2002 verzetten mensen zich er zelfs tegen. We moeten toch kunnen zeggen waar het op staat, want anders ben je politiek correct en dat is net zo’n scheldwoord als racisme.

Dat bleek ook uit een heftige discussie over sportjournalistiek in een publieksloge van het Utrechtse stadion Galgenwaard, georganiseerd door het Mulier Instituut voor sociaal wetenschappelijk sportonderzoek. Na een jaar turven van uitspraken van sportcommentatoren op televisie had een onderzoeker, Jacco Sterkenburg, vastgesteld dat Marokkanen bij sport weliswaar beter worden behandeld dan elders in de media, maar dat zwarte atleten vaker dan anderen worden beschreven in lichamelijke termen. Als zij winnen, komt dat door ‘natuurlijke aanleg’. Als een blanke goed presteert, komt dat door ‘hard trainen’, ‘intelligentie’ of ‘strategisch inzicht’.

Bijna de helft van de opmerkingen over de fysieke eigenschappen van sporters gingen over spelers van Surinaamse afkomst, hoewel slechts eenvijfde van het totale aantal commentaren over hen ging. „Verlicht racisme’’, noemde Sterkenburg het. De cijfers klinken overtuigend, omdat ze resultaten van eerder onderzoek in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk bevestigen. Nederland is niet beter dan die landen.

Omdat zwarte sporters zelden intellectuele capaciteiten worden toegedicht, krijgen ze minder goed werk als hun loopbaan voorbij is. Of een zwart jongetje krijgt het advies dat hij beter kan gaan voetballen dan schaken.

De enige aanwezige sportcommentator, Jeroen Grueter van de NOS, geloofde niets van het onderzoek. Hij is tenminste nog wel geïnteresseerd in het onderwerp en had het onderzoek gelezen. Maar hij wilde het nog net geen bullshit noemen. Het is enorm uitvergroot, zei hij. „Zwart of wit doen niet ter zake in mijn werk. Het maakt niet uit of iemand blank, zwart of Marokkaans is. We kijken gewoon wat ze doen op het veld en geven er dan onze mening over”.

Sommigen uit de zaal waren het met hem eens. „Zwarten hebben een fijner ontwikkeld spierstelsel en daardoor bereiken ze de finale”, zei een man. „Dat is een determinant. Schaken is een determinant voor witten. Maar mijn mening is politiek incorrect.” En hij schaarde zich direct in het rijtje martelaren van het politiek correcte tijdperk, prof. Buikhuisen die moest opstappen wegens genetisch onderzoek, prof. Swaab die werd bekritiseerd over zijn theorieën over homoseksualiteit. Willem van Oranje ontbrak nog net in het rijtje. Vrijheid van meningsuiting. Het recht om de eigen, particuliere theorieën over rasverschillen uit te venten. Maar wat mag, moet niet altijd kunnen.

Uit later onderzoek van Sterkenburg blijkt dat Nederlandse Surinamers en Marokkanen zich aan de sportverslaggeving storen. Waarom zou de NOS daar niet over nadenken, vroeg hij zich af. Als medium moet je je toch zorgen maken als een deel van de gebruikers vindt dat de toon verkeerd is.

Grueter vond het niet nodig. Hij beschreef al hoe zwaar zijn werk is met voorbereiding, bijhouden wat er gezegd is, zoeken naar momenten om speciale info te geven over spelers en tegelijk blijven formuleren. Het lijkt wel het besturen van een Ferrari, waarbij vergeleken dit stukje een bakfiets is. Als dan een deel van het publiek zich zorgen maakt dat de Ferrari uit de bocht vliegt, neem je extra training.

Maar in Nederland geldt dat iedereen elkaar de waarheid zegt. In Angelsaksische landen met een langere immigratietraditie wordt meer rekening houden met gevoeligheden van minderheden. Dat is niet links of rechts, maar een kwestie van omgangsvormen, vormen die hier nog niet zo zijn ontwikkeld.