Fed neemt grote risico's met nulrentebeleid

De Amerikaanse centrale bank (de Fed) zou zichzelf wel eens kunnen hebben getrakteerd op een onplezierige verrassing. Zij heeft de periode waarin zij ernaar zal streven de rente op bijna nul te houden verlengd, van achttien maanden naar drie jaar. De daling van de werkloosheid, het vertrek van Fed-voorzitter Ben Bernanke of de stijgende inflatie zouden binnen die termijn kunnen nopen tot een beschamende ommezwaai – of de Fed ertoe kunnen aanzetten te talmen om zo'n ommezwaai te voorkomen.

In zijn persconferentie deze week heeft Fed-voorzitter Ben Bernanke gezegd dat de centrale bank, nu de rente op nul staat, het monetair beleid op twee manieren kan beïnvloeden: via de aankoop van staatsobligaties en via het geven van commentaar. Door de datum verder naar voren te schuiven waarop zij verwacht dat de rente weer zal oplopen, van halverwege 2013 tot eind 2014, heeft de bank de rente op staatsobligaties met een lange looptijd mogelijk omlaag gebracht.

Bernanke heeft tevens de langetermijndoelstellingen en de beleidsstrategie van de Fed toegelicht. De inflatie, gebaseerd op een jaarlijkse verandering in de prijsindex voor uitgaven voor persoonlijke consumptie, mag op ongeveer twee procent uitkomen. De Fed-voorzitter merkte op dat een hardere doelstelling onverenigbaar zou kunnen zijn met het tweeledige mandaat van de bank – het bevorderen van een zo volledig mogelijke werkgelegenheid en het laag houden van de inflatie.

Het Amerikaanse werkloosheidscijfer stond in december op 8,5 procent. Als het cijfer in hetzelfde tempo zou blijven dalen, zou de werkloosheid halverwege 2013 de door de Fed beoogde ‘normale’ marge van 5,2 tot 6 procent bereiken – al lang vóór het einde van de periode waarin de rente op nul moet blijven.

Daar staat tegenover dat de index van de consumentenprijsinflatie in november 2,5 procent hoger uitkwam dan een jaar geleden. Omdat dit percentage al boven de ‘zachte’ doelstelling van de Fed ligt, lijkt het waarschijnlijk dat de inflatie de komende drie jaar genoeg zal stijgen om een renteverhoging te rechtvaardigen. Tenslotte komt er in januari 2014 een einde aan de huidige ambtstermijn van Bernanke zelf. De verkiezingen van dit jaar kunnen bepalen of hij er nog een termijn aan zal mogen vastknopen. Een nieuwe Fed-voorzitter zou het roer wel eens radicaal kunnen omgooien.

Ook al is de einddatum van het nulrentebeleid niet in steen gebeiteld, een ommezwaai vóór eind 2014 zou de geloofwaardigheid van de centrale bank ondermijnen. Bovendien kan de verleiding groot zijn om niet van de uitgestippelde route af te wijken. Daardoor zou een renteverhoging te lang kunnen worden uitgesteld als de ontwikkelingen op het gebied van de werkgelegenheid of de inflatie daarom vragen. Kortom: de Fed heeft het risico grofweg verdubbeld om door de markt tot de orde te worden geroepen.

Martin Hutchinson

Vertaling Menno Tamminga