'Elke wedstrijd is een roman'

Chad Harbach was sportman en is nu schrijver van een bestseller over honkbal: ‘Ook Moby-Dick gaat over een groep mannen’

Eén blik op Chad Harbachs postuur volstaat: tenger, maar met gespierde armen en schouders, de motoriek van een sportsman. Het is het ideale postuur voor de wendbaarste man op het honkbalveld, de korte stop. Niet toevallig is dat de positie van de hoofdfiguur uit zijn debuutroman The Art of Fielding. En inderdaad: „Ik heb gehonkbald tussen mijn vijfde en mijn zeventiende, meestal als korte stop, soms tweede honkman. Maar ik had nog geen flard van het talent van Henry Skrimshander, de held van mijn boek.”

De kunst van het veldspel is aan een zegetocht door Amerika bezig. De filmrechten zijn verkocht en Harbach voelt ervoor als co-writer bij het script betrokken te zijn. Het boek is evenmin een roman over honkbal als Moby-Dick een roman over walvisvaart is, maar de sport speelt wel een heel grote rol en is, waar Coover en Roth faalden, na Bernard Malamuds The Natural, de eerste roman waarin dat op werkelijk geslaagde wijze gebeurt. Updike, Halberstam, Roger Angell; hoe komt het toch, dat er zo veel briljante non-fictie is verschenen over deze sport ?

Chad Harbach, even in Nederland ter gelegenheid van de vertaling van zijn boek: „Ik denk dat dat komt doordat het spel zelf zo’n fantastische narratieve boog heeft, elke wedstrijd is een roman. Er zijn altijd wendingen, je denkt dat je weet wat er gaat gebeuren, maar telkens verrast het spel je zoals goede literatuur. dat doet. Maar als je er fictie over wilt schrijven kun je die boog niet gebruiken. Het is een beetje als met pornografie: als je over seks schrijft en alleen maar over seks dan is het porno. Als je over sport schrijft en alleen maar over sport dan is dat een beetje hetzelfde. Dus moet het over iets anders gaan, en het moet zich kunnen meten met de spanning van de wedstrijd zelf.”

Centraal in Harbachs roman staat ‘een boek binnen het boek’, een verzameling aforismen van de (fictieve) korte stop Aparicio Rodriguez, in wiens naam we twee legendarische korte stops terugvinden: Luis Aparicio en Alex Rodriguez. De essentie van de roman is terug te vinden in aforismen 3 en 33: ‘Er zijn drie stadia: gedachteloosheid. Gedachte. Terugkeer naar gedachteloosheid.’ En: ‘Verwar het eerste niet met het derde stadium. Gedachteloosheid kan iedereen bereiken, ernaar terugkeren kunnen slechts zeer weinigen.’

Harbach: „In het begin van het boek is Henry Skrimshander zo’n fantastische speler omdat hij in die fase van gedachteloosheid verkeert. Hij is een genie, hij speelt als een machine, heeft nooit hoeven nadenken, alles aan hem is natuurlijk. Niets verstoort dat kalme oppervlak en dat maakt hem in het begin ook tot een niet erg interessante figuur. Tot hij een belangrijke veldfout maakt en de twijfel zijn intrede doet. Dat is voor hem als de zondeval. Alle imperfecties van de wereld, binnen en buiten het veld, dringen zich dan op. Hij raakt in dat tweede stadium van nadenken, wordt een veel complexer, en als romanfiguur interessanter persoon.’’

Er zitten verwijzingen in het boek naar Moby-Dick, om te beginnen de naam Skrimshander. Voor de rest is de hele Melville-invalshoek verzonnen. Waarom was dat boek belangrijk?

„Toen ik me begon te realiseren waar mijn boek over ging, was het vooral over betrekkingen tussen mannen, het hele scala, van vriendschap tot antagonisme tot homoseksuele liefde. En de grote Amerikaanse roman wat dat betreft is Moby-Dick. Ik geloof niet dat daar ook maar één vrouw in wordt genoemd. Net als een scheepscrew is een honkbalteam een groep mannen die op elkaar aangewezen is, veel tijd in besloten ruimtes doorbrengt en ook, in een symbolische zin, gezamenlijk een queeste heeft. Die analogie was meteen duidelijk.’’

Het kostte u tien jaar om dit boek te schrijven. Verwerkte u die worsteling in Henry’s depressie?

„O ja, ik was in Henry’s crisis geïnteresseerd omdat elke kunstenaar zo’n crisis doormaakt. Atleten en kunstenaars zijn in veel opzichten met elkaar te vergelijken, in hun toewijding en motivatie. Dus toen ik mezelf als het ware door Henry’s crisis heen schreef, met zijn twijfels en zijn mentale verlamming, heb ik dat gebruikt. Zoals Henry toegewijd is aan het spel, zo was ik dat aan het schrijven. Vooral in de eerste fase was er een hele hoop twijfel.’’

Heeft u zich ooit afgevraagd in die tien jaar of het u wel zou lukken? Uw vriend Keith Gessen beschrijft in Vanity Fair (in een artikel dat nu als e-book verkrijgbaar is) dat hij vond dat u het project moest laten rusten.

„Na een jaar of zes begonnen zowel mijn vrienden als ikzelf eraan te twijfelen of het ooit af zou komen. Want als je bezig bent is er nooit een bewijs dat het zal lukken. De druk groeit, en dat maakt de twijfel alleen maar groter.

,,Ik was copy-editor en kon financieel maar net rondkomen. Ik spendeerde veel tijd aan dingen die nauwelijks geld opleverden en dan wordt de druk nog verder opgevoerd. Als je 24 bent kan dat nog, maar zes, zeven jaar later wordt het zenuwslopender.’’

U bent veranderd in die tien jaar, De maatschappij en vooral de technologie veranderden ook. Was het moeilijk het boek gaandeweg aan te passen, te denken: in welk jaar leven we eigenlijk?

,,Het voordeel is dat het boek zich bijna helemaal binnen de begrenzing van een college afspeelt. En daar verandert weinig, er is iets tijdloos aan, heel zeldzaam in de VS. Dus in veel opzichten hoefde ik me niet om die veranderingen te bekommeren. Maar de technologie moest ik zeker moderniseren. Als Mike op zoek gaat naar Henry zal hij nu een sms sturen, tien jaar geleden was dat nog helemaal niet zo gebruikelijk.

,,Een ander ding: de benadering van homo’s en hun cultuur is behoorlijk veranderd in die tien jaar. Televisie-programma’s, maar ook de discussie over gay rights, hebben homo’s veel veel meer in de openbaarheid gebracht. Om homo-liefde in zoiets masculiens als een sportroman te introduceren is voor veel mensen nog onacceptabel, maar toen ik begon was het nog een veel vreemder idee. Er is nog steeds homofobie in de Amerikaanse sport, er is nog nooit een speler uit de kast gekomen. Wat ik heb geschetst is een ideale situatie die zich onder zeldzame omstandigheden kan voortdoen. Westish is een kleine progressieve school, en Owen heeft een overtuigende manier van doen. Je hebt van die mensen, die hun eigen omgeving kunnen creëren, ik bewonder ze en zou zelf graag zo iemand zijn.’’

Zien we Henry, Mike, Owen en Pella ooit nog terug?

,,Ik ben net begonnen aan iets nieuws. Ik wil een verse start maken, want ik wil niet mijn hele leven hetzelfde boek schrijven. Maar ik ben wel aan die personages gehecht geraakt, dus het is mogelijk dat ik ooit naar ze terugkeer. Zoals Updike elke tien jaar naar Rabbit terugkeerde.’’

U bent een van de oorspronkelijke redacteuren van het spraakmakende literaire tijdschrift N+1. Was dat een antwoord op een ander jong tijdschrift, McSweeney’s?

,,Ja, het was op het moment dat de Irak oorlog begon die door een groot deel van links Amerika werd gesteund. En wij wilden daarover tekeer gaan, onze woede laten zien. We schreven in ons eerste nummer een stuk over waarom we McSweeney’s niet mochten. We vonden het politiek dubieus omdat ze deden alsof politiek niet bestond, ze stonden voor een soort kinderlijke benadering van de wereld en deden alsof alles ok was. Wij vonden dat dus niet.’’

Keith Gessen, uw mederedacteur, schrijft in het genoemde artikel in Vanity Fair dat u maar over twee dingen wilde praten: honkbal en de opwarming van de aarde.

,,Zeker, het leek het er een aantal jaren geleden wel op dat dat laatste een kwestie werd. Rond de tijd dat Al Gore’s film uitkwam verschenen er allerlei boeken over het onderwerp. Maar sinds de recessie heb je er geen woord meer over gehoord. Terwijl de wetenschappelijke rapporten laten zien dat het steeds erger wordt. Het zal nu pas weer een issue worden als de economie heel snel aantrekt.’’

David Foster Wallace (1962-2008, red.) was voor veel schrijvers van uw generatie een belangrijke inspiratie. Voor u ook?

,,Zijn boek Infinite Jest vooral. Ik las het op de universiteit, en ik zag dat het de kloof overbrugde tussen college, een in zichzelf besloten wereld verzonken in oude boeken, en het actuele leven. Ik wilde graag schrijver worden maar had geen idee wat dat betekende in de hedendaagse wereld. Ik kwam weinig in de eigentijdse literatuur tegen dat kon opboksen tegen de klassiekers die ik bewonderde. En toen ik Infinite Jest las leek dat een boek in de traditie van die werken, maar het beschreef ook de wereld waarin ik leefde en nog nooit zo beschreven had gezien.’’

Chad Harbach: De kunst van het veldspel (The Art of Fielding). Uit het Engels vertaald door Joris Vermeulen. De Bezige Bij, 496 blz. € 19,90