De Turken ontkennen de genocide niet, ze weten er gewoon niets vanaf

De internationale koppen zeiden: Turkije is woedend. TV5 beschreef „la colère turque”. De BBC had het over „Turkish fury”. Er moesten nogal wat Turken ziedend zijn over de goedkeuring door de Franse Senaat van een wet die het ontkennen van de Armeense genocide strafbaar maakt. Dus toen er een demonstratie was aangekondigd voor het Franse consulaat in Istanbul overwoog ik nog even een gasmasker in mijn tas te stoppen. Als ze hier eenmaal aan het demonstreren slaan, is traangas nooit ver weg.

Het werd een genante middag. Voor het consulaat op de boulevard van Onafhankelijkheid stond honderd man politie, met transparante schilden, helmen en plastic torsoharnas. Voor hen stond een bataljon aan fotografen, cameramensen en reporters. En daartussen: een groep van veertig mannen op leeftijd, zwaaiend met de rode Turkse vlag. Zo groot was dus de Turkse woede.

Hooggehakte dames wurmden zich geïrriteerd langs de opstopping in de bekende winkelstraat. Vanuit mijn linkerooghoek zag ik de correspondente van Al Jazeera haar positie zo kiezen dat deze betoging nog heel wat leek. Genocidejournalistiek.

Vorige week donderdag demonstreerden rond dezelfde plek 50.000 Turken tegen de moord op de Armeense journalist Hrant Dink, die het zwijgen werd opgelegd omdat hij over de geschiedenis wilde praten. Die demonstratie was een protest tegen de staatsideologie die een open debat over het onderwerp nog steeds onmogelijk maakt. Dat was Turkse woede.

Ik ga langs bij de nieuwe hoofdredacteur van de Armeense krant Agos, de krant van de vermoorde hoofdredacteur Hrant Dink. Maar zijn opvolger en schoonzoon Robert Koptas is evenmin blij met de aandacht die de Armeense kwestie in Parijs heeft gekregen. „Je kunt Turken niet verwijten dat ze de Armeense genocide ontkennen. Want je kunt niet iets ontkennen waarover je niets weet. Ze hebben er nooit over geleerd op school.” Het uitblijven van felle reacties op de Franse wet verbaast hem niet. De Turkse nationalisten zijn verveeld geraakt met het onderwerp. Zo willen de Armeense Turken het graag houden. „Buitenlandse interventie of druk zal geen enkel effect hebben op de wil van Turkse mensen om te accepteren dat dit een genocide was. Alleen een interne strijd en een vrij debat kan daartoe bijdragen.”

Voor de demonstrerende mannen voor het consulaat is ieder woord van kritiek een aanval op de Turkse eer.

Maar in de 97 jaar die zijn verstreken, waren maar weinigen werkelijk geïnteresseerd in de Armeense genocide. In Armenië zelf mocht er tot de onafhankelijkheid in 1991 niet al te veel over worden gesproken van de machthebbers in de Sovjet-Unie. Moskou was bang het wankele evenwicht in de regio te verstoren.

Ook in Nederland hadden maar weinig politici en media belangstelling voor de genocide. „Toen ik voor het eerst in 1988 op het ministerie van Buitenlandse Zaken kwam, was er geen link met de actuele politiek. Pas door Turkije’s kandidaat-lidmaatschap hebben we politieke voet aan de grond gekregen.” zegt Inge Dorst, secretaris van de Armeense lobbyorganisatie in Nederland. Die lobby mondde uit in een motie waarin de Nederlandse regering werd gevraagd „in de dialoog met Turkije voortdurend en nadrukkelijk de erkenning van de Armeense genocide aan de orde te stellen”. De regering ‘verwelkomde’ de motie. Sindsdien: nooit meer wat van gehoord.

Correspondent Turkije