De Nationale ombudsman stelt te hoge eisen aan de inspecties

De Nationale ombudsman gaat mee in de gedachte dat burgers hun klachten kunnen uiten bij een Inspectie. Zo werken Inspecties niet, aldus Ferdinand Mertens.

We hebben in Nederland een Nationale ombudsman die goed spreekt en die er niet voor terugdeinst om nieuwe wegen te bewandelen om de burger te beschermen tegen de macht van de ‘instituties’. Onlangs konden we Alex Brenninkmeijer bezig zien in het tv-programma Radar. Daar ging hem geen zee te hoog.

In het optreden deed zich het verschijnsel voor dat de interviewster Antoinette Hertsenberg in haar vraag wel erg ver ging – het goed recht van journalisten. Je verwachtte ieder moment dat de ombudsman, een ‘Hoog College van Staat’, zou zeggen: ‘Dat gaat me toch te ver’. Maar neen, hij ging er in zijn antwoorden nog eens overheen. Aan het einde van het programma kondigden zij in koor aan dat ze samen actie gaan voeren door een meldpunt in te voeren voor klachten over de Inspectie voor de Volksgezondheid (IGZ). Want dat was hun gezamenlijke ergernis: het volstrekte wanpresteren van deze overheidsdienst.

Over één ding kunnen we kort zijn: de IGZ heeft in de affaire-Jelmer ernstig gefaald. Natuurlijk, allereerst waren het Groningse ziekenhuis en het bestuur daarvan verantwoordelijk voor de misstanden die de darmoperatie bij de baby veroorzaakte. De inspecteur-generaal heeft bij Pauw en Witteman over dat falen geen twijfel laten bestaan. Of dat een voldoende boetedoening is, is niet aan mij.

Waar mijn zorg begint, is de suggestie die Brenninkmeijer wekt dat de landelijk werkende inspectiediensten zoals de IGZ de instanties kunnen zijn waar individuele burgers hun klachten kunnen indienen en die dan dus voor elke individuele klacht in actie moeten komen.

Klachten zullen er altijd zijn, terechte klachten, onterechte, ernstige klachten en minder ernstige. Als we weten dat er jaarlijks miljoenen behandelingen in de zorg worden uitgevoerd, dan is het onmogelijk dat een landelijke dienst de klachten die daar uit voortkomen, zou kunnen behandelen. Vandaar dat het in Nederland zo geregeld is dat ziekenhuizen de zorg moeten verantwoorden (dus niet alleen de dokters maar juist ook de instellingen), dat daar voorzien moet zijn in een onafhankelijke klachtafhandeling en dat dan in uitzonderlijke gevallen nog een rol kan zijn voor een instantie als de IGZ.

De werkwijze van de IGZ is in publieke regeling vastgelegd, de Leidraad Meldingen: „De IGZ zal nog steeds alleen die meldingen nader onderzoeken die van structurele betekenis lijken voor de kwaliteit van de zorg.” Ook andere inspecties werken zo. Als ouders klachten hebben over hun school, wanneer gedetineerden klachten hebben over hun gevangenis, dan is er in eerste instantie een lokale klachtenafhandeling. Het lokale klachtenpatroon leert de landelijke toezichthouder veel over hoe het met de instelling gaat. Daar ligt dan het aangrijpingspunt voor de externe toezichthouder.

De ombudsman komt op voor de burgers. Dat is zijn opdracht en dat wordt ook waargenomen. Maar hij moet er ook voor zorgen dat de burger geen onredelijke verlangens gaat cultiveren.

Ferdinand Mertens is emeritus-hoogleraar Toezicht aan de TU Delft en voormalig Inspecteur-Generaal van Verkeer en Waterstaat en van het Onderwijs. Hij publiceerde onlangs het boek Inspecteren. Toezicht door inspecties.