De methode-Holleeder: inpalmen, vastbijten, uitknijpen

Vandaag is het dan zover: Willem Holleeder, een van ’s lands bekendste criminelen, is weer vrij man. De vrijlating was zorgvuldig voorbereid. In stilte was hij al naar een andere gevangenis gebracht. Wat voor toekomst wacht hem? En zal hij ook echt vrij kunnen blijven?

Drie woorden had het Openbaar Ministerie in 2006 nodig om de methode-Holleeder te omschrijven: inpalmen, vastbijten en uitknijpen. Tijdens de allereerste openbare zitting, drie maanden na de arrestatie van de Heinekenontvoerder, vertelden officieren van justitie Koos Plooij en Fred Teeven (inmiddels staatssecretaris van Justitie) hoe Holleeder eind jaren negentig een groep zakenmensen en vastgoedhandelaren in zijn greep had gekregen.

Dat begon altijd vriendschappelijk. Holleeder was een aimabele man, zeggen mensen die hem kennen, een graag geziene gast in de vele cafés in het chique Amsterdam-Zuid waar vastgoedhandelaren hun zaken deden. Holleeder had een bouwbedrijfje, Naris, en bood hun zijn diensten aan. Hij deed schilderwerk, kleine verbouwingen en legde beveiligingsapparatuur aan. Zakenmensen die met hem in zee gingen, hadden geen idee van de gevolgen.

De in 2004 geliquideerde vastgoedhandelaar Willem Endstra, die vele tientallen miljoenen aan crimineel geld investeerde in vastgoed, vertelde een jaar voor zijn dood aan de politie hoe hij in het web van Holleeder verstrikt was geraakt.

Endstra vond dat Holleeder een tweede kans verdiende nadat die zijn straf voor de ontvoering van bierbrouwer Freddy Heineken en diens chauffeur had uitgezeten. De twee mannen raakten in de tweede helft van de jaren negentig bevriend. Ze gingen samen naar de kroeg en op vakantie. Holleeder kwam bij Endstra thuis, haalde zijn kinderen van school en deed het onderhoud voor de vele panden die Endstra in bezit had.

Later zou Holleeder Endstra zijn gaan afpersen. Volgens de vastgoedhandelaar werd hij ernstig bedreigd en in elkaar geslagen door zijn voormalige vriend. Endstra zou een bedrag van 17 miljoen euro aan Holleeder hebben overgemaakt via een stroman.

Endstra was volgens justitie niet de enige zakenman die in de tang had gezeten bij Holleeder en zijn metgezellen. Holleeder zelf heeft zijn betrokkenheid bij afpersing altijd ontkend. Naar eigen zeggen bemiddelde Holleeder tussen Endstra en de vele criminelen met wie de vastgoedmagnaat zaken deed. „Ik was een boodschappenjongen”, zo vatte de Heinekenontvoerder zijn rol samen tijdens zijn strafzaak.

Een van die criminelen was de Amsterdammer John Mieremet, die eind 2005 werd doodgeschoten. Mieremet, een crimineel met een zeer gewelddadige reputatie in de Amsterdamse onderwereld, had via Endstra veel geld geïnvesteerd in Amsterdams vastgoed. Het ging om hele blokken woningen in Amsterdam-Zuid maar ook om chique kantoorpanden op en rond de Dam. Naar eigen zeggen reed Holleeder met Mieremet af en toe door de hoofdstad om al dat vastgoed te inspecteren.

Holleeder beaamde tijdens de behandeling van zijn zaak dat hij veel mensen in het criminele milieu kende en op de hoogte was van de zaken die zij met Endstra deden. „Dat is een beetje mijn probleem zo langzamerhand”, vertelde Holleeder tegen de rechtbank. „Ik ken veel mensen. Maar als ik met iemand een broodje eet, wil dat niet zeggen dat ik me identificeer met wat die mensen doen.”

Officier van justitie Koos Plooij hechtte geen geloof aan de lezing van Willem Holleeder. „Uit de getuigenverklaringen komt Holleeder naar voren als iemand met twee gezichten”, zo stelde Plooij. „Enerzijds aardig, joviaal en charmant. Anderzijds licht ontvlambaar en bedreigend.”

Zowel de rechtbank in Haarlem als het gerechtshof in Amsterdam was het met officier van justitie Plooij eens. Ze veroordeelden Holleeder tot negen jaar cel voor afpersing. Na zes jaar heeft Holleeder tweederde van die straf uitgezeten en komt hij vrij.