De bloedeloze lessen van het bloed

Kristien Hemmerechts: Haar bloed. De Geus, 233 blz. €18,90

In de bloedhete zomer van 2010 liep de Vlaamse schrijfster Kristien Hemmerechts een maand lang stage op de afdeling hematologie van het VU Medisch Centrum, met de bedoeling daar een roman over te schrijven. Haar bloed speelt zich echter niet af Amsterdam, maar in een academisch ziekenhuis van een Vlaamse stad en de schrijfster heeft tweederde van het boek nodig om haar personages rond het ziekenhuisbed van leukemiepatiënte Roos te verzamelen.

Over de gang van zaken daar, de artsen, verpleegkundigen en patiënten krijgen we weinig te horen. De wetenschappelijke informatie over hematologie wordt verstrekt door eerstejaars medisch student Titus, die sinds zijn prille jeugd geobsedeerd is door bloed.

Titus verloor op jonge leeftijd zijn vader, die na een aanrijding met een tankwagen eindigde in een plas bloed. Misschien dat hij zichzelf daarom opzettelijk in zijn handpalmen en vingers snijdt. Zijn moeder sleept hem van therapeut naar therapeut, wat niet verhindert dat hij als jongetje het bloedvatenstelsel en de tabel van Mendelejev uit zijn hoofd leert en als student in Leuven verliefd wordt op huisgenote Roos, die ‘ongezond bloed’ heeft.

De autistische nerd wordt uit zijn isolement gehaald door levensgenieter Pieter, zijn boezemvriend. Alle meisjes, inclusief Roos, vallen op Pieter, maar zij kiest voor Titus omdat hij alles weet over haar bloed. Zijn verhandelingen lijken op een cursus hematologie, maar nog vervelender zijn de vele woordspelingen met bloed die Hemmerechts bezigt om het belang van haar onderwerp te onderstrepen.

In wezen draait het in Haar bloed om de tegenstelling tussen natuur en cultuur. Pieter gelooft in cultuur: ‘Alle mensen zijn bloedbroeders’. Titus denkt strikt wetenschappelijk: ‘Les nummer één van het bloed. Er is eigen en er is vreemd. Er is vriend en er is vijand.’

Het is wel even schrikken als de vader van Roos, propagandist van het Vlaams Belang, dit om ideologische redenen ook blijkt te vinden. Hij kan niet verdragen dat zijn zuivere Vlaamse dochter slecht bloed blijkt te hebben. Een andere dochter, Didi, heeft met hem gebroken omdat hij het voortdurend heeft over ‘Vlaamse identiteit’ en ‘eigen volk eerst’. Uitgerekend Didi is degene die het beenmerg moet leveren dat Roos kan redden.

Haar bloed is eerder een aangekleed essay, waarin personages nogal clichématig weergegeven opvattingen vertegenwoordigen, dan een op de ziekenhuiswereld gebaseerde roman. Ongeloofwaardig is dat psychologiestudent Pieter ’s nachts in een tweedehands doktersjas de afdeling hematologie, waar men terecht panisch is voor bacteriën, kan binnensluipen om zijn doodzieke vriendin Roos in te smeren met bodylotion uit de supermarkt. Als zulke dingen echt voorkomen in het VU Medisch Centrum, had Kristien Hemmerechts beter een aanklacht kunnen schrijven in plaats van deze, pardon, bloedeloze verhandeling in romanvorm.