De beer: heidense koning der dieren

Michel Pastoureau: The Bear. History of a Fallen King. The Belknap Press of Harvard University Press, 329 blz. €27,50

Op de vraag wat de koning der dieren is zal tegenwoordig iedereen de leeuw noemen. Toch is zijn verwerving van de troon nogal recent, grofweg rond 1150. Al die eeuwen ervoor was het de bruine beer die de kroon op de kop droeg. Natuurlijk speelt zich dit slechts af in de fantasie van de mens, maar de machtswisseling tussen leeuw en beer is er niet minder fascinerend om.

De Franse (literair)historicus Michel Pastoureau publiceerde al in 2000 een studie in het tijdschrift Micrologus: ‘Pourquoi tant de lions dans l’Occident médiéval?’. Nu stortte hij zich op de beer, in zijn vaak verbijsterende en steeds voorbeeldige boek The Bear. History of a Fallen King.

Een mooi voorbeeld van de rivaliteit tussen beer en leeuw om de troon der dieren vinden we in de 12de-eeuwse Roman de Renart, de Franse pendant van Van den vos Reynaerde. We vinden hier de leeuw als koning Nobel. Zijn voorganger wordt degelijk afgeserveerd.

De gulzigheid van Bruun de beer leidt ertoe dat hij met zijn snuit komt vast te zitten in een boomstronk (als in een schandpaal) en half dood wordt geslagen. De uiterst erudiete Pastoureau vond zelfs een late tak aan de boom van Reinaert-verhalen (Renart magicien), waarin Bruin de Beer danskunstjes voor de koning vertoont. Een beschamende scène: bij elk huppeltje blaast het dier ‘op de trompet van zijn achterste’.

Vanwaar die radicale déconfiture?

De beer had op dat moment al heel oude papieren voor het koningschap. Pastoureau traceert de symbolische banden tussen mens en beer terug tot tachtigduizend jaar. In een Franse grot is een Neanderthalergraf aangetroffen dat is verbonden met dat van een bruine beer. Pastoureau spreekt van een berencultus in de steentijd, tal van vondsten wijzen erop. De beer zou die toppositie millennia behouden.

Arcadia

Pastoureau voert er veel bewijzen voor aan. Zo kenden de oude Grieken Arcadia, het rijke vorstendom van Arcas (arktos staat voor beer). Vele legendarische helden hebben ook een berenconnectie. Paris werd als kind te vondeling gelegd, gered, gezoogd door een beer en kon aldus nog voor ellende rond Troje zorgen.

In de Historia Brittonum (830) lezen we in verband met Koning Arthur: ‘Zijn naam klinkt als de naam van een angstaanjagende beer’. In het geschrift La Mort le roi Artu (1220) ligt Arthur zelfs op sterven, een trouwe vriend komt afscheid nemen, Arthur staat op en drukt hem tegen zo stevig tegen de borst dat hij hem smoort, zijn hart verplettert en hem doodt.’ Een ware bear-hug.

De geleerde Saxo Grammaticus (1150-1220) vertelt van de jonge held Skiold, die een beer met blote handen wist te verslaan: hij zou de vierde koning van Denemarken worden. Iets dergelijks deed de eerste Vlaanderen-graaf Boudewijn I met de IJzeren arm (840-878). Deze had een beer verslagen die de omstreken van Brugge onveilig had gemaakt.

Godfried van Bouillon zou tijdens de Eerste Kruistocht (1096-1099) door zijn collega-kruisvaarders tot opperverdediger van het Heilig Graf leider worden uitgeroepen: hij had eerder tijdens een rit door het woud een buitenmaatse beer verslagen. Iemand die een koning verslaat mag zich met recht koning noemen.

Er was één probleem met de beer. Het dier was te lang ‘heidenkoning’ of ‘heidenheilige’ geweest. Een bijkomende kwestie was het corpus aan vele verhalen over de onmetelijke berenpotentie (men meende ten onrechte dat het dier als enige viervoeter de paring buik aan buik voltrekt, net als de mens) en geschiedenissen over vrouwenroof, met verkrachting inbegrepen. Het christendom had uiteraard moeite met dit alles, vandaar zijn onttroning. Pastoureau geeft een onthutsend voorbeeld van het gevolg ervan – regelrechte genocide op het berenvolk. De grote verdediger van het christendom Karel de Grote organiseerde in de jaren 773, 782-785 en 794-799 enorme jachtcampagnes op ‘de vijand van de Here Jezus Christus’.

De alom in Europa tegenwoordige bruine beer werd in een jaar of dertig gedecimeerd, ontbossing deed de rest: de beer werd een zeldzaam dier. De nog slechts op kermissen dansende, onttroonde en geketende vorst – beklagenswaardig. Je zou zeggen dat de ‘beschaafde’ christenheid de antichrist definitief had overwonnen.

Godlof

Het christendom schiet echter altijd te kort als het om het bedwingen van de menselijke fantasie gaat. Godlof. Nog immer zijn er vele sporen van het koningschap van de beer te vinden. Het Zwitserse Bern heeft haar naam (naar Bär) nog, en tot op vandaag kunnen we er een berenkuil bezoeken, waarvan de geschiedenis sinds 1480 liefdevol is bijgehouden.

Berlijn draagt nog immer een beer in het stadswapen, net als Madrid. Schitterend is ook het verhaal over de berenjacht van de Amerikaanse president Theodore (Teddy) Roosevelt (1858-1919), die na dagen vruchteloze jacht eindelijk een jong exemplaar in het vizier kreeg, maar niet afdrukte: ‘Ik zou mijn beide jongens niet meer recht in de ogen hebben kunnen kijken.’ Deze uitspraak haalde de landelijke pers, en bracht de speelgoedindustrie op een idee. Nog steeds speelt het kind generatie na generatie met de teddy-versie van de heidense koning der dieren, terwijl Karel de Grote en zijn clerus zich blijven omdraaien in het graf.