De bassen schrikken zich rot

Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. David Robertson m.m.v. Deborah Polaski. Werken van Debussy, De Vries, Wagner en Schönberg. Gehoord: 26/1; herh.: 27/1 ***

Een „spel met de verwachting van de luisteraar”, zo omschrijft Klaas de Vries zijn werkwijze in Providence. De opdrachtcompositie voor het KCO beleefde gisteren haar wereldpremière, voorafgegaan door Debussy’s Images oublieés in een inventieve orkestratie van Bart Visman. In een bomvolle, overrompelende opening overvoerde De Vries zijn toehoorders met ideeën, die gaandeweg in het vrij wispelturige vervolg hun uitwerking kregen. Zo vertaalde de voorzienigheid uit de titel zich naar een muzikale déjà-vu-ervaring. Een in het orkest geplaatste drummer zorgde voor percussief vuurwerk, als ode aan de vitale funk van James Brown. Providence kietelde prettig, zonder zijn geheimen meteen prijs te geven.

Hoewel tussen het Vorspiel van Wagners opera Tristan und Isolde en het monodrama Erwartung van Schönberg een halve eeuw steekt, besloot dirigent Robertson de werken aaneengesloten te spelen. Dat leverde een interessante situatie op. De dreigende bassen die aan het slot van het smachtend dissonante Vorspiel duidelijk iets aankondigen, schrikken zich met terugwerkende kracht een hoedje: atonaliteit, dat hadden ze toch niet verwacht. Hoewel de musicologische gemeente Tristan beschouwt als één van Schönbergs wegbereiders, klonk de afstand vooral groot.

Aan de andere kant bezat Erwartung, vooral in de eerste scènes, een opmerkelijk kalm karakter. Hoewel verhevenheid ver te zoeken is in de waanzin van Erwartung, stelde het geanticipeerde wagneriaanse liefdesdrama de muziek in een ander licht. De ontspannen voordracht van stersopraan en Wagnerheldin Deborah Polaski droeg daar zeker aan bij. Zelfs toen de naamloze Vrouw haar levenloze minnaar aantrof en wanhoop en paniek in alle heftigheid toesloegen, bleef het gekte onder een stolp.