'Zo doen ze dat in de jazz!'

Met de hulp van zangeres Diana Krall waagt Paul McCartney zich op zijn nieuwe album Kisses on the Bottom aan jazz. Het werd een ode aan de muziek uit zijn jeugd. „De liedjes zijn als kleine juwelen.”

Nu niet of nooit meer, dacht Paul McCartney. Ruim twintig jaar spookte het idee door zijn hoofd, en nooit leek het moment goed. Eerst was Robbie Williams ‘ready to swing’, met een plaat vol Rat Pack-repertoire – songs van Frank Sinatra, Sammy Davis jr, Dean Martin en Nat King Cole. Daarna kwam Rod Stewart die vanaf 2002 vier delen American Songbook-klassiekers vol croonde.

En zo waren er de afgelopen jaren heel wat popartiesten die met jazz als ‘lang gekoesterde wens’ hun ingedommelde carrière vlot wilden trekken. Jazz in hoofdletters, met alle clichés van dien, in smoking of galajurk, voor een bigband. En toch, verzekerde de grote jazzproducent Tommy LiPuma – en mentor van de Canadese sterjazzvocalist Diana Krall – zijn weifelende vriend Paul McCartney, moest hij het gewoon eens doen. De studio in. Opnameknop aan. Ze zouden wel zien waar ze uitkwamen.

Met een buitengewoon joviale „hello everybody” is Paul McCartney (69) de interviewruimte binnengelopen in het souterrain van een hip Londense hotel. Met een zwaai gaat het jasje uit, hup – over de stoel. Eronder een roze overhemd. Zijn opvallend kastanjebruine haar en gebruinde gelaat, dat na enige ingrepen (hoog opgetrokken wenkbrauwen) nog maar weinig tekenen van ouderdom vertoont, steken er tegen af.

Sir Paul McCartney oogt niet alleen energiek, hij steekt vlot van wal. Aandachtig antwoordend, witty op zijn tijd, terwijl hij wuift naar de opgestelde camera’s in het wereldperscircus dat de komst van McCartney heeft opgeleverd – „Hi Australia, moet je niet naar bed?”

Vorig jaar trouwde de ex-Beatle, ‘Living Icon’ volgens de BBC, voor de derde keer, met de Amerikaanse Nancy Shevell (51). In datzelfde jaar nam hij samen met Diana Krall de cd Kisses on the Bottom op. Het is een lieflijke, maar tamelijk smetteloze ode aan de muziek uit zijn jeugd. Op de titel na dan – een kleine sexy kwinkslag, een frase uit het openingsnummer I’m Gonna Sit Right Down And Write Myself A Letter.

McCartney goes jazz

Het is er dan toch van gekomen: McCartney goes jazz, met gerenommeerde jazzmuzikanten als Krall, bassist John Clayton en gitarist John Pizzarelli, vibrafonist Mike Mainieri, arrangeur Johnny Mandel, het London Symphony Orchestra, plus gastbijdrages van Eric Clapton en Stevie Wonder. Opvallend: McCartney speelt er zelf geen instrument op, maar is alleen zingend te horen.

„Ik wil dit al zo lang doen”, zegt Paul McCartney. „De eerste ideeën begonnen al te komen na The White Album. Maar elke keer als ik eraan dacht, kwam een ander ermee. In 1970 maakte Ringo het album Sentimental Journey, waarop hij de liedjes van zijn verleden opnieuw bekeek. Of neem Robbie Williams met zijn bigbandalbum. Ik kan dat nu toch niet ook gaan doen, dacht ik. Dan lijkt het of ik met hem meelift? Ik wil niets kopiëren. Toen daarover de stof was neergedaald, leek het het moment, maar nee hoor, daar was Rod Stewart. Dus hield ik me weer in. So it doesn’t look like I’m trying to do a Rod.”

Kisses on the Bottom is McCartney’s vijftiende solostudioalbum. Het zijn Amerikaanse klassiekers, McCartney’s persoonlijke favorieten, uit een vergeten tijdperk die de basis legden voor heel wat Beatles-songs van John Lennon en hem, laat de zanger weten. „Toen John en elkaar net leerden kennen, en elkaar vertelden dat we liedjes schreven, kwamen we automatisch op de oude liedjes uit onze jeugd. John bleek dol op songs als Little White Lies, en Close your Eyes van Al Bowlly.”

Hij knipt een swingritme met zijn vingers en zingt met hoge stem het honingzoete couplet voor: „Close your eyes. Rest your head on my shoulder and sleep.”

„Toen we opgroeiden, luisterden we naar de muziek van mijn vader en Johns moeder. De liedjes van Harold Arlen, Gershwin, al die grote componisten maakten knappe liedjes. De liedjes zijn als kleine juwelen. De structuur van een song, hoe het een andere wending krijgt, de akkoordveranderingen. De melodie blijft hangen en ze hebben betekenis.”

„Toen we onze eigen rock-’n-rollliedjes gingen schrijven, namen we die invloeden mee. Het werden referentiekaders bij het schrijven van nieuwe liedjes.” Hij geeft een voorbeeld. „Het liedje Honey Pie grijpt duidelijk terug op het Hollywoodtijdperk met z’n pastel meevoerende melodie. Of neem het intro van Here There and Everywhere. Het heeft een andersoortig begin voordat het liedje echt begint.”

Wat heeft Diana Kralls jazzbenadering gedaan voor uw manier van muziek maken?

„Ik ken Diana via haar echtgenoot Elvis Costello. Ik was op hun bruiloft. Ik ken haar werk, heb haar albums, maar ik wilde geen duetalbum maken, zei ik tegen Tommy LiPuma. Maar hij verzekerde mij dat ze mij gewoon wilde bijstaan, als begeleider. Jeetje, wat een voorrecht. En dit moet je echt op de juiste manier begrijpen: Diana is bijna een man in de omgang. Zij denkt als een muzikant, is een echte bandleider. Het feit dat ze een vrouw is doet er nergens toe. Steeds weer had ze nieuwe suggesties.

„Wat de manier van werken betreft, zag ik duidelijk overeenkomsten met The Beatles vroeger, hoe een idee kon rondgaan. We kicked it around. Het feit dat ik kon werken met dergelijke grote jazznamen heeft me zeker beïnvloed. Het zijn ongelofelijke spelers, die aan weinig woorden genoeg hebben. Als je dan hoort wat daar wordt neergezet... Tja, toen moest ik zelf natuurlijk ook wel even bewijzen wat ik waard was.”

Hoe selecteerde u uw nummers?

„Ik wilde niet de overbekende nummers nemen, zoals Rod Stewart die opnam op zijn American Songbook-albums. Liever onbekender. Zoals I’m Gonna Sit Right Down and Write Myself a Letter, een hit van Fats Waller uit 1935.

„Een mooi sentimenteel liedje vind ik More I Cannot Wish you, van Guys & Dolls. Ik kende het niet. Maar het raakt me, en maakt mij emotioneel omdat een ouder een kind toespreekt en ik nu een achtjarig meisje opvoed en kleinkinderen heb.”

U bent een groot bewonderaar van artiesten als Fred Astaire. Wat spreekt u aan en wat inspireerde u in zijn aanpak?

„Fred Astaire heb ik altijd een geweldige kerel gevonden. Zo elegant. In de tijd van Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band liet ik mijn jasje naar voorbeeld van Astaire maken. Hij had slim sleeves, ontdekte mijn kleermaker. Het zat als gegoten.

„Muzikaal gezien vond ik zijn manier van zingen interessant, hij kon een liedje verkopen. En de manier waarop hij klein zong, dicht bij de microfoon. Dat heb ik ook geprobeerd op dit album te doen. Maar ook componisten als Gershwin en Harold Arlen zijn invloeden geweest. Of een film als The Artist. Wat een rijk tijdperk waren die jaren twintig en dertig.”

Als u nummers in een rockcontext zingt, zijn er invloeden van Little Richard, Elvis. Hoe vond u uw zachte kant voor dit album?

„Ik had nog geen idee hoe ik dit wilde aanpakken, behalve dan de gedachte dat ik het fris wilde houden. De opnames in de Capitol Studios, waar Nat King Cole en Sinatra hun legendarische platen opnamen, vond ik intimiderend. Toen ik eenmaal ging zitten met Diana Krall ontstond een organisch proces. We wilden geen bladmuziek uitschrijven, te stijf. Ik vond het leuk te werken zonder vastomlijnde ideeën. Hoe solo’s makkelijk werden uitgewisseld. Zo doen ze dat in de jazz!

„Het eerste nummer waar we aan werkten, en dat uiteindelijk het album niet heeft gehaald, was Cheek to Cheek. Mijn uithalen bij de eerste woorden: ‘Heaven, I’m in Heaven’ waren vreselijk en veel te hard. Ik voelde me zo ongemakkelijk. Ik dacht na over Astaire en Fats Waller, en ook aan mijn eigen albums van vroeger, en ben het zachter gaan benaderen. Een kleinere stem.

„Er was een bijzonder moment. The Glory of Love was een liedje dat aanvankelijk helemaal niet wilde werken.” Hij zingt langzaam: You gotta laugh a little,.... Zucht dan. „We goochelden met het ritme. Snel. Langzaam. Diana opperde: laat John Clayton openen, met de vocalen van Paul. En bám, daar was het.”

Uw vader was muzikant in Jim Mac’s Jazz Band in Liverpool. Kunt u uitleggen in hoeverre hij uw passie voor deze muziek heeft beïnvloed?

„Het was traditie bij onze families in Liverpool om op Oudejaarsavond liedjes te zingen. Mijn vader zat aan de piano, en hij kon alles spelen. Hij was een amateurmuzikant die zichzelf niet goed vond spelen. Toen ik hem vroeg of hij me muziek wilde leren, vond hij dat ik naar een echte docent moest. Dus ging ik keurig pianolessen bij een typische oude pianojuf volgen. Dat lukte slecht, ik kreeg niet te pakken wat ik hoorde in mijn hoofd. Ook op mijn zestiende kwam ik terug bij de vijf-vinger-oefeningen. Kun je nagaan: ik schreef toen al nummers als When I’m Sixty-Four.”

Heeft u een herinnering aan uw jeugd die in het bijzonder gelinkt is aan een van de nummers?

„Home en It’s Only a Paper Moon. Mijn vader speelde ze vroeger thuis. Dan lag ik op het tapijt te luisteren en speelde ik op de gitaar. De muziek hoorde ik op de radio en thuis als mijn vader muziek maakte met een vriend.”

Met My Valentine, een van uw twee eigen composities, onderscheidt u dit album van andere albums met jazzklassiekers.

„Het is een bijzonder nummer voor me. My Valentine schreef ik voor mijn vrouw. We waren op vakantie in Marokko en het regende. Ik was er chagrijnig om. Nee hoor, zei ze. Geeft niets, we hebben het toch goed. Er stond een piano in het hotel en ik ging eraan zitten. Het liedje leek zich vanzelf te schrijven. Het heeft een kleine zweem van de blues.”

Uw dochter, modeontwerpster Stella McCartney, dacht mee over stijl van de cd-hoes. Uw dochter Mary maakte de foto’s.

„Ik vind het heel prettig en logisch om met mijn kinderen te werken. Mary maakte de foto’s. Zij kan dat goed en weet hoe ze iemand gerust kan stellen. Stella heeft een mooie stijl, zij is gedreven en loopt over van ideeën. Ik zocht een design voor de hoes. Men dacht aan een retrocover, zoals Dean Martin of Sinatra ze maakten in de jaren veertig. Stella’s visual director Jonathan Schofield kwam met een cleanere benadering die me erg aansprak.”

Op uw twintigste provoceerde u eens: wie nog steeds meedoet aan dit spel na zijn dertigste is zielig. Nu bent u die leeftijd al even voorbij. Hoe lang denkt u nog door te gaan?

„Ah, het jeugdige perspectief. Als Beatles vonden we dertigers gewoon oud. Dat bracht mij tot die uitspraak. Nu vind ik dertigers ongelofelijk jong. Kijk, je houdt van wat je doet. Wat kan ik zeggen, het blijft gewoon heel interessant en leuk. Vorig jaar in Zuid-Amerika, het publiek werd gek. Beatle-mania all over again. Dat was te gek. Daar kan ik toch geen pensioen van nemen? Het wordt me elke tour gevraagd, zal dit je laatste zijn? Maar ik blijf gaan, zolang ze me willen. Wat ga ik dan anders doen. Voor de tv zitten? Paardrijden? Het is een soort drug. Nee, ze zullen me moeten wegdragen.”

Paul McCartney’s ‘Kisses on the Bottom’ verschijnt 3 februari.