Zelfs Azië kan gevolgen eurocrisis voelen

De eurocrisis dreigt ook de rest van de wereld te raken. Als Europese banken minder leningen verstrekken, vertraagt de economie in opkomende markten.

Dreigt de eurocrisis een wereldcrisis te worden? De onrust over de houdbaarheid de staatsschulden van landen in de eurozone duurt inmiddels ruim twee jaar. Wat begon als een Grieks probleem is uitgegroeid tot een crisis in de gehele monetaire unie. De renteopslagen op staatsobligaties – een indicator van hoe riskant investeerders een land vinden – van de meeste eurozonelanden zijn gestegen. Als gevolg zitten Europese banken met een probleem. Hun superveilige staatsobligaties zijn opeens risicovolle beleggingen geworden. En door de economische problemen loopt het aantal leningen aan bedrijven en consumenten dat niet wordt terugbetaald op. Het gevolg? Banken bouwen leningen af en trekken investeringen in om hun kapitaalbuffers te versterken.

En juist dat is gevaarlijk voor de wereld. Dat constateert ook het Internationaal Monetair Fonds in de update van Global Financial Stability Report die deze week verscheen: „Een aantal banken heeft serieuze plannen aangekondigd om af te bouwen. Dit houdt in het verkopen van bezittingen in de eurozone, de VS, andere ontwikkelde economieën en opkomende markten. De uitvoering van deze plannen kan een scala aan economische activiteiten, als handel en projectfinanciering, raken.”

Het IMF constateert dat vooral opkomende markten in Centraal- en Oost-Europa kwetsbaar zijn. De oekaze van de Oostenrijkse centrale bank aan commerciële banken om minder in Hongarije uit te lenen is een voorbeeld van de terugtrekkende beweging die financiële instellingen in de eurozone (moeten) maken.

Maar Europese banken doen ook minder zaken met snelgroeiende Aziatische en Latijns-Amerikaanse landen. Volgens bankenlobbygroep Institute of International Finance is dat vreemd. „De ECB houdt de rente laag en de kredietwaardigheid van opkomende markten neemt relatief toe. Het zou te verwachten zijn dat banken hun kapitaalstromen meer richting opkomende markten laten vloeien dan naar de eurozone”, schrijven analisten van het IIF in een rapport dat deze week verscheen.

Het IIF concludeert dat banken als gevolg van de eurocrisis zulke problemen hebben aan cash te komen dat ze niet in staat zijn om meer te investeren in opkomende markten, ook al lijkt het relatief lucratief en veilig. Volgens het IMF zal dit een nadelig effect hebben op de economie van Aziatische landen, aangezien banken in de eurozone 30 procent van de handels- en projectfinanciering voor hun rekening nemen.

Hoe groot de gevolgen werkelijk zijn hangt, volgens het IMF, af van de bereidheid van lokale banken om in het gat van de Europese banken te springen. Volgens Philip Suttle, hoofdeconoom van bankenvereniging IIF verschilt dit per land. „In China is het geen enkel probleem als de staat bereid is geld te scheppen. Maar in India, bijvoorbeeld, zal dat moeilijker worden.”

De economen van het IMF schrijven dat het niet per se slecht is dat grote banken hun leningen afbouwen, zolang het geleidelijk gebeurt. „Toezichthouders moeten controleren of banken niet te snel afbouwen, zowel in het thuisland als in het buitenland”, aldus het IMF.

Het IIF heeft ook een oplossing. Toezichthouders, zoals de Europese Bankautoriteit, moeten niet tijdens de crisis hogere kapitaalseisen stellen. „Dat zijn draconische maatregelen”, zei IIF-econoom Suttle. Daar is het IMF het niet mee eens. Als banken er sterker voorstaan, zal het vertrouwen groter zijn. En dat is goed voor de economie.