'Wo'ers verdienen gemiddeld twee keer zoveel als mbo'ers'

Lynn Berger

De aanleiding

Vorige week stuurde staatssecretaris Halbe Zijlstra (Onderwijs, VVD) het wetsvoorstel ‘Studeren is Investeren’ naar de Tweede Kamer, waarin hij ervoor pleit de basisbeurs in de masterfase af te schaffen. Mensen die een masterstudie willen volgen, moeten die volgens dit plan voortaan zelf bekostigen door geld te lenen „tegen gunstige voorwaarden”. De staatssecretaris ziet een studiekeuze als een economische beslissing en een masteropleiding als een „investering” die „zichzelf meer dan terugbetaalt”. Want: „Studenten die een mastergraad hebben behaald, verdienen gemiddeld twee keer zoveel als mensen met een diploma uit het mbo en anderhalf keer zoveel als een hbo-bachelor”, aldus het persbericht.

Mogelijke interpretaties

In het rapport ‘Inkomens van afgestudeerden, 2007-2009’ van het CBS, waarop de claim is gebaseerd, wordt onder ‘verdienen’ het verzamelinkomen verstaan – dus niet alleen het salaris, maar ook andere inkomsten, zoals rendement op spaargeld of beleggingen. Onder hbo’ers worden ook wo’ers (mensen die een universitaire opleiding hebben gevolgd) met alleen een bachelor-diploma gerekend.

Een lezer van het next.checkt-blog merkt terecht op dat de claim wel zeer „algemeen verwoord is”. Salarisverschillen zijn immers niet alleen afhankelijk van het opleidingsniveau, maar ook van beroepssector, geslacht, en de vraag of iemand een beroep vindt dat bij zijn of haar opleiding aansluit. Bovendien verschilt een vierjarige hbo-bachelor van een driejarige universitaire bachelor: waar de eerste opleiding studenten in principe klaarstoomt voor een vak, daar is laatstgenoemde juist een theoretische opleiding met weinig ruimte voor praktische kennis en ervaring.

En, klopt het?

Uit het CBS-rapport, dat in opdracht van het ministerie van Onderwijs werd opgesteld, valt op te maken dat in de periode 2007-2009 het verzamelinkomen van wo’ers op gemiddeld 50 duizend euro euro per jaar uitkwam: twee keer zoveel als de 25 duizend euro waar mbo’ers op konden rekenen en bijna anderhalf keer zoveel als de 36 duizend euro per jaar voor hbo’ers. Afgaande op deze cijfers klopt de claim van het ministerie.

Aangezien het ministerie het inkomensverschil aanwijst als reden om de studieschuld op te laten lopen, is het interessant om niet alleen naar het gemiddelde inkomen van de afgestudeerden te kijken, maar ook naar het inkomen tijdens de eerste twee decennia na het afstuderen. De minister wil de terugbetalingstermijn namelijk verlengen tot twintig jaar.

Het CBS-rapport geeft de gemiddelde inkomens ook keurig per leeftijdsgroep: hieruit blijkt dat hbo’ers in de leeftijdscategorie 20-24 jaar gemiddeld 23.600 euro per jaar verdienen – dat is méér dan de 21.900 voor startende masters. Pas wanneer de studieschuld al bijna is afgelost, in de leeftijdsklasse 35-39, vertaalt een masterdiploma zich naar een inkomen dat twee keer zo hoog uitvalt als dat van een afgestudeerde mbo’er en 1,4 keer zo hoog als dat van iemand met een hbo-bachelor.

Omdat wo’ers gemiddeld langer doorwerken, kom je uiteindelijk op het gemiddelde uit dat ook het ministerie aanhaalt. De inkomensverschillen zijn vooral groot bij opleidingen voor de zorg en bij economische opleidingen; in de horeca en het transportwezen maakt het voor je salaris uiteindelijk niet uit of je een hbo- of wo-opleiding hebt gevolgd.

Wat wijst ander onderzoek uit?

Een verzamelinkomen is niet hetzelfde als een salaris – wie puur naar het loonstrookje kijkt, komt op minder grote inkomensverschillen uit. Voor een loopbaanmonitor in 2010 vroeg SEO Economisch Onderzoek 18.000 werknemers naar hun uurloon: in deze studie bleken wo’ers met een bruto uurloon van 23,35 euro gemiddeld slechts anderhalf keer zoveel te verdienen als mbo’ers, en 1,2 keer zoveel als hbo’ers.

Conclusie

Het ministerie van Onderwijs baseert zich op het rapport dat het CBS – in opdracht van dat ministerie – heeft opgesteld, en daaruit blijkt inderdaad dat mensen met een mastergraad gemiddeld twee keer zoveel inkomen hebben als mensen met een diploma uit het mbo en bijna anderhalf keer zoveel als mensen met een hbo-bachelor. Daarbij moet worden aangetekend dat dit inkomensverschil doorgaans pas na circa 15 jaar werkervaring wordt bereikt, wanneer de studieschuld in vaak al grotendeels is afgelost. Bovendien verschillen de inkomens sterk per studie en/of sector.

Verstaan we onder ‘verdienen’ alleen het salaris, dan moeten we daarnaast concluderen dat de inkomensverschillen tussen opleidingsniveau’s nog wel substantieel, maar minder groot zijn dan het ministerie claimt, getuige het onderzoek van SEO. Deze kanttekeningen in acht nemend beoordelen we de stelling „wo-masters verdienen gemiddeld twee keer zoveel als mbo’ers en 1,5 keer zoveel als hbo’ers” als grotendeels waar.