We maken alleen wat meer lawaai

De Roma-familie Nicolich moet hun huis in De Meern verlaten. De gemeente wil van de familie af wegens overlast. Volgens de familie worden ze gediscrimineerd.

Het leek wel een receptie in villa De Rhijnshoek in De Meern. Het leeggehaalde huis van Layla en Ricardo Nicolich stond gisteren vol familieleden. Straks zouden ze allemaal in hun Mercedessen stappen en in optocht naar het stadhuis van Utrecht scheuren om te demonstreren. Ze moeten hun huis uit en dat willen ze niet. Morgen is het kort geding dat de gemeente Utrecht tegen hen aanspande.

De Roma-familie Nicolich is woedend. Een jongen van in de twintig heeft geen zin om de deur open te doen voor journalisten. Hij gebaart door het ruitje naast de deur dat we weg moeten gaan. Maar een ander lid van de familie wil graag zijn verhaal kwijt. Hij opent het raam en laat ons naar binnenklimmen.

Een groep Roma-mannen staat zwijgend en somber in de keuken, plastic bekertjes koffie in de hand. Gabriël Nicolich scheldt hardop. „Nazi’s”, roept hij. „Moeten we blond haar en blauwe ogen hebben om normaal te worden behandeld?”

Twee jaar lang wonen Layla en Ricardo Nicolich, hun vier kinderen van twee, drie, vijf en zes jaar, schoonmoeder Babana en haar drie volwassen zoons in De Rhijnshoek in De Meern. De vervallen witte villa die gesloopt moest worden ligt pal aan de A2. Op 1 januari 2012 moesten ze een nieuw onderkomen hebben gevonden. Dat wisten ze vanaf het begin, maar het bleek moeilijk. Met hulp van het Leger des Heils werd een eengezinswoning gevonden in Maarsbergen, gemeente Utrechtse Heuvelrug.

In de grote, hoge kamers van De Rhijnshoek staan alleen nog twee banken en een kinderbedje. De rest van het meubilair staat al in het nieuwe huis. Afgelopen week werd daar met rode verf een leus op de muur gekalkt. ‘Zigeuners weg, anders dood’. Ook werden ramen ingegooid. Daarna wilde de familie Nicolich niet meer verhuizen naar Maarsbergen. „We zijn bang”, zegt Layla Nicolich. Maar als ze niet gaan, staan ze straks op straat. Met hun kinderen.

Het is niet duidelijk wie de leus op het huis heeft gezet. De gemeente Utrecht betreurt het incident. Toch moet de familie weg uit De Rhijnshoek. Er zijn te veel problemen geweest, zegt de gemeente. Er is een hele lijst, maar die is geheim. Volgens de lokale website De Nieuwe Utrechter zouden leden van de familie onder meer een hulpverlener hebben bedreigd, en benzine gestolen. Ook zou een leraar op de school van de kinderen zijn geïntimideerd.

Er gingen ook dingen goed. De kinderen hebben het naar hun zin op basisschool De Achtbaan. En ze staan niet langer onder toezicht van Bureau Jeugdzorg.

Voordat de familie in De Rhijnshoek terecht kwam, hadden ze er al een zwerftocht in en om Utrecht opzitten. Ze zaten in een flat in de wijk Overvecht, ze bivakkeerden op een camping en zaten in motels. Geen enkele gemeente wil het gezin definitief hebben. Ze zouden te veel overlast veroorzaken.

In De Rhijnshoek kregen ze een ‘allerlaatste’ kans, omdat er net een baby was geboren. Ze hoefden alleen gas en licht te betalen en kregen hulp om hun leven op orde te brengen. In Utrecht zitten zo’n 4.000 gezinnen in een zogenoemd ‘laatste kans-traject’ – roma en niet-roma.

Volgens de familie moeten ze steeds weg omdat ze zigeuners zijn, en valt het met de overlast erg mee. Ze worden gediscrimineerd, zeggen ze. „We maken misschien wat meer lawaai dan een klein gezin”, zegt vader Ricardo. „Maar ik probeer zo keurig mogelijk te leven en een goede vader te zijn.”

Bovendien, ze ondervinden zelf ook weer overlast van ánderen. Een van de neven vertelt opgewonden hoe vorige week een man doodsbedreigingen naar binnen schreeuwde. Daarna probeerde hij een van de kinderen mee te nemen. Hij wijst op een klein jongetje dat, met alleen een hemdje aan, in de tuin speelt. Het lukte de man niet het kind mee te nemen, de politie pakte de man op. „Een dag later kwam hij weer vrij”, schreeuwt de neef. „Als wij zoiets doen, zitten we voor zes jaar vast.” De anderen knikken instemmend.

Het liefst zou de familie bij elkaar op een woonwagenkamp wonen, zeggen de mannen in de keuken. Een beetje achteraf, net buiten de stad, zodat niemand last van ze heeft. Zo was het vroeger. Een van de mannen: „Maar toen moesten we in huizen gaan wonen, zoals iedereen. Als we op een kamp zouden wonen, zou niemand klagen. Bomen klagen niet.”

Dan kammen ze hun zwarte haar glad naar achteren, zetten de kinderen op de achterbank, wenken hun vrouwen en rijden in colonne weg.

Een half uur later verzamelen zich zo’n twintig familieleden in de hal van het stadhuis van Utrecht. Vier kinderen spelen op de grond met lego. Achter hen hangen spandoeken. ‘Zijn Romakinderen geen kinderen’ staat erop. De demonstranten willen een gesprek met de wethouder. Dat krijgen ze. Bijna een uur praat een afvaardiging van de familie met wethouder Gilbert Isabella (Wonen, PvdA). Na afloop wil Ricardo Nicolich alleen kwijt dat het een goed gesprek was. Een van de zoons haalt de spandoeken weg.

Wethouder Isabella zegt alleen dat hij de familie niets kon beloven. „We moeten het kort geding van morgen afwachten. De rechter beslist.”

Een van de neven zegt: „Wij zijn Roma, weet je. We zijn gelovig. Dus ga ik bidden. Bidden dat het goed komt met ons.”

Daarna vertrekt de familie weer naar De Meern.