Wat Bleker doet, is zo gek nog niet

Het natuurbeleid van staatssecretaris Bleker is omstreden. Vandaag verschijnt een rapport dat het voor hem opneemt. Tegelijk is er veel kritiek op zijn nieuwe wet Natuur.

Zó gek is het natuurbeleid van Henk Bleker nu ook weer niet. De driftig bezuinigende CDA-staatssecretaris van Natuur krijgt warempel een beetje gelijk, in een visie op natuur en landschap van het Planbureau voor de Leefomgeving, de vanmiddag gepresenteerde Natuurverkenning 2010-2040.

Natuurlijk is het zo dat de natuur er in Nederland nog altijd vrij beroerd voor staat en dat de achteruitgang van plant- en diersoorten niet is gestuit. Maar dat betekent niet, stellen de onderzoekers van het planbureau, dat je als politicus alleen maar moet zorgen dat er zo veel mogelijk soorten bij komen. En dat de natuurbeweging alleen maar moord en brand moet schreeuwen als daar op bezuinigd wordt.

Het grote publiek is volgens het planbureau de laatste jaren vervreemd van het natuurbeleid, doordat het alléén draaide om de korenwolf en de zandhagedis, de zeggekorfslak en de modderkruiper. „De laatste jaren is in het natuurbeleid het accent komen te liggen op het realiseren van ecologische doelen en de procedurele uitvoering ervan. Dat heeft als consequentie dat weinig mensen het beleid nog begrijpen.”

Het Planbureau voor de Leefomgeving is in 2008 ontstaan door een samenvoeging van het Ruimtelijk Planbureau en het Milieu- en Natuurplanbureau. Het beschrijft de kwaliteit van milieu, natuur en ruimte, nu en in verkenningen van de toekomst.

Directeur Maarten Hajer van het planbureau, tevens hoogleraar bestuur en beleid, noemt het in het rapport spijtig dat natuurbeleid is verworden tot het juridisch uitwerken van Europese regels en het fabriceren van „complexe constructies” om onder deze regels uit te komen. „De aandacht voor beleving en benutting van natuur is op de achtergrond geraakt”, schrijft hij.

Natuur is er niet alleen voor biologen, vindt het planbureau. Je kunt in de natuur ook picknicken of windsurfen. Je kunt er uitwaaien om stress kwijt te raken. Je kunt natuur gebruiken om drinkwater te maken of vis te vangen. Om overstromingen tegen te gaan. En ja, je kunt natuur ook nog steeds zien als iets dat de mens aan zich moet onderwerpen. Het is niet verboden om te denken: „Natuur is mooi en belangrijk, maar ondergeschikt aan andere functies.” Ongeveer zoals Nederlanders natuur en landschap eeuwenlang hebben beschouwd „als vijand of puur als leverancier van grondstoffen”.

Het planbureau onderscheidt vier manieren om de komende dertig jaar natuur en landschap op te vatten – zonder een voorkeur voor een van deze ‘kijkrichtingen’ uit te spreken. De ‘vitale natuur’ krijgt alle ruimte van de mens die zich verantwoordelijk voelt voor behoud en herstel van biodiversiteit. De ‘beleefbare natuur’ is voor een breed publiek toegankelijk en een bron van ontspanning. Ook bestaat de ‘functionele natuur’ die de mens voorziet van natuurlijke hulpbronnen. En dan is er ook nog de ‘inpasbare natuur’ waarin de natuur te gelde wordt gemaakt, bijvoorbeeld door wat villaatjes tegen een heuvel aan te bouwen.

Nogmaals: het planbureau spreekt geen voorkeur uit. De onderzoekers geven staatssecretaris Bleker ook geen legitimatie om natuurherstel in de Westerschelde achterwege te laten. Maar dat je natuur niet altijd hoeft dood te knuffelen, dat je de natuur kunt exploiteren en zelfs als vijand kunt beschouwen, ook al is dat op langere termijn strijdig met het behoud van de planeet, die opvatting maakt zogezegd deel uit van de beraadslagingen.