Waarom de wereld steeds monogamer wordt

Monogamie is wereldwijd in opmars. Monogame huwelijken verminderen het overschot aan ongehuwde, jonge mannen. Daarmee daalt ook de criminaliteit.

In zo’n 85 procent van de beschreven menselijke samenlevingen was het mannen ooit toegestaan meer dan één vrouw te hebben. Dat lijkt logisch; vanuit evolutionair perspectief hebben mannen er baat bij zoveel mogelijk nageslacht te verwekken. En het hebben van meerdere vrouwen wordt vanouds geassocieerd met rijkdom en status. Je zou dus denken dat grotere absolute verschillen in welstand polygynie (‘veelwijverij’) in de hand werken. En dat gebeurde ook, lang geleden.

Toch heeft het monogame huwelijk als norm zich verspreid over Europa en, in een recenter verleden, over de wereld als geheel, terwijl de absolute welstandsverschillen wereldwijd zijn toegenomen. Twee antropologen, de Canadees Joseph Henrich en de Amerikaan Robert Boyd, en de Amerikaanse ecoloog Peter J. Richerson hebben geprobeerd dit raadsel op te lossen. Zij publiceren hun bevindingen deze week in het tijdschrift Philosophical Transactions of the Royal Society (B).

Toen de landbouw ontstond, zo’n 10.000 jaar geleden, werden menselijke gemeenschappen groter, en daarmee ook de ongelijkheden in welstand en status. Polygamie nam toe en bereikte uitersten in vroege rijken waarvan de heersers beschikten over enorme harems. Maar de afgelopen eeuwen is monogamie in het grootste deel van de wereld de norm geworden. De wortels ervan reiken tot in de Grieks-Romeinse Oudheid; de mondiale verspreiding is van veel recenter datum. In 1880 vaardigde Japan een wet uit tegen polygamie, China deed dit in 1953, India in 1955 en Nepal in 1963.

De auteurs verklaren dit succes als volgt. Monogamie als norm zou in de loop van de culturele evolutie het tij mee hebben gekregen omdat het een aantal sociale problemen die het gevolg zijn van polygynie vermindert. De drie gaan uit van culturele groepsselectie. Competitie tussen gemeenschappen – zwerfgroepen, stammen, natiestaten of religieuze organisaties – bevordert normen, overtuigingen en praktijken die de groep ten goede komen en sociale kosten – zoals interne conflicten – verlagen, waardoor de groep sterker staat tegenover andere groepen.

Doordat monogamie de competitie binnen de seksen – tussen mannen en mannen, vrouwen en vrouwen – onderdrukt en het maatschappelijk riskante reservoir aan ongetrouwde mannen met een lage status beperkt, vermindert het ontsporingen als verkrachting, moord, overvallen, beroving en huishoudelijk geweld. Monogamie vermindert ook de competitie om jonge bruiden en zorgt voor verkleining van het leeftijdsverschil tussen echtelieden, verlaging van het geboortecijfer en minder ongelijkheid tussen de seksen.

Volgens de onderzoekers verschuift monogamie de aandacht en inspanningen van mannen van het zoeken van meer huwbare vrouwen naar investeren in hun nageslacht. Het bevordert besparingen, meer investering in minder kinderen en economische productiviteit. Volgens de auteurs is dit aspect van culturele groepsselectie de verklaring voor het succes van normatieve monogamie.

De drie testten hun hypothesen aan de hand van uiteenlopende data: van studies van Amerikaanse Mormonen, die aan het eind van de negentiende eeuw in meerderheid polygynie opgaven, tot historische bronnen over Europese samenlevingen en cultuurbeschrijvingen van volken uit Azië, Latijns-Amerika en Afrika. Zij vonden inderdaad een verband tussen een toename van polygynie, een groeiend aantal partnerloze mannen en een toename in het aantal geweldsdelicten. Uit onderzoek bleek dat dit mannenoverschot 13 tot 27 procent groter was in landen waar polygynie wijdverbreid is. Cijfers uit verschillende samenlevingen laten zien dat ongetrouwde mannen een hogere kans maken zich te bezondigen aan moord, verkrachting en beroving.

Omgekeerd bleek in veel gevallen een verbod op veelwijverij het reservoir aan partnerloze mannen, die eerder kansloos waren op een huwelijksmarkt die werd gedomineerd door welgestelde mannen, te verkleinen, waarmee ook de criminaliteit afnam. Uit criminologisch onderzoek in de VS en West-Europa blijkt dat een huwelijk de kans dat een man een moord pleegt ongeveer halveert.