U vindt die Renske toch ook gewoon niks?

Sinds vorige week is de krant geheel vernieuwd en omdat iedereen op de redactie benieuwd was naar de reacties, konden lezers drie avonden lang bellen naar de krant. Dinsdagavond was het laatste lezersspreekuur en samen met een paar redactieleden zat ook ik in de tl-verlichte ruimte van de klantenservice om de lezers te woord te staan.

Bij ‘lezers te woord staan’ zag ik iets voor me als antwoord geven op de vraag waar de Next Question was gebleven, waarna we nog even gemoedelijk napraatten over kleuren in het algemeen en post-it geel in het bijzonder.

Dat was niet helemaal juist ingeschat.

De eerste beller had een opmerking over de vele dode Mexicanen die laatst in de krant stonden (‘te veel dode Mexicanen’, noteerde ik ijverig) en de beller daarop vond de krant jammer genoeg veel minder leesbaar geworden.

En toen kreeg ik mijn volgende beller aan de lijn.

„nrc.next met Renske!”, zei ik, maar de man begon meteen te praten; het was duidelijk dat hij er eens goed voor was gaan zitten. „Die nieuwe krant”, zei hij. „Ik zie sportnieuws, met daaronder economisch nieuws over zzp’ers. Op dezelfde pagina! Dat gáát gewoon niet. Ik denk dat Rob (nrc.next-hoofdredacteur Rob Wijnberg, red.) manisch is geworden ofzo, dat hij steeds maar weer de krant verandert.” Ik probeerde iets te zeggen over ‘meenemen in de evaluatie’, maar de man was nog niet klaar. „En dan over de columnisten. Kijk, eerst was die Renske nog wel leuk. Maar wat is díé vervelend geworden, zeg. Die zit maar te zeuren en te zeuren en te zeuren, met haar apparaatjes in de hand. Ga eens naar buiten, denk ik dan. Práát eens met mensen. En toen kwam er die vervanger, die Marcel. Geweldig! Eindelijk valt er weer eens wat te lachen!”

Aha. Dus zo was het om lezers te woord te staan.

Terwijl ik op mijn aantekeningenformulier onder het vakje ‘naam redacteur: Renske’ de opmerking: ‘Renske vervelend’ schreef, alsof het om een nogal autistisch en boos note-to-self briefje ging, dacht ik na over een gepaste reactie. Wellicht zou het heel bevrijdend zijn om compleet met de man in te stemmen: „Ach, ik weet precies wat u bedoelt! En maar zeuren over pluizige dieren en onhandig zijn en in bed liggen en zombies, ik bedoel, ga eens iets dóén!”

Uiteindelijk koos ik toch voor het wat minder gearticuleerde: „Ja, oké.” De man vervolgde: „En de krant moet gewoon terug naar hoe het was. Al dat veranderen: jullie lijken het CDA wel!” Hierop begon ik te lachen, waarop de man met me mee lachte – en deze nieuwe amicaliteit meteen aangreep om op samenzweerderige toon te vragen: „Maar kom op, u vindt die Renske toch ook gewoon niks?”

„Nou ja”, zei ik aarzelend. „Ik bén Renske.” Hierop was het even stil, waarna de man in een schaterlachen uitbarstte. „O, ik hoop dat ik u niet gekrenkt heb”, riep hij. „En u bent heus een goede schrijver. Maar echt: u zéúrt!”

Ik heb hem beloofd de buitenwereld eens een kans te geven – er schijnen leuke filmpjes over op YouTube te staan.

Lees eerdere columns van Renske de Greef via nrcnext.nl/renske