Theaterinstituut wil als museum verder in Stopera

Het Theater Instituut Nederland (TIN), dat per 2013 zal doorgaan als Theatermuseum, kan onderdak krijgen in de Amsterdamse Stopera. De plannen hiervoor zijn ver gevorderd. Voorwaarde is wel dat de subsidieaanvraag die het instituut volgende week als museum doet bij zowel het Rijk als de gemeente Amsterdam wordt gehonoreerd.

Als gevolg van de bezuinigingen op cultuur ziet het Theaterinstituut zijn voortbestaan bedreigd. De instelling zal in elk geval geen subsidie meer krijgen voor haar taken als sectorinstituut, waaronder de promotie van Nederlands theater in het buitenland, informatievoorziening en het organiseren van debat.

Het maakt nog wel kans op subsidie als erfgoedinstelling. Als museum zal het zich volledig richten op beheer en behoud van de theatercollectie, die bestaat uit programmaboekjes, recensies, affiches, maquettes, ontwerptekeningen en kostuums en die zo’n vier eeuwen theatergeschiedenis beslaat.

Om de plannen te realiseren, is een bedrag van 2,4 miljoen euro nodig: 2,1 miljoen van het Rijk, plus drie ton van de gemeente Amsterdam. Directeur Henk Scholten van TIN gaat uit van een totale omzet van 3,6 miljoen euro: 35 procent eigen inkomsten uit kaartverkoop, horeca en de museumwinkel. De toegangsprijs zal rond de tien euro bedragen.

Het museum krijgt in de Stopera tweeduizend vierkante meter voor exposities en andere activiteiten. Het kan worden gevestigd in wat nu de trouwzalen zijn, de Boekmanzaal en de filmzaal. Scholten: „We overwegen ook de mogelijkheid van trouwen in het Theatermuseum.”

Het museum zal, voor bijvoorbeeld rondleidingen door het kostuumatelier, nauw samenwerken met De Nederlandse Opera en Het Nationale Ballet, maar ook met de nabijgelegen theaterschool en de Universiteitsbibliotheek van de Universiteit van Amsterdam.

Het TIN ontvangt van het Rijk nu ruim vier miljoen euro subsidie. Bij het instituut werken 38 mensen. Binnen de museumplannen is nog plek voor slechts twintig fulltime arbeidsplaatsen.