Rode cijfers? Groene scheutjes!

Niet om meteen door te draven. Maar na de eerste prille tekenen van herstel de afgelopen dagen, is het toch interessant om eens na te denken wat er gebeurt als het misschien zo erg nog niet wordt met de economie in 2012. Anders gezegd: stel dat.

De stabiliteit van het kabinet-Rutte wordt binnenkort op de proef gesteld door de noodzaak extra te bezuinigen. Er circuleren bedragen van tussen de 5 miljard euro en 7 miljard euro om het Nederlandse EMU-saldo weer onder de door Brussel vereiste 3 procent van het bruto binnenlands product te krijgen in 2013.

Die eis ligt besloten in het stabiliteitsbeleid van de Europese Commissie. Dat is streng. Maar het is de Nederlandse regering zelf die er in Europees verband sterk op heeft aangedrongen dat begrotingsdiscipline boven alles gaat. Als er nu één land is dat daar niet de hand mee kan lichten, dan zijn wij het wel.

De bezuinigingsnoodzaak zorgt voor opschudding in het rompkabinet van VVD en CDA. De PvdA heeft al laten weten er niet aan mee te werken, zodat gedoogpartner PVV volledig meeverantwoordelijk dreigt te worden voor het hak- en snijwerk dat minister De Jager van Financiën (CDA) moet gaan verrichten. De politieke dynamiek die dat tot gevolg heeft, hoeft weinig nadere uitleg. Laat gezegd zijn dat de SP er garen bij zou spinnen.

Het Nederlandse politieke spectrum is al lang geen hoefijzer meer, maar eerder een Möbius-ring die niet alleen in zichzelf terugkeert, maar waarvan binnen- en buitenkant steeds lastiger te onderscheiden zijn.

Het is nog niet zo lang geleden dat het hele probleem kon worden doorgeschoven door gewoon een hoge toekomstige economische groei in te tekenen. Dan verdween een te hoog begrotingstekort – voorlopig – vanzelf. Dat kan niet meer. De bezuinigingsnoodzaak werd juist acuut toen het Centraal Planbureau in zijn raming van afgelopen december opeens een economische krimp van een half procent voorspelde in 2012, in plaats van de economische groei van 1 procent die het op Prinsjesdag nog voorzag.

Dat was een flinke verschuiving in drie maanden tijd. Wie zegt dat de wereld er drie maanden na december vorig jaar niet weer heel anders uitziet? tegen die tijd is het maart. En laat het kabinet nu net het CPB hebben verzocht om de eerstvolgende ramingen, niet zoals gepland in februari te publiceren, maar een maand later. In maart dus. Formeel is dat om het CPB de tijd te geven om naast 2013 ook de jaren daarna door te laten rekenen. Dat geeft meer duidelijkheid over het pad dat de begroting moet afleggen.

Inmiddels is dan, op 15 februari, ook de economische groei in het vierde kwartaal van 2011 bekend, en daarmee van het hele jaar. Stel dat het vierde kwartaal een tikkeltje meevalt, en slechts een kleine, of helemaal géén krimp laat zien.

We gaan er ook van uit dat de economie in de loop van 2012 weer wat aantrekt.

Dan wordt het nog behoorlijk sukkelen om die half procent krimp van het CPB te halen. Een paar meevallende kwartalen en er komt zo een groei van een half procent uit de bus. In dat geval vervalt de noodzaak tot extra bezuinigen grotendeels.

Het Centraal Bureau voor de Statistiek stelde vanmorgen dat er nog steeds sprake is van een 'laagconjunctuur', maar dat verbeteringen en verslechteringen elkaar nu in evenwicht houden.

Wat is de conclusie? Wachten tot maart met het besluiten tot bezuinigingen is verstandig. Want wie weet blijkt wat een behoorlijke storm leek te worden, vooral te hebben plaatsgevonden in een klein glas water.

Maarten Schinkel