Rintje Missen

Het regent en Rintje, Tobias en Henriette spelen verstoppertje bij Rintje thuis. Als Tobias aan de beurt is om te zoeken, vindt hij Rintje al snel in de grote staande klok in de gang. Maar Henriette ziet hij nergens. Waar hij ook zoekt.

Dan hoort hij een zacht geluid. Alsof er iemand niest. ‘Het kwam uit de zitkamer’, roept Tobias en samen met Rintje holt hij daar naartoe.

‘Ik dacht dat ik hier wel goed gekeken had’, zegt Tobias. Maar dan horen ze weer een nies. ‘Het komt uit mijn moeders lapjesmand!’ zegt Rintje.

Snel openen ze de deksel en daar zit Henriette. ‘Gevonden!’ roept Tobias.

‘Door het stof moest ik niesen’, zegt Henriette. ‘Anders hadden jullie me nooit gevonden. Begonnen jullie me al te missen omdat het zo lang duurde?’

‘Hoe bedoel je?’ vraagt Tobias.

‘Als je beste vriendin weg is, dan ga je haar toch missen?’ vraagt Henriette. Ze kijkt er een beetje beledigd bij.

‘Maar toch niet als je elkaar net nog gezien hebt’, lacht Rintje. ‘Het was veel te kort om je echt te gaan missen!’

‘Maar hoe lang duurt het dan voordat jullie me wel gaan missen?’ vraagt Henriette.

‘We kunnen het uitproberen’, zegt Tobias. ‘Als we ieder naar een andere kamer gaan, kunnen we kijken of we elkaar gaan missen.’

‘Goed plan’, zegt Henriette en even later zitten ze alle drie in een andere kamer van het huis.

Rintje kijkt op de klok en na een hele tijd roept hij: ‘Missen jullie mij al?’ ‘Nee!’ roept Tobias. ‘Ik voel nog niks!’

‘Ik ook niet!’ roept Henriette. ‘Volgens mij werkt het zo niet. We moeten iets anders proberen. Als we ieder naar ons eigen huis gaan, is het veel echter. En dan wachten we tot we elkaar missen.’

Dat vinden de anderen een goed idee, en Henriette en Tobias lopen naar huis. ‘Ik ben benieuwd hoe lang het gaat duren’, zegt Tobias.

Na een hele tijd gaat bij Rintje de telefoon. Mama neemt op. ‘Ik zal hem even roepen’, zegt ze.

‘Het is Henriette voor jou’, zegt mama.

‘En?’ vraagt Henriette als Rintje het toestel tegen zijn oor houdt. ‘Voel je al iets?’ ‘Eigenlijk niet’, zegt Rintje. ‘Maar ik ben er niet meer’, zegt Henriette. ‘Dan moet je me toch gaan missen?’

‘Ik denk dat ik weet hoe het komt’, zegt Rintje. ‘Doordat ik aan je denk ben je er eigenlijk toch, in mijn gedachten. En dan mis ik je niet.’ ‘Dus als we aan elkaar denken zijn we nooit echt weg’, zegt Henriette. ‘Zo is het’, zegt Rintje. ‘Tot morgen! Dan zie ik je weer op school!’

Meteen daarna belt Tobias. ‘En?’ vraagt Rintje.

‘Ik mis jullie’, zegt Tobias. ‘Het doet pijn in mijn buik.’ ‘Dat is helemaal niet nodig’, zegt Rintje. ‘Henriette en ik hebben net uitgevonden dat we elkaar nooit hoeven te missen!’ ‘Hoe dan?’ vraagt Tobias. ‘Door heel erg aan elkaar te denken’, zegt Rintje. ‘Denk maar eens aan mij.’

Het is een tijdje stil. ‘Het helpt!’ roept Tobias. ‘Door aan je te denken ben je toch bij me, ook al ben je er niet echt.’

‘Dus we hoeven elkaar nooit te missen!’ zegt Rintje. ‘Ik zie je morgen op school!’

‘Wie heeft er zin in een vers koekbotje?’ vraagt mama.

Ze hoeft het antwoord niet af te wachten want Rintje springt bij haar op schoot en geeft haar een dikke knuffel.

Dit was de laatste aflevering van Rintje in de krant, maar Rintje gaat verder op www.rintje.nl