Potpourri van belcanto

opera

O. Peretyatko:La bellezza del canto

Eerder deze maand gooide ze hoge ogen als nachtegaal in de gelijknamige productie bij De Nederlandse Opera. Maar de Russische Olga Peretyatko maakte vooral naam in lichter belcantorepertoire. In maart is ze dan ook terug in Amsterdam, dan voor de wulpse rol van Donna Fiorilla in Rossini’s Il Turco in Italia.

Dat dat iets is om naar uit te zien, bewijst ook Peretyatko’s net verschenen solodebuut La bellezza del canto, waarop een van de prijsaria’s uit Il Turco, Non si dà follia maggiore, fungeert als openingsact. Peretyatko is een zangeres die je liefst niet alleen hoort, maar ook aan het werk ziet op de bühne. Dat gezegd hebbend is haar debuut-cd echter een aantrekkelijke potpourri van licht repertoire (Donizetti, Rossini, Offenbach en meer), waarin zij zich meer dan verdienstelijk staande houdt.

In wat zwaarder repertoire, zoals het Lied aan de Maan uit Dvoráks Rusalka, hoor je Peretyatko’s wortels aan het romig, typisch Russische karakter van haar timbre. In Mein Herr Marquis uit Die Fledermaus van Johann Strauss presenteert zich de schaduwkant daarvan: een uitspraak waaraan een taalcoach nog best wat uurtjes fijnslijperij kwijt zou kunnen.