Onderdrijven

Ik lijd aan iets wat tussen een griep en een zware verkoudheid in zit. Mijn n’en zijn d’s geworden, mijn m’en zijn b’s. „Baar zou je bisschied ook beteed wat ibuprofed kudde beedebe?”

Het bevredigende aan deze situatie is dat iedereen hoort dat ik ziek ben. Ik heb ook weleens ziektes gehad die minder hoorbaar waren. Vooral toen ik nog een gewone baan had, was dat vervelend. Ik moest me dan ziek melden, maar ik voelde me verplicht om de ziekte erger te maken. Ik was bijvoorbeeld door mijn rug gegaan, maar ik ging daar voor alle zekerheid ook maar verkouden bij praten. Een zeer vitaal klinkende zieke – dat is voor iedereen vervelend.

Er zijn ook mensen die hun ziekte altijd overdrijven. Gewoon omdat ze daar meer aandacht door krijgen.

„Ik kan helemaal niks meer”, klaagt zo iemand. „Alleen tv kijken.”

Als je antwoordt dat dat je wel lekker lijkt, een beetje tv kijken met een pot thee naast je, wordt dat door de overdrijver niet gewaardeerd: „Ik krijg dan na een kwartier pijn achter mijn ogen en dan moet ik weer gaan slapen dus het is niet echt iets om jaloers op te zijn.” Overdrijvende zieken kunnen hun omgeving tot wanhoopsdaden drijven.

Er bestaan ook onderdrijvers. Dat zijn de mensen die bijvoorbeeld tijdens het klussen met de klopboor door hun hand boren en zichzelf dan verbinden met een oude theedoek, waarbij ze zeggen: „Oeps, ongelukje!” Voordat ze flauwvallen.

Ik hoorde ooit van een zwaar onderdrijvende vrouw die in Spanje werd aangereden door een auto. Ze lag roerloos op het drukke kruispunt, maar wist nog net tegen haar vrienden uit te brengen: „Gaan jullie maar vast vooruit, ik kom zo wel.” Onderdrijvende mensen zijn vaak heel lief, maar je kunt hun beoordelingsvermogen natuurlijk nooit serieus nemen.

De derde categorie zieken bestaat uit de onderdrijvende overdrijvers. Dit zijn mensen die heel graag aandacht willen, maar slim genoeg zijn om te weten dat puur overdrijven alleen maar agressie opwekt. Zij doen dus alsof zij onderdrijvers zijn. „Nee, laat mij maar, het gaat wel…”, brengen ze zwakjes uit en barsten dan los in een gruwelijke hoestbui. „Nee, echt, serieus, ik red me wel.” Als de aandacht verslapt kan de onderdrijvende overdrijver zijn buik grijpen en met vertrokken gezicht voorover buigen. „AU! Sorry. Nee, het gaat wel.”

Alleen wolken mogen wat mij betreft ongestraft overdrijven.