Met Franse genocidewet keert absolutisme terug

Waar de Franse Revolutie een einde aan maakte, keert weer terug met de genocidewet: het absolute gelijk van de staat. De wet bemoeilijkt wat zij zou moeten bestrijden, betoogt Ger Groot.

Het is spijtig dat de Vrijdenkersruimte die VVD en PVV in 2008 met veel bombarie in de Tweede Kamer inrichtten, vorig jaar in alle stilte gesloten werd. Anders hadden de initiatiefnemers een ruim gebaar kunnen maken naar de Fransen die binnenkort niet meer mogen ontkennen dat Turkije een genocide heeft gepleegd op de Armeniërs. Eerder hadden zij dat al kunnen doen voor de Britse historicus David Irving en de verdoolde katholieke bisschop Williamson, volgens wie de Holocaust nooit heeft plaatsgehad. Het vrije woord geldt immers voor iedereen, hoe idioot zijn mening ook mag zijn.

Met de genocidewet blijkt het vrije woord van de een toch niet helemaal gelijk aan dat van de ander. Dat is allereerst Frankrijk aan te rekenen, waar de senaat afgelopen maandag met de wet instemde. Daardoor wordt de vraag over wat wel of niet is gebeurd niet langer een zaak van historisch onderzoek maar een juridisch gebod. Dat is een wrange ontwikkeling in het land van Voltaire, wiens woorden ‘Ik verafschuw wat u zegt, maar ik zal uw recht het te zeggen met mijn leven verdedigen’ zo prominent de Vrijdenkersruimte konden sieren.

Vrijwel niemand is met deze wet gediend. De Turkse bereidheid om het verleden onder ogen te zien, wordt er alleen door bemoeilijkt. Geen vrije natie erkent graag schuld onder koeienering van een andere mogendheid.

De principiële vraag is echter die naar de bevoegdheid van de staat zelf. Met welk recht matigt de staat zich een oordeel aan over historische feiten en het uiting geven daaraan, en die te behandelen als een strafbare handeling? Dat oordeel zelf doet niet anders dan constateren wat volgens de spreker het geval is. Daarin kan deze zich vergissen, hij kan zelfs met opzet een onjuiste voorstelling van zaken geven – maar het antwoord daarop moet bestaan uit het weerleggen van die misleiding, niet in het verbieden ervan.

Een verbod toont die onjuistheid niet aan. Je raakt van de regen in de drup, want al gauw ontstaat de indruk dat er van dat taboe misschien toch iets waar zou kunnen zijn.

Elke uitspraak is ook een handeling, weet de taalfilosofie. De zin ‘de koffie is klaar’ mag strikt genomen alleen een feit vaststellen, iedereen begrijpt de uitnodiging die daarin vervat ligt. Zo kan ook de ontkenning van de Armeense genocide of de Joodse holocaust allerlei onfrisse bijbedoelingen met zich meebrengen: ‘Armeniërs of Joden liegen over het verleden, ze trekken profijt van hun misleiding, ze deugen niet.’

Maar dat betekent niet dat het verstandig is geen onderscheid te maken tussen die twee zaken en daar vervolgens het recht op los te laten. Veeleer dient de staat zich te realiseren hoe groot het goed van de vrijheid van meningsuiting is. Daarom behoort de staat beide zaken strikt te scheiden: de discussie over de feiten en de krenkende intentie die daarmee gepaard kan gaan. Dat stelt de rechter misschien voor een lastig probleem, maar niemand heeft gezegd dat rechtspreken gemakkelijk is. Alleen zo kunnen de getroffen groepen worden behoed voor belediging, terwijl de discussie over wat in het verleden gebeurd is, kan doorgaan. En alleen zo kan worden voorkomen dat de staat zich opwerpt als instantie die de kennis in pacht heeft. Daarvan heeft het verleden vele voorbeelden laten zien.

De vorst die over een superieur weten beschikte omdat hij sacramenteel verbonden was met God, verdween met de Franse Revolutie – in het land dat nu aan de staat het vermogen wil toeschrijven te weten wat waar en onwaar is. Met de genocidewet keert Frankrijk terug tot het absolutisme van vroeger. Wat weerhoudt de staat er dan nog van om de onderdanen bij wet te verplichten tot waarheden: dat de aarde plat is, dat alle mensen gelijk zijn, dat het ongeboren leven heilig moet blijven, dat de multicultuur een goede zaak is of dat God niet of juist wel bestaat.

Ger Groot is filosoof en medewerker van NRC Handelsblad.