Massagraven in Treblinka ontdekt

De nazi’s braken het vernietigingskamp in Treblinka in 1943 af, maar de sporen in de bodem zijn er nog. Archeologen brengen ze nu aan het licht.

Er is bewijs gevonden voor het bestaan van massagraven en gaskamers in Treblinka. Forensisch archeologe Caroline Sturdy Colls van Birmingham University ontdekte menselijke resten en bodemverstoringen rond het voormalige vernietigingskamp. Volgende maand promoveert ze op Holocaust-archeologie: over hoe archeologische methoden kunnen helpen bij onderzoek van de landschappen waar de Holocaust zich heeft afgespeeld.

„Volgens de historische bronnen hebben de Duitsers in Treblinka alles vernietigd en is er helemaal niets meer van over”, zegt de 27-jarige Sturdy Colls aan de telefoon. „Als forensisch archeologe weet ik dat volledig alle sporen uitwissen, ook in de bodem, moeilijk is. Daarom wilde ik in Treblinka, een enorme cold case, onderzoek doen.”

Bij Treblinka, ongeveer 100 kilometer ten noordoosten van de Poolse hoofdstad Warschau, waren een werkkamp (Treblinka I) en een vernietigingskamp (Treblinka II). Het vernietigingskamp is in 1942 gebouwd en in augustus 1943 weer helemaal afgebroken. In die periode zijn ruim zevenhonderdduizend Joden vermoord. Op bevel van SS-leider Heinrich Himmler, die begin 1943 een bezoek aan het kamp had gebracht, werden alle lijken opgegraven en verbrand. Na de oorlog waren er wel getuigenverklaringen van enkele overlevenden. Maar na een kort onderzoek ter plekke in 1945, werd officieel vastgesteld dat er bij het vernietigingskamp geen massagraven waren gevonden. Vandaag de dag is er op de plek een museum en vormen tienduizenden granieten stenen een enorm herdenkingsteken.

Sturdy Colls besloot voor haar onderzoek in Treblinka voorlopig alleen niet-destructieve onderzoeksmethoden te gebruiken. „Als niet-Poolse en niet-Joodse wilde ik niet meteen om opgravingen vragen, maar eerst het vertrouwen van alle betrokkenen winnen. Verder wilde ik me houden aan de Halacha, de joodse wet, die het niet toestaat om de rust van doden te verstoren en hen op te graven.”

Eerst bestudeerde ze alle historische bronnen, zoals getuigenverslagen, luchtfoto’s, foto’s gemaakt door kampcommandant Kurt Franz en het onderzoeksrapport uit 1945. „Het valt op dat ze in dat rapport wel degelijk over resten en overblijfselen van gebouwen aan de oppervlakte spreken. Ze hebben het zelfs over menselijke resten.” Vervolgens heeft ze in augustus 2010 met vijf andere archeologen ter plekke onderzoek gedaan. „Vaak zie je aan de afwijkende vegetatie al dat in de bodem iets bijzonders zit. Ook vonden we tussen de granieten stenen van het monument, zeker als het geregend had, menselijke botresten. Uit modern forensisch onderzoek weten we dat er extreem hoge temperaturen nodig zijn om een lichaam helemaal tot as te verbranden.”

Voorlopig heeft ze op meer dan honderd plekken verstoringen in de bodem ontdekt. In combinatie met de historische bronnen kan ze een voorlopige reconstructie van het kamp maken. Zo blijkt de noordgrens vijftig meter verder te zijn dan nu op de herdenkingsplaats staat aangegeven. Twee verstoringen van respectievelijk 44 x 20 meter en 22 x 15 meter wijzen samen met bakstenen aan de oppervlakte op de gaskamers. „Volgens ooggetuigen waren het de enige stenen gebouwen in het kamp.” Een grote kuil van 26 x 17 meter met een oplopende rand aan één zijde en een diepte van minstens 4 meter is volgens Sturdy Colls een van de massagraven. Tot nu toe heeft ze achter de gaskamers vijf van dergelijke kuilen ontdekt.

Ze weet dat haar onderzoek aandachtig wordt gevolgd door Holocaust-ontkenners. „Eerlijk gezegd was ik bang dat ik misschien niets zou vinden, of iets dat de getuigenissen tegenspreekt.” Een website als The Barnes Review is ook nu nog niet overtuigd: die ontkent niet het bestaan van massagraven in Treblinka, maar acht het onmogelijk dat er 700.000 Joden zijn vermoord. Om die te begraven zouden minstens 45 van de kuilen die Sturdy Colls heeft ontdekt, nodig zijn geweest.

„Ik lees dergelijke berichten niet meer”, reageert Sturdy Colls. „Ik denk dat de meeste massagraven onder de granieten stenen liggen. Maar zelfs als we dat aantal kuilen zouden vinden – deze zomer hopen we verder te gaan met onderzoek – en de lijken zouden opgraven, zullen ze de Holocaust ontkennen en zeggen dat al die mensen door een ziekte zijn omgekomen.”