Is dit kunst of kinderwerk?

Wetenschapper Thomas Pronk onderzoekt het verschil tussen tekeningen van kinderen en kunstenaars.

Experimenteel psycholoog Thomas Pronk maakt zich zorgen. In een online experiment op een website wil hij bezoekers vragen om een oordeel over 15 kindertekeningen en 15 werken van Klee. De proef is onderdeel van de tentoonstelling over Klee en Cobra.

Voor Thomas Pronk (Universiteit van Amsterdam) is het belangrijk dat de proefpersonen niet weten waar ze mee te maken hebben. Daar liggen zijn zorgen. „Ik was bang dat in een oogopslag duidelijk zou zijn dat het werk van Klee door een professional is gemaakt”, zegt hij. „De mensen van het museum hebben me enigszins gerustgesteld: als we de meest kunstzinnige kindertekeningen uitkiezen dan zie je de verschillen echt niet, zeggen zij.”

Of dat zo is, valt nog te bezien. Artistiek directeur Katja Weitering van het Cobra Museum wijst op werken van Appel en Klee die aan kindertekeningen doen denken. Op De Wilde Jongen (Karel Appel, 1954) en J., noch Kind (Paul Klee, 1933) zien we ovale kinderkopjes. De oogjes zijn twee puntjes, of ze staan scheef. De mond is een streepje of een driehoekje met wat tandjes. Het handje een hark. „Zo tekenen kinderen in een bepaalde fase van hun leven”, zegt Weitering.

Toch hebben we volgens haar onmiskenbaar te maken met het werk van kunstenaars. „Kijk bij Klee naar de aandacht waarmee het is gemaakt. Hoe de compositie is opgebouwd, hoe de kleuren zijn toegepast. Daar zijn duidelijk volwassen overwegingen aan voorafgegaan.”

En over De Wilde Jongen van Appel: „Hij heeft duidelijk geprobeerd dit jongetje heel spontaan op het doek te zetten. Hij zei dat zijn verftubes als raketten over het doek schoten. Toch had hij dit nooit kunnen maken als hij de techniek niet meester was geweest. Dat er een kunstenaar aan het werk is zie je ook aan de kleurkeuze en de manier waarop de achtergrond is opgebouwd.”

Volgens Weitering is het ondenkbaar dat bezoekers van haar tentoonstelling werk van de volwassen kunstenaar Paul Klee zullen verwarren met kindertekeningen. „Het was niet Klees ambitie om kindertekeningen te maken. Hij wilde werken in de emotie van kinderen, maar hij combineerde die met alle kennis en vaardigheden die hij in huis had.”

En toch, zegt Weitering, zijn er in een aparte zaal van haar museum vanaf het einde van deze maand kindertekeningen te zien die van het werk van Klee niet of nauwelijks te onderscheiden zijn. Het zijn tekeningen die de bekende tekenleraar Henk Pijnenburg in de jaren zestig en zeventig maakte met een schoolklas in Helmond. Hij deed zijn leerlingen technieken aan de hand. Hij leerde ze razendsnel schetsen. Hij besprak in de klas de grote meesters. „De tekeningen van die klas zijn van een ongelooflijke kwaliteit”, zegt Weitering. „Als je ze naast het werk van Klee legt, dan kun je soms niet zeggen met welke van de twee je te maken hebt.”

Psycholoog Pronk heeft voor zijn experiment ook kunstzinnige tekeningen nodig. „Om de selectie te maken doe ik iets wat niet zo wetenschappelijk is”, zegt hij. „Maar het zal wel werken. Ik stuur de kindertekeningen die zijn gemaakt op een buitenschoolse opvang rond aan collega’s van mijn onderzoeksgroep. Zij moeten de meest kunstzinnige tekeningen uitkiezen.”

Als de grote verschillen tussen Klee en de kindertekeningen het experiment toch in de war sturen, heeft Pronk een noodmaatregel achter de hand. „Ik kan er altijd nog voor kiezen om de tekeningen te bewerken met het computerprogramma Photoshop. Dan ogen ze vlakker.”