Internationaal netwerken op niveau in een shuttlebusje

Door het besneeuwde Davos rijden dezer dagen continu zo’n tachtig shuttlebusjes rond, om de deelnemers van het World Economic Forum van de ene bespreking naar de andere lunch en van het ene debat naar het andere diner te brengen.

Het is een uniek instrument voor internationaal netwerken op niveau. En één van de charmes van Davos tijdens de grote conferentie van ondernemers, politieke leiders en economische toekomstvoorspellers.

„Kan deze doos er ook bij?” roept een man met een wilde baard vanuit de nacht naar de chauffeur van ons busje. In zijn armen houdt hij een grote, met veel tape dichtgeplakte verhuisdoos. Het kan – en met zijn vrachtje en twee maten, één met paardenstaart en de ander met bontmuts, klimt hij aan boord.

De chauffeur is een timmerman in opleiding, die zich net als heel Davos deze week ten dienste stelt van het Forum. Als hij glibberend optrekt en de ruitenwissers voluit gaan om de sneeuwstorm de baas te blijven, zijn de drie nieuwe passagiers zich al aan het voorstellen. Vrienden zijn ze. Ze komen uit Californië en ze investeren in nieuwe sociale media. En die doos? Daar zit alles in voor hun sabbatmaaltijd.

Terwijl de paardenstaart op zijn iPhone aan de jonge timmerman achter het stuur laat zien hoe hij het beste naar hun hotel kan rijden, vertelt de bontmuts enthousiast over de begintijd van Twitter – en wat er al weer voor nieuwe media aan het ontstaan zijn. Ken je mirror.me?

Dat niet, maar ik zit tenminste wel op Twitter. „Dan zal ik je eens wat laten zien. Straks kennen we jou helemaal.” Hij tikt mijn naam in en toont triomfantelijk het resultaat: een woordenwolk met de woorden: journalist, foreign policy, United Nations, columnist, human rights, NRC Handelsblad, war, America... Ik kan niet ontkennen dat ik mijn belangstelling er aardig in herken.

„Leuk toch?” straalt de bontmuts, „opgezet door een groepje studenten – maar binnen twee weken is het misschien al verkocht.”

Het is duidelijk dat niet iedereen gedeprimeerd is door de toestand van de economie. Eerder gisteravond presenteerde PwC de jaarlijkse enquête over de stemming onder CEO’s. Die was, zoals verwacht, niet best. Bijna de helft, 48 procent, gelooft dat het in 2012 verder bergafwaarts zal gaan met de wereldeconomie. Ook in Duitsland is men somber, zelfs in China. Slechts 15 procent van de 1258 in de hele wereld ondervraagde ondernemers gelooft in verbetering.

Maar desondanks heeft veertig procent er veel vertrouwen in dat hun eigen bedrijf dit jaar zal groeien. En er is nog een ander lichtpuntje, zegt PwC-topman Dennis McNally. „Een tijdje geleden hield men er rekening mee dat de Aziatische economie zich meer los zou maken van het Westen wanneer het hier slecht gaat. Maar aan de Chinese zorgen zie je dat ze beseffen dat dat niet meer kan: in de wereldeconomie is alles te veel met elkaar verbonden.”

De verbondenheid van de wereld, daar hoef je mijn medepassagiers niets over te vertellen. Als we bij mijn halte zijn en ik de sneeuw in stap, roept de bontmuts me nog iets na. „Ken je voxer? Een walkietalkie app voor je smartphone, waarmee je live audioboodschappen kan sturen. Kom morgen naar onze presentatie!”

Redacteur Internationale Betrekkingen