In schuldenstaat gaat vroeg of laat het licht uit

Als alle eurolanden tegelijk hun AAA-status verliezen, dan is dat toch niet zo erg? Toch wel, betoogt Edin Mujagic, je kunt niet eindeloos obligaties opkopen.

Hoe erg is het dat de kredietbeoordelaars aan Frankrijk, Oostenrijk en het Europese noodfonds de Triple A-status hebben ontnomen? Zelfs drie van de vier overgebleven Triple A’s in de eurozone (Nederland, Finland en Luxemburg) kregen een gele kaart. Alleen Duitsland ontsprong de dans – voorlopig.

Kredietwaardigheid geeft het vermogen van een land weer om zijn schulden op tijd af te lossen. Omdat overal in het Westen de schulden over de kritieke grens van 90 procent van het bbp heen zijn – of dat spoedig zullen zijn – zijn nog meer verlagingen te verwachten. De groeivooruitzichten op de middellange termijn zijn immers weinig rooskleurig en de structurele hervormingen vinden maar mondjesmaat plaats en zeker niet overal. De kans is groot dat de eurozone de tweede helft van dit decennium AAA-loos binnen zal strompelen.

Het is verleidelijk te concluderen dat er ondanks deze verlagingen van de kredietwaardigheid weinig aan de hand is. De Franse staatsobligaties gaan immers nog steeds als warme broodjes over de toonbank – en dat zelfs tegen een lagere rente dan vóór de verlaging. Hetzelfde zagen we enkele maanden geleden gebeuren, toen de Verenigde Staten Triple A-loos werden.

Dat veel landen in en buiten Europa tegelijkertijd hun kredietwaardigheid omlaag zien gaan, is een schrale troost. Het is dezelfde veiligheid als van iemand die honderd jaar geleden op het deel van de Titanic zat dat het verste weg verwijderd was van de ijsberg. In relatieve termen mag er dan weinig aan de hand zijn, in absolute termen gesproken is de verlaging van de kredietwaardigheid van Europa en het Westen – want dat is feitelijk wat er aan de hand is – juist zeer ernstig.

Vroeg of laat zullen de langetermijnrentes behoorlijk stijgen als gevolg van een slechtere kredietwaardigheid. Dat dit nu niet gebeurt, komt niet zomaar uit de lucht vallen. Om te beginnen is de werking van de kapitaalmarkten ernstig verstoord. Zo kopen onder meer de centrale banken op ongekende schaal staatsobligaties op. Daarnaast zijn beleggers uiterst onzeker over de toekomst. Er is geen belegger die Amerikaanse staatsobligaties koopt, omdat hij er werkelijk van overtuigd is dat deze een veilige belegging vormen. Hij koopt ze omdat ze het minst onveilig zijn.

Maar daar komt een einde aan. Ook als de angst voor de toekomst verder toeneemt, zal er een punt komen waarop ook die relatieve veiligheid onvoldoende is. Als de centrale banken doorgaan met het opkopen van staatsobligaties, zal (hyper)inflatie een serieus scenario worden. Staatsobligaties zijn dan het laatste wat een belegger wil hebben.

En als de centrale banken stoppen met het opkopen, zouden de kapitaalmarkten weer normaal functioneren, maar dan zou dáárdoor de lange rente fors stijgen. Dat is op zijn beurt slecht nieuws voor de economische groei en voor de rendementen op de beurzen en dus ook voor de Nederlandse pensioenfondsen.

De verlagingen van de kredietwaardigheid in het Westen zijn zeer ernstig, omdat daarmee het hele economische, politieke en sociale systeem – dat voor een belangrijk deel gebouwd is dankzij schulden maar dat we als vanzelfsprekend beschouwen – op de tocht dreigt te komen. Denk aan de AOW of werkloosheidsuitkeringen, maar ook zaken als veiligheid. In de VS gaat bijna wekelijks, letterlijk, het licht uit in grote en kleine steden, omdat de gemeenten of deelstaten geen geld hebben voor de stroomrekening. Tegelijkertijd zie je dan vaak dat de criminaliteit toeneemt en dat de mensen zich ’s avonds onveiliger voelen.

Het besef dat de overheid niet alles waar kan maken, is een uiterst vruchtbare bodem voor polarisatie en populisme, binnen én tussen landen en regio’s. Zo bezien zijn grote zorgen naar aanleiding van het verlies van de Triple A zeer gerechtvaardigd.

Edin Mujagic is monetair econoom aan de Universiteit van Tilburg en zelfstandig macro-economisch consultant.