In Dagestan zijn salafisten vijanden van het volk

Journaliste Nadira Isajeva, een salafistische moslima, is haar leven niet meer zeker na kritische berichtgeving over de situatie in Dagestan. Haar baas is al vermoord.

Nadira Isajeva is bang te worden vermoord. Eind november vluchtte ze uit Machatsjkala, de hoofdstad van de Russische deelrepubliek Dagestan. Sinds die tijd zit de 32-jarige journaliste, die voor haar kritische verslaggeving diverse keren is bekroond, ondergedoken in Moskou in afwachting van een visum voor de Verenigde Staten.

Isajeva was hoofdredacteur van de Tsjernovik, een onafhankelijk weekblad. Op 15 december 2011 werd de oprichter en uitgever van die krant, de 45-jarige Chadzjimoerad Kamalov, voor het redactiekantoor in Machatsjkala met zes kogels doodgeschoten door een huurmoordenaar. Waarschijnlijk als straf voor de kritische berichtgeving over de corruptie, de mensenrechtenschendingen, de onwettige moorden en ontvoeringen van Dagestaanse burgers door de lokale politie en veiligheidsdiensten.

„Ik ben ervan overtuigd dat Kamalov door de veiligheidsdiensten uit de weg is geruimd”, zegt Isajeva. ,,Hij had voortdurend ruzie met hen over de koers van de krant. De Tsjernovik schrijft over wat er in Dagestan echt gebeurt. En dat wordt door het gezag niet op prijs gesteld. Wanneer je als journalist niet meedoet aan de regeringspropaganda, wordt je tot vijand van het volk verklaard.”

Moorden zijn op de noordelijke Kaukasus aan de orde van de dag, al halen ze amper nog het nieuws, zeker sinds de pers onder zware druk staat. De Tsjernovik, een krant met zeven journalisten en een oplage van 11.000 exemplaren, is sinds de moord op Kamalov uitgeschakeld.

Isajeva besefte dat haar leven in gevaar was, toen in juli Garoen Koerbanov, de perschef van president Magomedov, bij een aanslag om het leven kwam. ,,Enkele weken voor die moord kreeg ik ruzie met Koerbanov tijdens een bijeenkomst van de adviesraad voor de mensenrechten van Dagestaanse president. De leden van die raad en ik beschuldigden de veiligheidsdiensten er toen van alle wetten in Dagestan te overtreden. Dat is me niet in dank afgenomen. Daarna begon Koerbanov me te bedreigen. Toen hij werd vermoord, was ik een van de belangrijkste verdachten.”

Nadira was op dat moment al drie maanden geen hoofdredacteur meer. Ze was onder druk van de autoriteiten teruggetreden. ,,Iedereen zei dat ik de Tsjernovik had laten radicaliseren en met de rebellen sympathiseerde”, zegt ze. ,,Terwijl ik alleen maar schreef wat er werkelijk in Dagestan aan de hand was.”

Nadira is een salafistische moslima. Vertegenwoordigers van die fundamentalistische en geweldsafwijzende geloofsrichting worden er in Dagestan steeds vaker van beschuldigd achter de huidige terreuraanslagen te zitten. „En juist dat is niet waar”, zegt ze. „De salafisten willen leven volgens de federale wetgeving, maar dat is in Rusland onmogelijk omdat wetten er niet functioneren. Dat is de enige reden waarom zij protesteren en daarom worden ze onderdrukt. Niet voor niets gingen er op 25 november, negen dagen voor de landelijke parlementsverkiezingen, bijna zesduizend salafisten in Machatsjkala de straat op om te protesteren tegen de ontvoeringen, martelingen, mensenrechtenschendingen en religieuze discriminatie.”

De opkomst bij de parlementsverkiezingen van 4 december lag in Dagestan en de andere deelrepublieken op de noordelijke Kaukasus boven de 90 procent. Isajeva moet erom lachen. ,,De president en het parlement hebben in Dagestan geen enkele macht en functioneren niet”, zegt ze. ,,Het parlement heeft bijvoorbeeld al drie jaar geen voorzitter. De verkiezingen zijn hoogstens een gedwongen invuloefening. Dagestan wordt geleid door de lokale veiligheidsdiensten, die op slinkse wijze geld weten los te krijgen voor hun antiterreuroperaties en dat vervolgens in eigen zak steken. En ze worden aangestuurd door de FSB in Moskou.”