Huiskamerhip in de hoofdstad

In Amsterdam kun je nu tot diep in de nacht naar knusse huiskamercafés met bloemetjesbehang.

Redacteur Cultuur

Meisjes met bolhoedjes en minirokjes met Azteeks lamamotief praten druk in hun mobieltje. „Nee, we komen er nu niet in. Er staat een rij van twintig man.” Het is dringen bij de ingang van de Bloemenbar in de Handboogstraat in Amsterdam. Een maand geleden opende de ‘nachtkantine’ van de mannen achter Hannekes Boom haar deuren. Na Brecht, Roest, Basis en de Vredespijp de laatste in een rijtje huiskamercafés.

„Vroeger was dit een corpsballentent en daarna een stripclub. Alles was helemaal strak, zwart en glad. We hebben alleen de grote discobal laten hangen.” Mede-eigenaar Matan Schabracq (34) gaat voor door het smalle bargedeelte. De muren zijn behangen met bloemenprint, felroze op gifgroen. In een kamerbrede steigerhoutenkast staan curiosa: een Delftsblauwe porseleinen wc-pot, „al tweehonderd jaar in de familie van mijn compagnon Thomas Anderiesen”, een opgezette schildpad en vier ouderwetse zwarte draaitelefoons.

De muziek, Frans, staat zacht. In de overvolle ruimte klinkt continu gemurmel. Hipstermeisjes hangen op de ijzeren wenteltrap naar de oude vipruimte bovenin. Kleine fauteuiltjes staan tegen tafeltjes aangeschoven. Schemerlampen zorgen voor vriendelijk licht. „Dansvloer? Nee die hebben we niet” , zegt Schabracq. „Er zijn genoeg tenten in Amsterdam waar je kan dansen. Dit moet een plek zijn waar bij wijze van spreken ook mijn ouders zich een avondje kunnen vermaken.”

Schabracq is net terug uit India waar hij zeven jaar lang meerdere horecazaken runde . Hij had wel een idee wat er in de Amsterdamse horeca miste: „Een tent waar je lekker kan chillen, hangen en andere mensen ontmoeten. Toen ik wegging, was alles veel meer show off, champagne, minimalistisch en strak. Van die tenten waar je keihard kan afhousen en waar drugs worden gebruikt. Uiteindelijk gaan mensen uit om elkaar te ontmoeten, niet alleen maar om compleet los te gaan. Wij willen hier een omgeving neerzetten die zo lekker gek is dat die drempel vanzelf lager wordt.”

Moeten we hier dan gaan ganzenborden tot vijf uur ’s nachts? „Dat is niet de bedoeling, maar het kan wel en daar gaat het om. De Bloemenbar moet een plek zijn waar je ook om vijf uur ’s nachts nog een goede cappuccino kan bestellen of terecht kan voor een potje Backgammon en een broodje. Een biertje kost 2,20 euro en er is absoluut geen deurbeleid. Ja, nu is het vrijdag, dus moet er iemand voor de deur staan om alles in goede banen te leiden. Maar geel, zwart, oud en jong, iedereen is hier welkom.” Mede-eigenaar Marlon Arfman (28) beaamt: „Het Amsterdamse uitgaansleven is te gesegregeerd. Ik heb laatst vier donkere mannen uit zo’n ouderwets schaakcafé hierheen gehaald. We zijn er speciaal eerder voor opengegaan. Is toch leuk, dat die mannen hier zitten te schaken als je binnenkomt? Achter de bar zijn we al best gemêleerd, maar ik ben nog op zoek naar een Marokkaanse barman.”

Van de vergelijking met huiskamercafés in Berlijn wordt Schabracq „heel moe”. „Ik weet niet wat iedereen ineens in Berlijn ziet. Amsterdam was vijftien jaar geleden precies zo.”

Huiskamercafés zijn niet helemaal nieuw in Amsterdam. Festina Lente aan de Looiersgracht, met luie stoelen en spelletjes, opende vijftien jaar geleden haar deuren. De Nieuwe Anita in de Frederik Hendrikstraat, poppodium en huiskamerclub, begon zeven jaar geleden al met bier uit de ijskast, bloemenbehang en schemerlampen boven de bar. „Hiervoor zaten er krakers in het gebouw. Die hadden alles zwart en paars geschilderd. Toen zijn we maar gaan behangen”, vertelt eigenaresse Olga van den Berg. „Daar zat verder niet echt een gedachte achter. Ik ben pas drie jaar geleden voor het eerst in Berlijn geweest. Volgens mij zijn mensen het massale gewoon een beetje moe.”

Café Brecht, vernoemd naar Duitse schrijver Berthold Brecht, is deels door de Nieuwe Aninta geïnspireerd, zegt eigenaar Joris Houtman (30). Maar voor Houtman was Berlijn ook een inspiratiebron. Hij werd verliefd op de huiskamer-sfeer toen hij een half jaar sociologie studeerde in die stad. „Van die cafés waar je heerlijk in een hoekje in een luie stoel een biertje kan drinken en een boekje kan lezen.”

In het smalle huiskamercafé aan de Weteringschans, vroeger dj-café Twisted, zijn zeker zeven verschillende soorten behang op de muur geplakt, motief truttig. Lage sofaatjes in alle kleuren, modellen en materialen staan kriskras door elkaar. Ertussen kleine niervormige tafeltjes uit de jaren ’60. Naast de bar hangt het tijdelijk aanbod van bijzondere bieren, zelf geïmporteerd van kleine brouwers uit Tsjechië en Duitsland. Naast pretzels („Brezel” noemt Houtman ze) staan drankjes als Fritz Kola (cola met zeer veel cafeïne) en Almdudler (Oostenrijkse kruidenlimonade) op de kaart.

Twee meisjes eten huisgemaakte appeltaart van porseleinen schoteltjes. „Ik zou hier de hele dag kunnen zitten met een laptop” zegt Marilyn Mouradian (32), Française. Zij en vriendin Filipa Mendes de Carvalho (35) wonen in de buurt. De sfeer noemt Mouradain very cosy. Of ze ’s nachts ook naar het huiskamercafé zou gaan (Brecht is tot 03.00 uur open in het weekend) betwijfelt ze. „’s Avonds wil ik dansen.”

De meubels en het porselein zijn tweedehands. Zelf bij elkaar gesprokkeld toen Houtman het huiskamercafé een jaar geleden met zijn moeder begon. Zijn moeder wilde een café waar babyboomers zich ook thuis voelden, daarvan waren er te weinig in Nederland. Houtman: „De inrichting vond mijn moeder eerst vreselijk. Veel oudere mensen denken ‘wat moet je met die oude troep’, maar veel jonge mensen voelen zich hier juist thuis. Roemenen en Italianen herkennen de sfeer van bij hun oma.” Zelfs de koekjes hebben iets nostalgisch: mariabiscuit met suiker.

Toen Houtman terugkwam uit Berlijn miste hij cafés waar iets geks gebeurt. „Een poëzie-avond met oude Ruigoord-hippies, een klein Italiaans filmfestival, het is hier elke dag anders.”

Daarom is de spreuk So wie es ist bleibt es nicht op de muur geschreven. Café Brecht leeft bij de dag. Ook het ratjetoe aan sofa’s staat elke dag anders. „ Ik houd van die chaos. Mensen moeten zich hier vrij voelen. Daarom zullen we ook nooit aan iemand vragen of hij nog wat wil drinken. We gaan ervan uit dat iemand de weg naar de bar zelf wel weet te vinden.”