Er blijven maar absurde personages bijkomen

Black Out.

Regie: Arne Toonen. Met: Raymond Thiry, Bas Keijzer, Kim van Kooten, Katja Schuurman, Birgit Schuurman. ***

Twee meisjes in zwart leer en synthetisch rubber – de zusjes Katja en Birgit Schuurman – die kibbelen over de vraag of vrouwen in misdaadfilms altijd uit wraak moorden, of ook gewoon voor de centen, zoals mannen. En vervolgens een wanbetaler te lijf gaan met bijl en honkbalknuppel. En verder kibbelen: hoe vouw je een lijk eigenlijk in een weekeindtas?

Poptrivia en terloops geweld: vintage Tarantino uiteraard. Black Out, waarmee regisseur Arne Toonen zich na zijn succesvolle familiefilm Dik Trom opnieuw bewijst als een begenadigd stilist, verwijst wel vaker naar de jaren negentig. Het is bijna een pastiche op de oude misdaadkomedies van de Britse regisseur Guy Ritchie, voordat hij zichzelf serieus ging nemen. Met diens Lock, Stock And Two Smoking Barrels (1999) deelt Black Out een meanderend script, overbevolkt door bendes scharrelcriminelen en een ‘MacGuffin’ (het volkomen zinloze gegeven dat de plot in werking doet treden) waarop iedereen jaagt: hier een koffer met twintig kilo cocaïne. Geblunder, misverstanden en telkens nieuwe bijfiguren zorgen voor complicaties die alleen door royaal gebruik van montage, vertelstemmen, vertraging, versnelling, stopzetten of zelfs terugdraaien van het beeld helder blijven. De regie is uiterst zichtbaar.

Black Out is de eerste serieuze Nederlandse bijdrage in het genre dat ooit nouvelle violence werd gedoopt. Twaalf jaar te laat, kun je zeggen: de methode-Ritchie is al bijna een televisiecliché. Toch is Black Out, gezien zijn budget – het is eigenlijk een telefilm – opvallend goed geslaagd.

Ex-crimineel Jos Vreeswijk (Raymond Thiry) wordt vlak voor zijn huwelijk met Caroline (Kim van Kooten) wakker naast een lijk. Hij lijdt aan geheugenverlies, maar blijkt een grote partij cocaïne te hebben verloren. Vreeswijk moet ontdekken wat er de avond tevoren gebeurde en roept de hulp in van zijn oude misdaadpartner Bobbie (Bas Keijser), „niet het scherpste potlood in de doos”. Hij wordt dwars gezeten door onder meer de politie, de Russische drugsbaron Vlad en twee Antilliaanse hosselaars met een hondentrimsalon.

Onder meer, want er blijven maar absurde personages bijkomen, tot je het overzicht kwijtraakt. Wat jammer is. Arne Toonen toont in Black Out een onmiskenbaar talent voor snelle typering en komisch detail. Met name in het eerste uur munt de film uit in dynamiek, slapstick en snedige humor.

Daarna raakt de fut er helaas wat uit. Het idee van een Guy Ritchie-film is het aantal complicaties eindeloos uit te breiden tot een bevrijdende kladderadatsch, waarna de winnaars uit de kruitdampen wankelen. Black Out kent zo’n Mexican standoff, waarin iedereen elkaar onder schot houdt; toch bevredigt de afloop niet, omdat je niet helemaal begrijpt wat er gebeurt. Misschien had Toonen het beeld nog wat vaker moeten stilzetten of terugdraaien voor nadere uitleg. Toch maken de pluspunten dat gebrek meer dan goed in deze film die knettert van de spelvreugde.