Een harnasje van spieren

Acrobatiek en abseilen, trapeze, turnen, slapstick en stuntwerk; choreograaf Elizabeth Streb houdt van spektakel. Het Holland Dance Festival pakt uit met haar werk.

lets! Met een klap die plaatsvervangend pijn doet, komt een meisje in aanraking met het stootkussen aan het einde van de kabel waarlangs zij in volle vaart aan een katrol is neergezeild. Baf! Daar volgt een collega, en de volgende staat met een stralende glimlach klaar in de nok van de Drill Hall van de Park Avenue Armory in New York, een negentiende-eeuws militair bouwwerk waar ooit wapens werden opgeslagen en rekruten werden getraind. Tijdens de voorstellingen van de Streb Extreme Action Company is de enorme ruimte volgebouwd met stellages, klimpalen, een ondiep zwembadje en vreemde apparaten, en het eerste deel van de nieuwe show Kiss the Air! maakt direct duidelijk waartoe die dienen: om willens en wetens een doodsmak te maken.

Choreografe – of ‘action architect’, zoals zij zichzelf bij voorkeur noemt – Elizabeth Streb houdt zich niet bezig met wat de meeste mensen onder dans verstaan: geen elegante passen op muziek, geen esthetische constructies van lichamen, geen expressionistisch danstheater, zelfs geen conceptuele ‘Spielerei’ van ongetrainde harken. Streb is geïnteresseerd in de weerbaarheid van het lichaam, het weerstaan van de zwaartekracht en pure beweging, „de grammatica en syntaxis van acties”, zoals zij het noemt. Tijdens het Holland Dance Festival staat haar gezelschap drie dagen in het Atrium van het Haagse stadhuis. Deze zomer is haar gezelschap daarnaast te zien tijdens de Olympische Spelen in Londen, waar onder andere het Millennium Wheel, het enorme reuzenrad aan de Theems, als klimrek voor Strebs dansers zal dienen. Bijzondere locaties voor een buitenbeentje in dansland.

„Ik ben als een soort gestoorde wetenschapper op zoek naar een stelling van Pythagoras voor pure actie”, zegt zij, daags na de voorstelling. „De vragen die ik mij stel zijn bijna wetenschappelijk: wat is de optimale duur voor een bepaalde actie? Wat zijn de schakels, de overgangen, de grenzen?”

Heilige danshuisjes

Het brein achter de atletische mix van acrobatiek en abseilen, trapeze en turnen, slapstick en schoonspringen en, als het zo uitkomt, boksen en rodeo, blijkt een kleine, tanige vrouw van 61. Zonder make-up maar met stevig brilmontuur, opstandig overeind staand zwartgeverfd haar en consequent in zwarte kostuums gestoken, al dan niet à la Peter Klashorst vol met artistieke stof- en verfvlekken.

Zo cool was ze niet altijd. Eind jaren zestig volgde Streb, een geadopteerde dochter uit een arbeidersgezin in Rochester, haar dansopleiding in New York, waar destijds de flowerpower welig tierde en niet alleen de maatschappelijke maar ook alle heilige danshuisjes omver werden geschopt. De jonge dansstudente echter stond elke dag braaf in de les, gebruikte geen drugs en demonstreerde niet tegen de oorlog in Vietnam. Om haar lessen te bekostigen nam ze allerlei baantjes aan: in een donutfabriek, bij een tankstation.

„Ik was een enorme nerd”, zegt ze. Nu en dan wordt haar aandacht even afgeleid door de deelnemende kinderen aan de ‘family workshop’ die wordt gegeven door een van de veteranen van haar gezelschap. „Wat een prachtige sprint!” kraait ze enthousiast als een klein meisje langs rent en in een soepele beweging, onbevreesd over een hindernis springt. Met tevredenheid ziet ze toe hoe, na enige tijd, een aandoenlijk bleekneusje eindelijk de handen uit zijn zakken haalt en plezier, een beetje zelfvertrouwen zelfs lijkt te krijgen door de eenvoudige oefeningen.

Wat de kinderen deze ochtend samen met hun ouders doen, zijn de grondbeginselen van ‘pop-action’, de basis van Strebs bewegingsexperimenten. Pop-action, dat is staan als een standbeeld, vallen als een plank, duiken als een dolfijn. Het is opdrukken of stokstijf over de vloer stuiteren, horizontaal. Verticale voortbeweging vindt de choreografe het ultieme cliché. Wie zich daarmee bezighoudt, zal niets nieuws meer over beweging ontdekken, meent zij. „Er is toch veel meer dan rechtop lopen. Come on, er zijn andere lichaamsoppervlakken dan je voeten!”

En dus lanceren haar dansers (‘action engineers’ in Strebtaal) zich in Kiss the Air! van een springplank met pneumatisch opgevoerde vering om, tegen elke natuurlijke impuls in, doelbewust voor een flanklanding te kiezen. Of ze storten zich op alle denkbare manieren van een tien meter hoge stellage naar beneden, in een fraai boogje, voorover, achterover, kruislings, soms elkaar op een haar na rakend. Bij dit relatief esthetische nummer, door Streb ‘Menselijke Fontein’ gedoopt, klinkt een symfonie van Mozart. The Weather Girls’ It’s raining men was ook toepasselijk geweest.

Extreme krachtsinspanningen

Muziek is overigens een heikel punt voor Streb. Ze gebruikt liever soundscapes die een impressie geven van wat zich in het binnenste van de dansers afspeelt tijdens extreme krachtsinspanningen en valpartijen: „Zo’n klap opvangen vergt heel veel van het lichaam. De truc is je houding te handhaven, maar je lichaam, je vlees, je organen worden keihard door elkaar geschud. Zelfs als je zo getraind bent als mijn mensen is het ongelooflijk zwaar.” Vooral bij de vrouwen valt de sterk ontwikkelde musculatuur op: ze lijken een harnasje van spieren te dragen.

Traditionele muziek zou maar afleiden van de fysieke handeling, aldus Streb, die ook wel de ‘Evel Knievel van de dans’ wordt genoemd, naar de Amerikaanse stuntman. „Muziek is de ware vijand van dans. Muziek is bazig, muziek degradeert dans tot object. Ik breng beweging als subject.” Niet zonder koketterie vervolgt ze: „Uiteraard heb ik met deze opvatting de toorn van een deel van de dansgemeenschap over mij afgeroepen.” En inderdaad, sommige collega-choreografen zien het werk van Streb niet als dans, zelfs niet als kunst, en zijn gepikeerd omdat Streb de gevestigde danswereld beticht van elitarisme. „Maar de meeste dans ís toch elitair? Kijk naar de statistieken. Wie zitten er in de zaal? Nou dan.”

Streb is allesbehalve elitair en spreekt de taal van de 21ste eeuw. Het verzoek om telefoons uit te schakelen en geen foto’s te maken, blijkt een grap: MC/DJ Zaire Baptiste roept iedereen op zoveel mogelijk foto’s en films te maken en die, gráág zelfs, te uploaden naar YouTube of Facebook. De dansers werken van harte mee. Als twee van hen aan elastische kabels via katrollen door de ruimte worden gekatapulteerd, poseren zij als Amerikaanse superhelden: Spider Man, Superman! Een filmploeg wringt zich in bochten om het geheel meer dan levensgroot op drie grote schermen te projecteren. Hoe harder de ‘action engineers’ – plat – op de matten landen, des te enthousiaster het publiek, ook al zijn niet alle kunstjes (want zo zou je de actions ook kunnen noemen) steeds even spannend of spectaculair.

De hele show, de bewegingen, de risico’s; het is allemaal volkomen begrijpelijk, what you see is what you get en heel Amerikaans. Streb bereikt er een atypisch publiek mee, doelgroepen voor wie theaterbezoek bepaald geen vanzelfsprekendheid is. Vanaf het moment dat zij in 2003 met haar gezelschap het enorme leegstaande gebouw betrok van de Old Dutch Mustard Company in Williamsburg (Brooklyn) mogen geïnteresseerden zowel als toevallige passanten bij de repetities binnenwandelen. De voorzieningen van haar Streb Lab for Action Mechanics (S.L.A.M.) – de toiletten, de kantine, de waterfonteintjes – zijn voor algemeen gebruik. „De meeste met gemeenschapsgeld gefinancierde gezelschappen zijn alleen tijdens de voorstelling zichtbaar en toegankelijk voor het publiek. Ik wil dat S.L.A.M. een plek is waar iedereen naartoe kan gaan als-ie zin heeft, zoals je naar een park gaat. De vuilnismannen en de postbodes uit de buurt komen ook bij ons over de vloer.”

Elke week komen 360 kinderen voor workshops naar S.L.A.M., er zijn projecten voor probleemjongeren, stageplaatsen. En een intensief ‘community outreach-programma’, al houdt zij niet van de term. „Alsof Tinkerbell haar gouden elfenstof onder de mensheid verspreidt. Ik zoek naar een directe manier om contact te leggen met de omgeving. Zo kan het publiek meteen zien hoe bewerkelijk zo’n show is, hoeveel oefening en herhaling erin gaat zitten.”

Ongetwijfeld zal het publiek in het Haagse stadhuis, ook degenen die geen kaartje hebben gekocht, op het werk van Streb stuiten, of er nu openbare repetities komen of niet. De opbouw van de stellages belooft in elk geval een flinke klus te worden. Streb vindt het wel een aantrekkelijk idee. „Door dat bouwwerk blijft er een residu van mij achter waar de mensen doorheen bewegen. Zoiets geeft energie en leven aan een ruimte.”

Haar gezelschap treedt meestal op in theaters, maar alternatieve locaties inspireren haar meer. En dan volgt nog een van de soundbites waar de eigenzinnige ‘action architect’ in grossiert: „In theaters is overdag veel dode ruimte. Het is een enorm kostbare verspilling van onroerend goed.”

Holland Dance Festival, 26/1 t/m 26/2 te Den Haag. Inl. en kaarten: www.holland-dance.com