De man van 1.040 uur

Harm Beertema gaf jaren les. Nu wil de PVV-er het onderwijs redden.

Redacteuren Onderwijs

Harm Beertema baalt. Hij mag niet spreken op de grote lerarenmanifestatie, vandaag in Utrecht. Terwijl híj nota bene mede de aanzet gaf tot de landelijke stakingsdag. Op aandringen van de onderwijswoordvoerder van de PVV moeten leerlingen in het voortgezet onderwijs minimaal 1.040 uur per jaar les krijgen. En niet 1.000, zoals in het oorspronkelijke regeringsvoorstel stond.

Wat had hij willen zeggen? In zijn werkkamer in het Tweede Kamergebouw leest Beertema hardop voor: „Teruggaan van 1.040 naar 1.000 uur ten tijde van een kenniscrisis is dom. Als zelfs de leraren die van de pabo komen niet meer kunnen rekenen en spellen, moet je niet minder les gaan geven. Juist meer. En dan zo tekeergaan. Veertig uur extra is twaalf minuten per dag, verspreid over het jaar. Het is een schande dat hiervoor naar het stakingswapen wordt gegrepen.”

Beertema vermoedt dat de leraren zich door schoolbesturen voor het karretje hebben laten spannen. „Er wordt een machtsstrijd uitgevochten”, zegt hij. „Wie heeft het voor het zeggen in het onderwijs: de politiek of de bestuurders?”

Beertema’s afkeer van de „onderwijselite” ontstond in de 34 jaar dat hij werkte als leraar Nederlands. Hij bewaart goede herinneringen aan die tijd, op „moeilijke scholen” in Rotterdam-Zuid. Zijn leerlingen noemt hij „mijn meiden” en „mijn jongens”. Onderwijzen vindt hij „een prachtig vak” waarin je jongeren „voor de rest van hun leven op pad helpt”. Het waren vooral de managers boven hem die in de weg liepen met fusieplannen en onderwijsvernieuwingen.

Vanaf het eind van de jaren tachtig zag Harm Beertema (1952) zijn school, de Streekschool Zuid, veranderen. Bestuurders kregen het voor het zeggen, witte leerlingen trokken weg. Daarvoor in de plaats kwamen Turken, Antillianen en Surinamers. Een mooie uitdaging, vond Beertema. „Ze hadden vaak een taalachterstand, dus daar viel voor een leraar Nederlands eer te behalen.”

Wat hem niet beviel was de opmars van de hoofddoek. Die staat voor een wereldbeeld dat haaks staat op alle verworvenheden van de westerse samenleving, vindt Beertema. „Ik heb dat destijds ter sprake gebracht bij het managementteam, maar ik werd weggehoond, alsof ik een geheime, racistische agenda had.”

Als Beertema dit onderwerp in de Kamer ter sprake brengt, stuit hij steevast op kritiek. Hij diende onlangs een – verworpen – motie in om hoofddoekjes bij onderwijzers te verbieden. Ook andere moties van de PVV’er – over het verplicht vousvoyeren van leraren en het dagelijks hijsen van de Nederlandse vlag bij elke school – werden door zijn collega’s meesmuilend ontvangen. Het deert hem niet. „Als leraar heb je niet alleen de taak je leerlingen met kennis te confronteren. Je moet ze ook introduceren in tradities, in centrale waarden van de westerse samenleving.”

Beertema kan wel op bijval rekenen als hij zijn ongenoegen uit over de „managerskliek” die hem het plezier in zijn werk heeft ontnomen. „Toen in de jaren tachtig besloten werd veel van de zeggenschap over het onderwijs af te staan aan de sector zelf, heeft niemand kunnen voorzien dat de bestuurders zo aan de haal zouden gaan met hun macht. Inmiddels zien we waartoe dat geleid heeft: grote, onpersoonlijke scholen.”

Zijn Streekschool onderging een aantal fusies. In de jaren negentig kwamen daar de onderwijsvernieuwingen overheen. „Ik werd gedegradeerd tot een soort surveillant in een computerlokaal waar zestig leerlingen zelf maar moesten uitzoeken hoe ze hun werk deden.”

Beertema ging opiniestukken schrijven in de krant en werd bestuurslid van Beter Onderwijs Nederland (BON), een belangenvereniging van ouders en docenten die zich zorgen maken over het onderwijs.

Dat werd hem door de directie van zijn school, het Albeda College, niet in dank afgenomen. „Ze wilden me een spreekverbod in de lerarenkamer opleggen.” Na een kort lidmaatschap van de LPF – Beertema belde ooit aan bij Pim Fortuyn om met hem over onderwijs te praten – belandde hij in 2010 in de Kamer voor de PVV. Dit kabinet gaat het onderwijs redden, denkt Beertema.