Bedankt krakers, bedankt!

Krakerscollectief SWOMP voert op een duurzame manier actie tegen onnodige sloop en braakliggende terreinen. ‘Ook in de stad kun je klimaatneutraal leven.’

Het is 11 januari 2012, 7.00 uur. Het gebrom van een graafmachine en het snerpende geluid van droog hout dat wordt samengeperst en in een lege, ijzeren container klettert, echoot door de nog donkere binnentuinen van mijn slaperige stukje Amsterdamse Pijp.

Een verstoring van de ochtendstilte die twee dingen betekent. Eén: dit zal voorlopig niet de laatste keer zijn dat we wakker gemaakt worden door bouwvakkers. En twee: de krakers die drie en een half jaar lang kamp hadden opgezet in onze ‘achtertuin’, zijn voorgoed vertrokken.

Twaalf uur later, in het ‘krakerscafé’ om de hoek, zie ik ze voor het eerst van dichtbij. De mensen die ik jaren mijn officieuze achterburen mocht noemen. Al die tijd nam ik ze van een afstand waar. Ik ontwaarde hun schimmen door het hekwerk dat het gekraakte stukje land scheidde van de stoep. Of ik zag ze vanaf m’n balkon, druk doende met de steeds indrukwekkender wordende tuin.

Een praatje met ze aanknopen, heb ik al die jaren niet gedaan. Ik liep meestal langs het terrein met een boodschappentas vol spullen van Albert Heijn, een winkelketen waar zij – zo was te lezen op een van de vele pamfletten vastgemaakt aan het hek – tegen zijn vanwege hun vaak fout geproduceerde producten.

Maar ik liet ze ook met rust omdat ze eigenlijk vanaf het eerste weekend dat ze met hun caravans en tenten op het braakliggende terrein aan de Rustenburgerstraat neerstreken en zichzelf met een groot spandoek aan de buurt voorstelden als SWOMP (Slimme Woonwagenbewoners Op Mooie Plekjes), perfecte achterburen waren. Ze hebben al die tijd vrijwel geen geluid gemaakt. En van de zandvlakte die een gat in het huizenblok sloeg, maakten zij een groene oase.

Maar het allerbelangrijkste was dat ze jarenlang de bouw van een nieuw en in de buurt niet onomstreden schoolgebouw tegenhielden. Pas toen het schoolbestuur en Stadsdeel Zuid onlangs de eisen van de buurtbewoners omtrent deze bouw ruimschoots inwilligden, droegen de SWOMP’ers het terrein vrijwillig over. Dankzij hen komt er nu geen zeven verdiepingen tellend gebouw in mijn achtertuin, komt er geen ondergrondse parkeergarage die de fundering van onze huizen kan aantasten en worden de vier grote, bomen die er staan niet gekapt.

Ondanks dat ik nog nooit op het terrein ben geweest, meld ik me exact drie en een half jaar nadat het landje werd gekraakt voor de ‘SWOMP Nostalgia’-avond waar met foto’s en filmpjes wordt teruggekeken op de kraak. Acht man is aanwezig. Lang niet alle mensen van Kraakgroep de Pijp en Groenfront Amsterdam die meehielpen aan de bezetting. „Het is een doordeweekse avond”, verklaart Alex de lage opkomst. „Iedereen moet morgen gewoon weer werken.”

Alex is dertig, samen met haar vriend Joop was zij de meest structurele bewoner van het SWOMP-terrein. Jarenlang sliepen ze op steenworp afstand van mijn bed, de eerste twee jaar vrijwel iedere nacht. Joop woonde er permanent, Alex had nog een huisje ergens anders in de stad. Al kwam ze daar alleen nog af en toe, „om te douchen”.

Toen Alex en Joop in 2008 voor het eerst het terrein aan de Rustenburgerstraat opreden met hun caravan, lag het al jaren braak. Het oude schoolgebouw dat er ooit stond, was twee jaar daarvoor in allerijl – en tot verrassing van de buurt – gesloopt om te voorkomen dat het gekraakt zou worden. Vanwege de haast was de sloop al een feit voordat de bouwvergunning voor het nieuwe schoolgebouw was afgegeven. Verschillende buurtbewoners hadden bezwaren tegen de ambitieuze bouwplannen ingediend en procedures liepen bij de gemeente.

Terwijl het papierwerk vervolgens driftig rondging, bleef het aan de Rustenburgerstraat stil. Het hek dat na de sloop was geplaatst, begon te hangen. Hondendrollen en vuilnis stapelden zich op.

Tot de krakers op 11 juli 2008 met een mannetje of dertig het terrein overnamen en een ijzeren kettingslot aan het hekwerk hingen. Op de SWOMP-website was die dag te lezen dat de kraak was gezet ‘uit protest tegen onnodige sloop, langdurige leegstand en braakliggende terreinen’ en ‘omdat bezwaren en procedures, het rookgordijn dat de overheid opwerpt om kritische burgers bezig te houden, nooit werken’. Dus namen zij het heft in eigen handen.

Maar bij een simpele bezetting van de het braakliggende land bleef het niet. De SWOMP’ers hadden nóg een plan met het terrein. Ze wilden er actievoeren op een duurzame manier.

Alex: „Wij hebben een activistische achtergrond. Maar door altijd alleen maar ergens tegenaan te trappen, krijg je de muur vaak niet om. Wij wilden laten zien dat er meer manieren zijn om actie te voeren dan door jezelf vast te ketenen aan de hekken van een kolencentrale.” Daarom werd op ‘het SWOMP’ een alternatief gecreëerd voor de echte wereld waarin ‘alles draait om de economie’. Alex: „We wilden laten zien dat je klimaatneutraal kunt leven, ook in de stad.”

Er werd keihard gewerkt op het SWOMP. Het vuil werd verwijderd en over het hele terrein werden (moes)tuintjes aangelegd. Er kwam een houten fort met zonnepanelen op het dak. Grondwater werd middels een waterpomp gewonnen en er kwam een composttoilet. Met de overgebleven fundamenten van de oude school werd een broeikas gebouwd. En toen de eerste winter in aantocht was en ontruiming nog niet in zicht leek, bouwden ze een huis van stro dat tijdens de koude maanden als warme huiskamer en keuken kon fungeren. Alex: „In dat eerste jaar viel er al vroeg sneeuw en zelfs met drie dekens was het in de caravan zo koud dat we iedere ochtend wakker werden met een ijslaagje op de wanden.”

De eerste paar maanden was het SWOMP 24 uur per dag bewoond. Er werd constant rekening gehouden met gedwongen ontruiming. Maar op wat dronken studenten na die ’s nachts over de hekken probeerden te klimmen, bleef het rustig. De politie kwam een keer kijken om de kraak te registreren. Van de gemeente hoorden ze niks.

Het was zo rustig dat de SWOMP’ers overdag gewoon konden gaan werken en er weer een sociaal leven op na konden houden. Ondertussen reageerde de buurt overwegend positief op de krakers. De open dagen die de SWOMP’ers in het eerste jaar iedere zondag organiseerden, werden goed bezocht. Net als de regelmatig terugkerende veganistische barbecue waarvoor we standaard een uitnodiging in de brievenbus kregen.

Natuurlijk zijn er weleens klachten geweest, vertelt Alex achteraf in het krakerscafé. Zoals de achterbuurvrouw die last had van de stank van de houtkachel. Maar daar stond ook de familie tegenover die een donatie voor een dure, roestvrijstalen pijp kwam brengen zodat de krakers hun huis van stro veilig konden verwarmen. „Ze wilden niet dat wij in hun achtertuin zaten te bevriezen.”

En dan was er het applaus dat Alex en de andere krakers bij de laatste buurtbijeenkomst kregen als bedankje voor alle hulp.

De overwinning is inmiddels door de SWOMP’ers uitbundig gevierd in Vrankrijk aan de Spuistraat, de planten zijn verdeeld over andere buurttuinen in de stad en in het krakerscafé wordt weer over andere dingen gesproken. Alex: „Het was een uniek plekje in de stad en ik ga het zeker missen. Maar we hebben gedaan wat we wilden doen, dus het is goed zo.”

Een dag na de SWOMP-nostalgia-avond zie ik vanaf mijn balkon dat het terrein volledig is schoongeveegd. Alsof er in drie en een half jaar tijd niets is gebeurd. Er ligt een brief van het schoolbestuur in de bus. Ze hebben goed nieuws voor ons buurtbewoners; de SWOMP’ers zijn vertrokken. Over 8 weken beginnen de funderingswerkzaamheden.