Wij zijn voor windenergie maar tegen die windmolens

Energiebedrijven willen driehonderd gigantische windmolens neerzetten langs de Groningse Waddenkust. Het Rijk steunt hen. Met pijn in het hart zegt Siegbert van der Velde hier nee tegen.

Vlak voor de jaarwisseling werd bekend dat het Rijk een groot deel van de Groningse Waddenkust en de randen van de Eems-Dollard heeft aangewezen als ‘zoekgebied’ voor nieuwe windmolenparken. Vóór 2020 zou er 2.000 megawatt aan windenergie moeten worden aangelegd. Dit zijn ruim driehonderd gigantische windmolens van 6 MW. Hoewel de Natuur en Milieufederatie Groningen voorstander is van windenergie, zullen wij ons verzetten tegen deze plannen.

De Natuur en Milieufederatie realiseert zich dat de energievoorziening duurzamer moet. Hierbij is windenergie broodnodig. Dit heeft gevolgen voor landschap, natuur en leefomgeving. Wij verwachten beleid met aandacht voor omwonenden en voor de kwetsbaarheid van gebieden die geschikt zijn voor windenergie.

Tot voor kort was dit verstandige beleid er ook, maar met de Crisis- en herstelwet maakt de overheid het zichzelf onmogelijk om rekening te houden met andere belangen dan bedrijfsbelangen.

Om invulling aan Europese afspraken te geven, is tien jaar geleden al bepaald dat in 2020 in Nederland 6.000 megawatt aan windenergie op het land moet komen. Met de provincies, maar ook met de Natuur en Milieufederaties, is destijds uitgebreid overlegd hoe hieraan invulling kan worden gegeven. Hierbij zou rekening worden gehouden met hoe vaak en hoe hard het waait, met de kwetsbaarheid van landschappen, de mogelijke verstoring van radar, de nabijheid van woonhuizen en de vliegroutes van vogels en vleermuizen. Groningen kreeg de opgave om 750 megawatt windenergie op het land te plaatsen. De provincie koos ervoor om deze windmolens te plaatsen in een industriële omgeving – bij de Eemshaven, bij Delfzijl en langs de N33. Dit was verstandig beleid.

In 2010 werd de Crisis- en herstelwet ingevoerd, in een poging om de vergunningverlening voor grote projecten te versnellen. De Crisis- en herstelwet is ook van toepassing op windenergieprojecten die groter zijn dan 100 megawatt – zeventien megawindmolens. Directe gevolgen zijn dat het Rijk in één keer alle benodigde vergunningen verleent, dat de regels van de provincie en de gemeenten niet van toepassing zijn en dat de provincie en de gemeenten zich niet kunnen verzetten tegen zo’n plan.

Iedereen die een project voor zeventien megawindmolens weet in te dienen, zet de lokale overheden en alle bestemmingsplannen en regels voor ruimtelijke ordening buitenspel.

Ook het Rijk zelf staat buitenspel. Als een bedrijf een vergunning aanvraagt, mag het Rijk deze niet weigeren. De overheid moet toetsen of de aanvraag binnen de regels valt.

Wie is er in staat om in één keer zeventien megawindmolens te realiseren? Dit zijn alleen de grote energiebedrijven. Voor de lokale bevolking is zo’n project te groot. Dus gaat de winst naar de energiebedrijven. De overlast is voor de bevolking.

Waar zou een groot energiebedrijf de windmolens bij voorkeur plaatsen? Juist, in gebieden waar het veel en hard waait – bij de Groningse Waddenkust dus. Zo komt een groot deel van de landelijke opgave in Groningen terecht. Andere provincies worden ontzien. Al zou het Rijk dit liever niet willen, het kan er niks tegen doen. Onder de Crisis- en herstelwet trekken projectontwikkelaars aan de touwtjes.

Het is ons bekend dat boeren langs de Groningse Waddenkust en de Eems-Dollard al lang deals hebben gesloten met Nuon, Essent en KDE Energy. Vrijwel alle gronden zijn al in concessie gegeven aan windmolenbouwers. Dit verklaart waarom het Rijk in het overleg over een ‘Structuurvisie Windenergie’ plotseling kwam met een onhandige aanwijzing van nieuwe zoekgebieden langs de Groningse kust. Het Rijk moet wel en probeert met een toneelstukje nog de schijn overeind te houden van overleg en inspraak.

Wat betreft windenergie zitten we met een overheid die beweert dat windmolens draaien op subsidies en die anderzijds een speelbal is van het winstbejag van ontwikkelaars van windmolenparken. De overheid is machteloos.

Het landschap langs de Groningse Waddenkust en de Eems-Dollard is een van de laatste weidse, open landschappen in Nederland. De Eems-Dollard en het Gronings Wad vormen een van de belangrijkste foerageer- en rustgebieden voor trekvogels ter wereld. Het verdient het om te worden beschermd.

De bewoners van Noord- en Oost-Groningen worden geconfronteerd met schaalvergroting in de landbouw, toenemende industrie en grootschalige elektriciteitsopwekking, zonder dat ze er zelf van kunnen profiteren.

Waar de overheid niet bij machte meer is de ontwikkelingen te sturen, moeten burgers en maatschappelijke organisaties het heft in eigen hand nemen. Dit kan alleen door georganiseerd verzet tegen de plaatsing van windmolens. De Natuur- en Milieufederatie Groningen had niet verwacht ooit in die hoek te worden gedwongen. Dit spijt ons enorm, maar het is toch precies wat we gaan doen.

Siegbert van der Velde is directeur van de Natuur- en Milieufederatie Groningen.