We hebben allemaal de neiging te lang te zwijgen

Jaap Stronks (30), Martijn Beckers (37) en Willem Dudok (32) kenden elkaar al lang voor ze Johnny Wonder oprichtten, een bureau voor online strategie. Marieke Haafkes (28), ook een bekende, kwam er snel bij.

Willem: „Onze professionele levens zijn al vervlochten sinds onze studententijd. Jaap en ik begonnen met een weblog en we schreven voor universiteitsbladen.”

Jaap: „Daarna hebben Willem, Marieke en ik bij hetzelfde debatcentrum gewerkt.”

Martijn: „Ik doe hier nog niet mee.”

Willem: „Later, bij de Academie van campagnebureau BKB, leerden we Martijn kennen.”

Martijn: „Daar werd de kiem gelegd voor onze snode plannen.”

Willem:„Samen zijn we gaan kijken wat onze expertises zijn. Het raakvlak: vernieuwende communicatie.”

Jaap: „Wat wij nu dus doen, plechtig gezegd: traditionele organisaties leren wortelen in de moderne netwerksamenleving. Johnny Wonder bestaat nu ruim een jaar en we kunnen al nieuwe collega’s gaan aannemen.”

Martijn: „We twitteren, facebooken, yammeren en mailen zelf natuurlijk ook. Soms heb ik iets tegen de rest gezegd, maar weet ik niet meer of dat op Twitter of Yammer was.”

Willem: „Ik probeer minder met online communicatie te doen en meer te praten. Het nadeel is dat we in één ruimte zitten en je de rest afleidt als je iets tegen iemand zegt.”

Jaap: „Willem is zwijgzaam. Hij zit vaak met een koptelefoon op. Maar tijdens de lunch kletsen we wel.”

Marieke: „We zitten elkaar niet de hele tijd te vermaken.”

Jaap: „Nee, en we hebben ook geen Xbox. Al zou ik die wel willen.”

Martijn: „Ik ben voor!”

Jaap: „Als je met vier mensen in één ruimte werkt, is een goede samenwerking cruciaal. We hebben allemaal de neiging om te lang te zwijgen.”

Martijn: „We moeten leren om dingen uit te spreken. Dat is beter dan een heel betoog op de mail te zetten.”

Willem: „Af en toe typ ik: ha Jaap, en dan denk ik: hij zit tegenover me, ik kan het ook wel hardop zeggen.”

Martijn: „Dat ik niet al met Jaap en Willem bevriend was, maakte het voor mij makkelijker om een bedrijf te beginnen.”

Willem: „Natuurlijk beïnvloedt ons bedrijf de vriendschap tussen Jaap en mij. Ik weet nog heel goed dat Jaap belde om te zeggen dat hij vader werd. Ik ben echt blij dat mijn eerste reactie was: wat gááf. En dat ik pas daarna dacht: hoe doen we dat met Johnny Wonder?”

Jaap: „Als ik in het weekend met vrienden afspreek, is Willem niet meer de eerste die ik bel. Ik zie hem al zo vaak.”

Willem: „Maar dat ik Jaap zo goed ken, maakt het samenwerken wel makkelijker. Ik weet precies wanneer hij stoom moet afblazen. En als Jaap ineens in een flow zit en ellenlange mails gaat rondsturen, kan ik in een paar seconden beoordelen of die mails wel of niet relevant zijn.”

Martijn: „Terwijl ik dan een heel boekwerk terug ga schrijven.”

Jaap vertrekt. Hij moet een training ‘webcare’ geven aan een bedrijf. Lachend: „Leren twitteren, dus.”

Martijn vervolgt: „Ik heb me nooit buitengesloten gevoeld. Maar we hebben daar in het begin wel over gesproken.”

Marieke: „Ik heb de vriendschap tussen Jaap en Willem ook nooit als een belemmering gezien. Ik vind het eerder een belemmering dat we nog geen bedrijfsuitjes hebben gehad.”

Willem: „Maar wel wat vrijdagmiddagborrels.”

Martijn: „Meer bedrijfsuitjes, ik vind het een goed voornemen voor komend jaar.”

Met je collega(’s) in dezerubriek? Aanmelden kan via werk@nrc.nl