Wat is geluk?

People gather in front of the Jokhang Temple, not far from the Potala Palace (back), during the Butter-lamp Festival in Lhasa, Tibet Autonomous Region, December 20, 2011. Tibet on Tuesday embraced its annual Butter-lamp Festival, which falls on the 25th day of the 10th month of the Tibetan calendar every year in commemoration of Tsong Khapa, the founder of the Gelug sect of Tibetan Buddhism, Xinhua News Agency reported. Picture taken December 20, 2011. REUTERS/China Daily (CHINA - Tags: ANNIVERSARY RELIGION) CHINA OUT. NO COMMERCIAL OR EDITORIAL SALES IN CHINA Een blik op een mensenmenigte tijdens het Boterlampfestival in 2011, vanaf de Jokhangtempel in de Tibetaanse hoofdstad Lhasa. Foto Reuters / China Daily

Wat is geluk? Voor mij is dat na een lange afwezigheid naar Lhasa terugkeren, door mijn moeder geknede tsampa eten, een knuffel van mijn nichtje met haar heldere ogen krijgen, de bakjes met zuiver water op het huisaltaar schoonmaken, of op het balkon van het warme zonlicht genieten terwijl ik bijna doof word van het geblaf van de schaapshond die naar mij kijkt, in slaap vallen bij een brandend wierookstokje uit de Mindrolingtempel als het ’s avond koud wordt. Dat zijn voor mij momenten van geluk, het eenvoudige geluk van iemand die ver van zijn thuis woont.

In zijn populaire gedicht ‘Ik ben Tibetaans’, met de regel ‘in deze totalitaire winter / heb ik dit gedicht gemaakt!’ heeft de jonge dichter Gade Tsering uit Amdo het ook over geluk. Over zijn ouders, die hij allebei heeft verloren, schrijft hij: ‘In een droom heb ik mijn ouders gezien / wat een geluk was dat. / Ik ben ervan overtuigd dat ik op dat moment / niet verdrietig was.’ Deze tweetalige dichter heeft ook nog geschreven: ‘Wanneer ik mijn moedertaal spreek, voel ik mij,/ daarvan ben ik overtuigd, rustig en gelukkig!’ Dergelijke gevoelens ontstaan door levenservaringen, het is een geluk dat heel persoonlijk is en dat je tot tranen toe roert.

Op de eerste dag van het Losarfeest van 2010, de nieuwjaarsdag van de Tibetaanse kalender, ging ik nog voor het licht was naar de Jokhangtempel om mijn eer te bewijzen aan de Boeddha. Ik had niet verwacht dat er zoveel gelovigen zouden zijn, het stond er vol met lange, kronkelende rijen. Onnoemlijk veel Tibetanen waren in alle vroegte van heinde en verre gekomen en naderden stap voor stap het standbeeld van de Jowo Rinpoche, die de mensen troost brengt. Omdat ik deze dag in voorgaande jaren altijd in de Jokhangtempel heb doorgebracht, heb ik dit tafereel van de opgewonden menigte vaak mee gemaakt: krioelende mensen, bewegende schaduwen, het kabaal van stemmen, en in de gouden lichtstralen kijkt de Jowo Rinpoche, die vele ontberingen heeft doorstaan, lachend naar die vrome massa. Ja, dat is een moment van geluk. Bij het zien van dat alles zouden zelfs mensen met een hart van ijzer en steen nog aangedaan zijn en het wapen in hun hand op hun rug verbergen.

Dat jaar moest ik het met mijn herinneringen doen. Want hoewel ik bijna vier uur in de rij had gestaan, was de eerste deur van de Jokhangtempel nog ver weg, en ik had thuis iets te doen, zodat er niets anders op zat dan terug te keren. In ieder geval had ik de hartslag van mijn volk gevoeld. Maar in feite wil ik het helemaal niet hebben over de pelgrims in hun schapenleren kleden, in hun Tibetaanse kledij van serge of in hun modieuze kleren uit de hoofdstad; ik wil het hebben over die bewapende lieden in hun groene en donkerblauwe legeruniformen en de mensen in burgerkleding met speciale missies; zij waren er in groten getale – zou er naast elke pelgrim een militair of politieman lopen?

De viering van de Tibetaanse nieuwjaarsavond op de televisie, bijvoorbeeld, was juist een en al rood. Alle progamma’s legden de nadruk op één onderwerp, namelijk geluk. Natuurlijk was ook dat geluk rood, het rood van de vlag met de vijf sterren. En alle rode gezichten straalden! Van de presentatoren en de artiesten op het podium tot de ambtenaren en het speciaal geselecteerde publiek onder het podium – allemaal hadden ze een oneindig gelukkige lach. Er werd eenvoudigweg een geluk gecreëerd dat Tibet nooit eerder in zijn geschiedenis heeft gekend. Eén programma gaf je zelfs kippenvel van geluk, daarin zongen zangeressen in Tibetaanse jurken heel gevoelig voor acteurs in legerkleding: ‘Goed zo, de lachende gezichten van de soldaten…’ Het verleidelijke programma maakte dat heel Lhasa vol raakte van een vals gevoel van geluk, maar dat bleek niet lang bestand tegen de geweren in de handen van vijandelijke militairen, die de dagelijkse realiteit vormen.

Geluk dient zich toch niet aan in de schaduw van wapens? Geluk wordt toch niet verwezenlijkt wanneer je het gedwongen voortdurend op de lippen hebt? Toen ik daar ooit met mijn spirituele leermeester over sprak zei hij rustig, met de kalmte van een praktiserend boeddhist: ‘Echt geluk is innerlijk geluk, en dat geluk is niet met geld te koop, je krijg het ook niet door leugens, en nog minder kun je het afdwingen met wapens.’ Vervolgens schikte hij zijn kleed een beetje en zei veelbetekenend: ‘Maar geluk is wel waar iedereen naar verlangt.’

Vertaald door Silvia Marijnissen