Voorbeeld Koude Oorlog

Omdat Iran verder aan een kernwapen werkt, heeft de Europese Unie besloten tot een boycot van Iraanse olie. Deze maatregel treft beide partijen. Hier is de olieprijs onmiddellijk gestegen, tot 111 dollar per vat. Aan de andere kant van het front wordt de economie verder ontregeld. Zullen president Ahmadinejad en de mullahs hierdoor tot een beter inzicht worden gebracht? Of is het de stille hoop van Brussel en Washington dat er weer een volksopstand zal komen, zoals in 2009, en dat die deze keer wel zal slagen? In elk geval is het niet waarschijnlijk dat Teheran door deze boycot ogenblikkelijk zal worden gebracht tot een vreedzamer inzicht.

Daarom moeten we er rekening mee blijven houden dat het binnen afzienbare tijd zo ver zal zijn. Ergens in een woestijn of op volle zee is een kernbom ontploft. De president meldt trots en dreigend dat dit het werk is van het Iraanse volk en zijn eminente geleerden. De internationale consternatie is onbeschrijflijk, maar afgezien daarvan – wat schiet Iran ermee op?

Laten we even teruggaan naar de Koude Oorlog, de veertig jaar van de kernwapenwedloop tussen de supermachten. Na een reeks topconferenties werd in 1958 een moratorium op kernproeven bereikt, maar op 30 oktober 1961 liet de Sovjet-Unie de Tsar Bomba ontploffen, een bom van vijftig megaton, het zwaarste kernwapen aller tijden.

Een jaar later kwam de Cubacrisis. Moskou had raketten op het eiland geplaatst. Dit was onduldbaar voor Washington. Ze werden weer weggehaald. In 1963 werd de Rode Telefoon ingesteld, de directe verbinding tussen het Kremlin en het Witte Huis. Dit is de paradox van de Koude Oorlog. Terwijl de bewapeningswedloop escaleerde, deden beide partijen er alles aan om een gewapende uitbarsting te voorkomen. Ondanks alle propaganda en wederzijdse vervloekingen beseften ze dat een werkelijke oorlog tot wederzijdse zelfmoord zou leiden. Dit was de vreedzame co-existentie, in stand gehouden door constant diplomatiek verkeer en topconferenties.

Sinds de verwoesting van het World Trade Center heeft het hieraan ontbroken. Het Westen en het moslimextremisme voeren een asymmetrische oorlog. We hebben dodelijke vijanden, maar geen gesprekspartners meer. Onze tegenstanders hebben de atoombom vervangen door de bermbom en de zelfmoordbom. We vechten terug met steeds verder geavanceerde middelen, de drones. We steunen de opstanden tegen deze vijanden vanuit de lucht, zoals in Libië, maar het resultaat blijft uit. In plaats van een ouderwetse overwinning komt er nieuwe chaos, die opnieuw onze machteloosheid bewijst. Syrië is hiervan het jongste voorbeeld.

Nu dient zich een tegenstander aan die op de ouderwetse manier dreigt een kernwapen te maken. Wat zou Iran hiermee willen? Zich als kernmacht in de regio vestigen? Politieke invloed afdwingen? Bij wie? De praktijk van bijna driekwart eeuw heeft bewezen dat een kernwapen hiervoor onbruikbaar is. Of wil het zich verdedigen tegen andere kernmachten? Of zou het straks met zijn bom Israël van de kaart willen vegen, zoals de president zich eens heeft laten ontvallen? Dit zou voor Iran collectieve zelfmoord betekenen en voor de hele regio de volgende periode van vernietigende chaos.

De verhouding tussen Iran en het Westen is de afgelopen weken aanzienlijk slechter geworden. Teheran dreigt met afsluiting van de Straat van Hormuz en heeft raketten afgeschoten om te laten zien dat het hiertoe in staat is. Washington heeft laten weten dat het zo’n maatregel niet zal toelaten. De spanning loopt weer oncontroleerbaar op. In de Koude Oorlog zagen de wereldleiders er niet tegenop weer eens een topconferentie te houden, maar Obama, Barroso, Netanyahu met Ahmadinejad aan één tafel? Je moet wel een reddeloos op hol geslagen, pacifistische fantast zijn om je dit voor te stellen. Dit betekent dat de escalatie voorlopig verdergaat.

In de International Herald Tribune van gisteren staat een artikel van Bill Keller. Hij is voormalig correspondent in Moskou en was daarna hoofdredacteur van The New York Times – een man met ervaring. Bomb-bomb-bomb, bomb-bomb-Iran?, staat erboven. Hij beschrijft hoe de druk op de president om een chirurgische aanval uit te voeren, toeneemt in de ontluikende Amerikaanse verkiezingsstrijd . Het is een alarmerend verhaal. Tot dusver is het Westen erin geslaagd een consistent beleid te voeren, met vermijding van wapengeweld. Obama heeft zich indertijd bereid verklaard tot onderhandelen, maar Ahmadinejad was niet ontvankelijk. Intussen lijkt de wereldopinie – een wankele, onberekenbare factor – meer geneigd tot een totale boycot van Iran, maar het kan nog lang duren voor het zover is. Als het zou gebeuren, zal Iran dan proberen de Straat van Hormuz te sluiten, waardoor ook de olie-export van Koeweit, Irak en Saoedi-Arabië zal worden getroffen? Dit wordt zeker oorlog, zij het zonder kernbom.

Intussen wordt de Amerikaanse verkiezingsstrijd verbitterder. Dit kan de kans op een preventieve aanval door het Westen, misschien door een Israëlisch-Amerikaans bondgenootschap, doen toenemen, met averechtse gevolgen. Om te beginnen: het Iraanse volk wordt een verbitterde eenheid, de chaos in de regio is onbeschrijfelijk en in het Westen is de olieprijs verdubbeld. Neem een voorbeeld aan de diplomatie in de Koude Oorlog.