Terug naar politieke centrum

President Barack Obama is meer een cerebrale knokker dan een straatvechter. Uiteraard heeft hij de laatste State of the Union voor de presidentsverkiezingen van november, de jaarlijkse ‘troonrede’ voor het Congres in Washington die hij vannacht hield, gebruikt om de toon voor zijn herverkiezingscampagne te zetten.

Maar hij deed dat behoedzaam. Al waren zijn steken onder water naar zijn Republikeinse tegenstanders zo duidelijk als wat. Zo zei Obama dat er een belastingwet moet komen, zoals de miljardair/investeerder Warren Buffett heeft voorgesteld. Iedereen die meer verdient dan een miljoen dollar per jaar, zou minimaal 30 procent moeten betalen. Mitt Romney, de Republikeinse kandidaat die vooral inkomen uit vermogen haalt en niet uit arbeid, betaalt nog geen 15 procent, zo weet iedereen inmiddels nu hij dat onder druk bekend heeft moeten maken. Om de hint zichtbaar te maken, zat de secretaresse van Buffett in de zaal. Net als de secretaresse van Romney betaalt zij procentueel meer belasting dan haar baas.

Obama kon niet anders. Ondanks de polarisatie in de Amerikaanse politiek die zich ook maatschappelijk vertaalt – grof gezegd tussen de antistatelijke Tea Party en het antikapitalistische Occupy – worden de presidentsverkiezingen beslist door de zwevende kiezers in het centrum.

Tweederde van dit onbestemde midden is ontevreden over het economische beleid van de zittende president. Tegelijkertijd vreest tweederde van alle kiezers dat de groeiende inkomensongelijkheid tot harde maatschappelijke ‘conflicten’ gaat leiden. De kloof tussen arm en rijk is daarmee een grotere bron van zorg geworden dan immigratie.

In het wat opgewonden spraakgebruik, zeker onder Republikeinen, heet een politiek die hierop inhaakt in de VS al gauw ‘klassenstrijd’. Obama stelde daar in de State of the Union tegenover dat het een kwestie van „gezond verstand” is om deze kloof te overbruggen.

Tevens liet hij blijken dat hij dit laatste jaar van zijn eerste termijn geen energie meer zal steken in moeizame compromissen met het door Republikeinen gedomineerde Congres. Kortom, Obama gokt erop dat hij zonder concrete wetgeving en dromerige vergezichten de massa van de electorale macht in november kan terugwinnen.

Zijn Republikeinse opponenten hadden natuurlijk geen goed woord over voor de presidentiële rede. Maar echt hakken deden ze niet. Ten dele waarschijnlijk omdat ze nu vooral nog met elkaar bezig zijn. Maar toch ook omdat zij eveneens de weg naar het centrum moeten zoeken.

En dat is positief. Of het nu gaat om culture wars of class warfare; het is tijd dat de middengroepen weer in het hart van de politiek staan.