Technisch filmer uit de Europese school

De films van de Griekse cineast Theo Angelopoulos zitten vol bannelingen die vergeefse pogingen doen ergens thuis te horen.

De Griekse cineast Theo Angelopoulos heeft een zeer herkenbare en bijzondere filmstijl. In bewonderenswaardige camera-instellingen die vaak lang duren filmt hij vanaf een discrete afstand figuren in een landschap. De camera beweegt langzaam en aan het eind van de shot is de compositie in het kader altijd perfect.

Het zijn technisch complexe shots die er echter moeiteloos gechoreografeerd uitzien. Ze lopen vooruit op de filmstijl van bijvoorbeeld iemand als Béla Tarr (bekend van onder andere Sátántangó, Werckmeister harmóniák en het recente The Turin Horse) en Nuri Bilge Ceylan (wiens Once Upon a Time in Anatolia nu in de bioscoop te zien is).

Angelopoulos maakte prachtige, vaak politiek geladen films. Niet alleen door de nadruk op stijl zijn Angelopoulos’ films typisch Europees, ze gáán ook over de geschiedenis van Europa in de twintigste eeuw. Zijn films zitten vol bannelingen die ergens willen thuishoren maar dat door oorlog of etnische conflicten niet kunnen.

De films van Theo Angelopoulos zitten vol cinematografische hoogstandjes, waarbij op de geluidsband een symfonie van alledaagse geluiden te horen is en hypnotiserende muziek, meestal van zijn vaste componiste Eleni Karaindrou.

Angelopoulos gebruikte het bioscoopdoek als scherm van reflectie. Met zijn filmstijl zette hij de tijd als het ware stil, waardoor de toeschouwer zijn blik ook naar binnen kan richten. Angelopoulos maakte contemplatieve cinema, die bewust in de Europese traditie staat van filmmakers als Andrej Tarkovski en de Hongaarse regisseur Miklós Jancsó. Zijn doorbraakfilm, het bijna vier uur durende De komedianten (O thiassos, 1975), telt slechts tachtig shots. Het is een stijl die kan betoveren, waarbij Angelopoulos vaak binnen één shot, zonder te monteren, ook even terug- of vooruitging in de tijd. Tijd was voor hem cyclisch, niet lineair.

De cinema van Angelopoulos gaat in meerdere opzichten over tijd en beweging. Hij maakte graag historische films over zijn eigen geboortegrond, Griekenland. In De komedianten doorkruist een stel toneelspelers te voet Griekenland, een land dat altijd in brand staat. De acteurs lijden onder de fascistische bezetter, maar ook onder de communisten. Angelopoulos maakte zijn gedurfde filmische parabel terwijl Griekenland nog werd geleid door het kolonelsregime.

Angelopoulos won in 1998 de Gouden Palm op het filmfestival van Cannes, voor De eeuwigheid en een dag (Mia aioniotita ke mia mera). Hierin kijkt een stervende schrijver (Bruno Ganz) terugkijkt op zijn leven en liefdes, terwijl hij zich ontfermt over een jonge Albanese vluchteling. Het is een sublieme meditatie over de verstrengeling van het persoonlijke en het politieke, en de band tussen leven en kunst.

Eerder moest de Griekse regisseur tot zijn grote ontsteltenis genoegen nemen met de juryprijs voor Ulysses’ Gaze (1995). Deze film bevat onder andere de prachtige shot van een groot standbeeld van Lenin dat langzaam over een rivier wordt vervoerd – het eind van het communisme mooi gevat in één onvergetelijk beeld.

Theo Angelopoulos stierf in het harnas. Hij werd aangereden op de set van zijn nieuwe film, The Other Sea, wat het sluitstuk van zijn trilogie The Weeping Meadow moest worden. Theo Angelopoulos werd 76 jaar oud.