Syrië laat missie Liga blijven

Syrië heeft gisteren ingestemd met een verlenging van de waarnemersmissie van de Arabische Liga met een maand. De waarnemersmissie raakt echter hoe langer hoe meer omstreden. Volgens critici uit het buitenland maar ook van de kant van de Syrische oppositie verlenen de waarnemers het gewelddadige optreden van het bewind van president Bashar al-Assad legitimiteit, hoewel de missie juist is opgezet om het geweld tegen te gaan.

Ook binnen de Arabische Liga bestaat verdeeldheid over het nut van de waarnemersmissie. Zes landen van de Samenwerkingsraad voor de Golf (GCC), waaronder Saoedi-Arabië, kondigden gisteren aan dat ze hun waarnemers, 52 in totaal, uit Syrië terugtrekken. Daardoor blijven er nog zo’n 110 waarnemers over.

Volgens de GCC-staten, die tevens lid zijn van de Liga, is de missie nutteloos gebleken omdat het bloedvergieten onverminderd is doorgegaan.

Volgens de VN zijn er sinds het begin van de missie in december, die bedoeld was om een vredesplan van de Liga kracht bij te zetten, ten minste 400 doden gevallen. Eerder waren er al 5.000 mensen om het leven gekomen bij de protesten tegen het bewind van Assad.

Intussen hebben Groot-Brittannië, Frankrijk en de Verenigde Staten felle kritiek uitgeoefend op Rusland wegens zijn voortgaande wapenleveranties. Vooral de Britse gezant bij de VN, Lyall Grant, trok van leer. „Het is glashelder dat het leveren van wapens in een instabiele en gewelddadige situatie onverantwoordelijk is en het bloedvergieten slechts aanwakkert”, zei hij tijdens een vergadering van de Veiligheidsraad, zonder Rusland overigens bij naam te noemen.

De Syrische minister van Buitenlandse Zaken, Walid al-Moallem, toonde zich gisteren niet onder de indruk van de groeiende kritiek uit het buitenland. „Of ze nou naar New York gaan of naar de maan, zolang ze zelf de tickets betalen, is het hun zaak”, schamperde hij op een persconferentie in Damascus.

De kans dat de Veiligheidsraad van de VN instemt met een interventie in een of andere vorm in Syrië is gering. Zowel Rusland als China heeft aangegeven daar in het geheel niet voor te voelen. (Reuters, AP, AFP, BBC)