Stilte voor de clash

Hoewel de meeste Schotten niet uit het Verenigd Koninkrijk willen stappen, komt er toch een referendum. En de relatie met de Engelsen staat weer op scherp.

„Engelsen zijn arrogant”, vindt de Schot

Correspondent Verenigd Koninkrijk & Ierland

Inverness. Het zijn van die kleine dingen die haar irriteren aan de Engelsen, zegt Lorraine O’Brae. Dat als tennisser Andy Murray wint, hij volgens de Engelse sportcommentatoren een Brit is. Maar als hij verliest, hij altijd een Schot is. Dat als het sneeuwt in Engeland, het onmiddellijk voorpaginanieuws is. Terwijl ze in de Highlands niet beter weten in de winter. „En heb je wel eens geprobeerd om in Londen met Schotse ponden te betalen?” vraagt ze.

Niet dat de 26-jarige afgestudeerde politicologe ooit in de Britse hoofdstad is geweest, ze heeft het net als veel van haar leeftijdsgenoten van horen zeggen. Londen is ver van Inverness, niet alleen fysiek – 903 kilometer – maar ook mentaal.

Dat er weinig liefde is tussen de Schotten en de Engelsen wordt in Inverness en omstreken snel duidelijk. Engelsen zijn de mensen met vakantiehuisjes, die hier „alleen komen om te jagen en te vissen”, zegt een mopperende oudere man in Dores, aan Loch Ness. Engelsen „vinden ons dom”, zegt een winkelende verpleegster in Alness, een van de snelst groeiende dorpen in de Highlands. Engelsen „zijn arrogant”, zegt een wandelaar op de hei van Culloden, waar de Schotten door de Engelsen werden verslagen. Engelsen profiteren van onze olieopbrengsten, zegt de fish ’n chips verkoper in Invergorden, waar de boorplatformen op zwemafstand van het dorp liggen.

Maar willen ze dan onafhankelijkheid voor Schotland? Nee. Uit een nieuwe peiling blijkt dat 61 procent tegen onafhankelijkheid is en 39 procent voor.

Toch ligt onafhankelijkheid sinds twee weken weer op ieders lippen. Het begon met een opmerking van de Britse premier David Cameron in een tv-programma. Hij zei dat de Schotse economie lijdt onder de onzekerheid over de toekomst van het land binnen het Verenigd Koninkrijk, nu de nationalisten in Schotland aan de macht zijn. Er zou daarom „zo snel mogelijk” een referendum over onafhankelijkheid moeten worden gehouden, zei de premier.

Vanuit Edinburgh werd woedend gereageerd en gesproken van „schaamteloze inmening”. De Scottish National Party (SNP), die een meerderheid heeft in het Schotse parlement en de regering vormt, wil óók een referendum, maar onder eigen voorwaarden.

Om dat te benadrukken, kwam Schotlands eerste minister Alex Salmond in reactie op Cameron met een datum: het referendum zal in de herfst van 2014 worden gehouden. Naast de vraag over onafhankelijkheid wordt ook gevraagd of Holyrood, het Schotse parlement, nog meer bevoegdheden moet krijgen. Vandaag zal Salmond zijn plannen toelichten.

Salmond nodigde Cameron uit om te komen praten – wat in eerste instantie werd afgewimpeld met het formele argument dat Salmond zich tot de minister voor Schotland moet richten – niet tot de Britse premier. Dat versterkte in Edinburgh het ongenoegen – wat na dagen van politiek gekrakeel ook doordrong tot politiek Londen. Uiteindelijk zullen de twee premiers binnenkort toch gaan praten.

De clash tussen Schotland en de rest van de Unie zat er aan te komen. Vorig jaar mei werd de SNP bij regionale verkiezingen de grootste partij. Labour, dat te Engels zou zijn geworden, werd door de kiezer afgestraft. De nationalisten richtten zich daarentegen op lokale kwesties en hadden laten zien dat ze regeringswaardig waren. Onafhankelijkheid speelde toen slechts een bijrol. Maar de beweging er naar toe is gaande sinds de zogenoemde devolutie in 1999, de overheveling van centrale macht. Toen kreeg Schotland een eigen parlement, Holyrood, dat over onderwijs, gezondheidszorg, huisvesting en landbouw besluiten mag nemen. Monetaire zaken, buitenlandse zaken en defensie worden in Londen geregeld.

Het idee was dat ‘devolutie’ het Verenigd Koninkrijk sterker zou maken. Het tegendeel gebeurde: het gaf de Schotten het zelfvertrouwen dat ze het verstandshuwelijk met de Engelsen (en Welsh en Noord-Ieren) helemaal niet nodig hadden. Buiten het zicht van Londen leidde eerste minister Salmond bijvoorbeeld Schotse handelsmissies naar India, China en Scandinavië. En tot ongenoegen van Londen pleit hij juist voor sterkere banden met de Europese Unie.

„Niet alleen fysiek, maar ook mentaal zijn we van Westminster naar Holyrood verhuisd”, zegt Stewart Nicol van de Kamer van Koophandel van Inverness en omstreken. Hij bedoelt: als je als burger of bedrijf iets wil, klop je in Edinburgh aan. Dáár zit iedereen die er voor de Schotten toe doet.

Wat hijzelf van onafhankelijkheid vindt, wil Nicol niet zeggen. Als voorzitter van de Kamer van Koophandel probeert hij politiek neutraal te blijven. „Onder onze 350 leden is een aantal zeer sterk voor onafhankelijkheid, maar anderen zijn stevige unionisten.” Maar op de vraag of de geboren en getogen Schot in Engeland zou willen wonen, zegt hij: „Not a chance.”

In Culloden staat de 41-jarige Catherine Cameron een sigaret te roken. Ze tuurt over de berijpte hei, waar – zo weet ieder Schots schoolkind – op 16 april 1746 de Schotten Schotland verloren. Ze vochten aan de zijde van troonpretendent ‘Bonnie’ Prince Charlie Stewart, die de Schotten een eigen parlement in het vooruitzicht stelde. Maar het Huis van Hannover won en verbood onder meer de clanstructuur, het Gaelic, het dragen van een kilt en de Schotse ruit.

Catherine Cameron trekt een parallel met het heden. Want de strijd die zo bloedig eindigde in Culloden verdeelde de Schotten ook onderling: een deel geloofde dat Schotland onder de Britse monarch economisch werd achtergesteld, anderen vonden dat de Schotten beter af waren binnen de Unie. „Als we niet oppassen, laten we dat weer gebeuren. Salmonds voorstel zorgt nu al voor verdeeldheid.” Ze merkt in gesprekken met vrienden en collega’s: het onafhankelijkheidsdebat roept veel emoties op.

Net als veel Schotten (58 procent) is ook zij voor meer bevoegdheden voor het Schotse parlement. Zo zou Edinburgh bijvoorbeeld zelf belasting moeten kunnen heffen. Maar volledige onafhankelijkheid? Ze ziet het niet voor zich: „Waarom zou je iets repareren wat niet kapot is?”

Zo denkt de 70-jarige oud-sergeant Vincent Riley er ook over. Met „meer financiële zeggenschap zouden we onze hand niet hoeven ophouden in Londen alsof we kinderen zijn die zakgeld krijgen”. Trots somt hij op wat de Schotten de wereld allemaal hebben gegeven: de stoommachine (James Watt), de telefoon (Alexander Graham Bell), penicilline (Alexander Fleming), de televisie (John Logie Baird). En hij zegt: „Als de Britten ergens in de wereld vechten, zijn het bijna altijd de Schotten die als eersten het strijdperk betreden.” En bitter: „Niet dat de Engelsen dat waarderen.” Maar de Unie noemt hij heilig, en voor de koningin zou hij zijn leven geven.

Desondanks kunnen de unionisten niet gerust zijn. Allereerst hebben ze (nog) geen aansprekende voorman die het tegen Salmond opneemt. Bij de verkiezingen vorig jaar mei werden Labour en de Liberaal-Democraten in Schotland weggevaagd – beide partijleiders stapten op en de nieuwelingen ontberen ervaring. De Conservatieven hebben nooit wat voorgesteld in Schotland en hebben er nu slechts één Lagerhuislid. „We hebben zelfs meer panda’s in Schotland” is de grap die daarover wordt gemaakt.

Het tweede probleem is dat de andere partijen hun beste mensen naar Westminster sturen. Daar kan je als Labour- of LibDem-politicus carrière maken binnen de partij. Holyrood krijgt de tweederangspolitici, zeggen veel Schotten. Dat betekent ook dat de mondige en doortastende unionisten die het qua charisma en passie voor de Schotse zaak zouden kunnen winnen van Salmond, allemaal in Londen zitten. Zoals Douglas Alexander, oud-minister van Europese Zaken en nu schaduwminister voor Buitenlandse Zaken binnen de Labour-partij. Of Alistair Darling, oud-minister van Financiën, die zich in een interview met The Observer al tegen onafhankelijkheid uitsprak. „De nadelen zijn enorm, de risico’s verschrikkelijk en de onzekerheden zijn het niet waard om deze gok te nemen”, zei hij. Ook hij wil de handschoen niet opnemen: vanuit een Londense sofa interveniëren in Schotse zaken wakkert het nationalisme alleen maar aan.

Zoals Stewart Nicol van de Kamer van Koophandel van Inverness het zegt: „Het is iets in de Schotse psyche. Als we David Cameron horen zeggen ‘Schotland redt het niet alleen’, dan denken wij alleen maar: oh, is dat zo? Als we George Osborne horen zeggen ‘Schotland mag de pond niet houden als het onafhankelijk is’, dan denken wij: dat zullen we nog wel eens zien.”