'Politieke stunt' raakt Turken in de ziel

Zelfs Turken die kritisch zijn jegens hun regering zien de Franse wet als pesterij. Ze dreigen met represailles

Correspondent Turkije

ISTANBUL. Boven op de berg die de Armeense hoofdstad Yerevan in de rug beschermt tegen buitenlandse legers ligt een tuintje vol jonge aanplant. Een boom voor elk land, elke leider die de massaslachting op de Armeniërs in 1915 heeft erkend als genocide. Het boompje voor Arnold Schwarzenegger, voormalig gouverneur van Californië, staat niet ver van de inmiddels stevige stronk voor de Franse regering die in 2001 al per wet bepaalde dat er sprake was van volkerenmoord in het instortende Ottomaanse Rijk.

De goedkeuring door de Franse Senaat van de wet die het nu verbiedt de Armeense genocide te ontkennen, wordt in Turkije gezien als de zoveelste buitenlandse pesterij. „Het boeit ons niet wat ze beslissen. Wij twijfelen niet over onze geschiedenis, wij zijn zeker van onze zaak”, schreef de regeringsgezinde krant Sabah gisteren.

In de straten van Istanbul wordt de wet de Franse president persoonlijk aangewreven. Het patent op toiletrollen met de naam Sarkozy is al aangevraagd. „Sarkozy wil alleen maar de Armeense stemmen veiligstellen voor de verkiezingen”, zegt een man die zich alleen met zijn voornaam Ugur voorstelt. De krant die hij leest, kopt dreigend over de „grote gevolgen” voor de Fransen. Het ministerie van Buitenlandse Zaken in Ankara weet dat Frankrijk Turkije ook nog nodig heeft na de presidentsverkiezingen. In het Midden-Oosten bijvoorbeeld. De Franse luchtmacht benutte Turkse luchtmachtbases voor bombardementen op Libië. Ankara en Parijs waren al in overleg over een eventuele bufferzone aan de Syrische grens. En anders zijn er nog de Franse miljardeninvesteringen in deze snelgroeiende economie. De kranten wezen al op de 40.000 auto’s die Peugeot hier jaarlijks produceert.

Die dreigementen zijn niet nieuw. Toen het Franse parlement in 2001 per wet bepaalde dat de massaslachting volkerenmoord genoemd moest worden, was er ook een oproep tot boycot van Franse producten. Die oproep vond weinig gehoor. De Turken hebben misschien moeite met Fransen, maar niet met hun producten.

Sinds 2001 is er wel veel veranderd in het debat over de Armeense kwestie. De moord op de Armeense schrijver Hrant Dink in 2007 zorgde voor een ommekeer. Afgelopen donderdag herdachten tienduizenden Turken zijn dood. Het was tevens een protest tegen de Turkse staatsideologie die sinds de val van het Ottomaanse Rijk de minderheden en hun geschiedenis probeert te vergeten. Op die herdenking werd de Franse wet als een aanval gezien op de vrijheid van meningsuiting, waarvoor in Turkije zo hard wordt geknokt. „Europa maakt zich schuldig aan dezelfde onvrijheid als de Turkse staat”, zei betoger Özlem Cevik.

Turkse schoolboeken ontkennen niet dat in 1915, bij het uiteenvallen van het Ottomaanse Rijk, honderdduizenden Armeniërs werden vermoord. Diezelfde schoolboeken hameren ook op de honderdduizenden slachtoffers aan Turkse kant. De Armeniërs werden gezien als de vijfde colonne van het Russische Rijk die op de landbouwgronden in het oosten aasden. Wie in het openbaar zegt dat er sprake was van „genocide” op de Armeniërs, pleegt een misdrijf in Turkije.

Sinds de moord op Hrant Dink worden avonden gevuld met discussies over de geschiedenis. Premier Erdogan bood eind vorig jaar zelfs namens de staat zijn excuses aan voor de massaslachting op Koerden en Armeniërs eind jaren dertig. Nog nooit eerder vertoond. Volgens het hoofd van het enige Armeense dorp in het oosten van Turkije kan Frankrijk zich maar beter niet met dit onderwerp bemoeien. Turkije bepaalt zijn eigen tempo. De krant Radical berichtte: „Dit onderwerp is op de agenda gezet voor politiek gewin.”