Obama wil er zijn voor de 98 procent

In zijn State of the Union lanceert Barack Obama zijn verkiezingscampagne. Zijn boodschap: de gewone man en het leger belichamen de waarden van Amerika. Hij belooft de rijksten aan te pakken, te beginnen met Mitt Romney

Barack Obama’s campagne om te worden herkozen is begonnen. De derde State of the Union van de president, gisteren uitgesproken voor het Congres in Washington, bevatte de kern van de boodschap waarmee Obama de strijd wil aangaan met zijn Republikeinse tegenkandidaat.

Obama koos voor ‘klein’ als ideaal: het kleine bedrijf dat weer wil produceren, de loonarbeider die bijgeschoold wil worden, de secretaresse die meer belasting betaalt dan haar baas, een miljardair.

Voor die ‘middenklasse’ (98 procent van de bevolking, volgens Obama), wil hij nu opkomen. De Amerikaanse overheid moet de vrije markt stimuleren, maar burgers beschermen tegen de uitwassen ervan, zoals ongelijkheid in inkomens en het verdwijnen van productie naar goedkopere landen.

Obama presenteerde zich als staatsman die de partijpolitiek ontstegen is. Hij zette zich hard en soms populistisch af tegen „het gebroken Washington”, waar de partijpolitiek de oplossingen in de weg staat. Bewust zette de president zich af tegen „Republikeinse en Democratische waarden”, en zette hij daar „Amerikaanse waarden” tegenover.

Hij koos een middenweg tussen partijpolitieke uitersten, en liet daarin ruimte voor een paar progressieve punten: schone energie, een einde aan de subsidies voor oliebedrijven, belasting voor de rijken, beter onderwijs.

Obama zette de lijnen voor deze visie in december al uit, in een toespraak in het dorp Osawatomie, in Kansas. Zinnen uit die toespraak zijn bijna letterlijk in de State of the Union terechtgekomen. Hij verbond zich met de Republikeinse president Teddy Roosevelt, die een eeuw geleden op dezelfde plek zijn New Nationalism presenteerde, het idee dat alleen ingrijpen van de federale overheid voor sociale rechtvaardigheid kan zorgen.

In Obama’s rede bleven vergezichten uit. Ideologisch was de State of the Union arm.

In vijf cruciale zinnen bouwde Obama zijn boodschap op.

Obama besprak niet, zoals alom verwacht, de dood van Osama Bin Laden en het einde van de Amerikaanse oorlog in Irak als successen. Het onderwerp speelde alleen een rol in metaforische zin. Het Amerikaanse leger is daadkrachtig, onbaatzuchtig en doet alles voor Amerika. U, het Congres, doet dat niet. Omdat het Congres sinds twee jaar door Republikeinen wordt gedomineerd, kan Obama zich veilig afzetten tegen de politieke verlamming in Washington.

De wurggreep waarin Democraten en Republikeinen elkaar houden, is een probleem voor Obama. Wetsvoorstellen uit het Witte Huis, zoals een groot banenplan, lopen vast in een sfeer waarin de partijen elkaar niets meer gunnen. Maar de impasse biedt Obama ook een kans. Hij heeft zich nooit geprofileerd als partijleider van de Democraten, maar eerder als onafhankelijk leidersfiguur. Met een belofte van verandering veroverde hij het Witte Huis. Gisteren leek hij partijlozer dan ooit.

Obama laat zijn idealisme los en omarmt de waarden van de gewone Amerikaan: een baan, een studie, lage belastingen. De oplossingen voor deze groep zijn volgens Obama zo simpel als wat, hij hoeft de wetten alleen maar te tekenen. Maar ja, die wetten komen er niet, door de blokkades van het Congres, dat nog nooit zo impopulair was als nu.

Obama hamert op terugkeer van grootschalige productie naar de VS, als middel tegen de economische malaise. Het past in zijn Teddy Roosevelt-achtige kijk op de economie, maar het is het zwakste punt in zijn betoog. Grootschalige productie is volgens de meeste economen een gepasseerd station, en de bloeitijden van de Rust Belt in het noordoosten komen niet meer terug. De auto-industrie is volgens het Witte Huis herstellende: General Motors is weer de grootste producent ter wereld. Maar productie is ook voor Amerikaanse bedrijven veel goedkoper in Azië. Obama lijkt dat moeilijk te geloven. Hij vroeg een jaar geleden aan Apple-topman Steve Jobs: kunnen iPhones ook in Amerika gemaakt worden? Nee, zei Jobs droog, dat zal nooit gebeuren.

Energie is een thema waarop Obama nu al veel door rechts wordt aangevallen. Hij blokkeerde de aanleg van de Keystone XL-pijplijn vanuit Canada, wegens mogelijke schade aan de natuur. Sindsdien is hij op dit punt kwetsbaar voor Republikeinse kritiek: wíl hij soms geen banen en goedkope olie?

Obama zocht eerder de confrontatie op juist dit terrein. Hij gaf bewust prioriteit aan schone energie, onder meer door het geven van subsidie van een half miljard aan het inmiddels failliete bedrijf Solyndra. Volgens hem kan Amerika nooit met eigen olie aan de behoefte aan energie voldoen. Juist schone energie maakt Amerika innovatiever en levert meer banen op, ook als „bedrijven falen” (hij bedoelde Solyndra).

Obama pleit al lange tijd voor een progressief belastingstelsel, dat de middenklasse relatief ontziet en miljonairs extra belast. Gisteren zei de president dat miljonairs minstens 30 procent belasting moeten betalen op hun inkomen. Hij verwees naar miljardair Warren Buffett, wiens secretaresse een hoger percentage belasting betaalt dan Buffett zelf. Door van belasting nu een politiek thema te maken, raakt hij zijn mogelijke Republikeinse tegenstander, Mitt Romney. Romney maakte een dag eerder bekend vorig jaar slechts 13,9 procent belasting te hebben betaald.

Dat is met afstand de zwakste plek in Romney’s campagne. Romney is niet alleen een rijke man die weinig belasting betaalt, hij is ook nog een politicus. Volgens Obama hebben politici een extra verantwoordelijkheid. Het is een sterk wapen om Romney aan te vallen.

Imagine what we could accomplish if we followed their [the American forces] example.What’s at stake are not Democratic values or Republican values, but American values.We bet on American workers. We bet on American ingenuity. And tonight, the American auto industry is back. This country needs an all-out, all-of-the-above strategy that develops every available source of American energy – a strategy that’s cleaner, cheaper, and full of new jobsWe need to change our tax code so that people like me, and an awful lot of Members of Congress, pay our fair share of taxes.