Nederland, daar komen nieuwe keurslijven en nieuwe dwangbuizen

In Brussel is alles compleet uitverkocht. Maar de Europese Commissie heeft al nieuwe voorraden besteld. Ze worden weldra afgeleverd in Den Haag en Amsterdam. Het kabinet én De Nederlandsche Bank kijken er reikhalzend naar uit: eersteklas keurslijven en dwangbuizen.

Nederland naait zichzelf in het pak. En dit zijn de beste. Inclusief authentieke EU-garantie.

De crisis en de krimp klinken scheller. Het kabinet reageert met een variant op de ‘gave gulden’-politiek van minister-president Colijn in de economische depressie in de jaren dertig van de vorige eeuw. De waarde van de gulden was toen alles, ook al hinderde dat onze export- en herstelkansen.

Nu heeft de euro prioriteit en moet het kabinet zich bij voorbaat schikken in extra bezuinigingen en lastenverzwaringen van samen 7 miljard euro in 2013. De 7 miljard extra vloeit voort uit afspraken met de Europese Commissie om het begrotingstekort te reduceren tot minder dan 3 procent van de productie van goederen en diensten. De 7 miljard komt bovenop de 18 miljard euro die het kabinet tussen 2010 en 2014 wil besparen en verzwaren. Stapelen maar. Deze bezuinigingen, zoals het gedwongen vertrek van één op de tien rijksambtenaren, tikken pas aan in de latere kabinetsjaren.

Pragmatisch en opportunistisch gesproken moet je natuurlijk het beleid aanpassen aan de omstandigheden, niet aan de regels. Maar ja, dit is Nederland. Als IJslandse spaarbanken Europese afspraken gebruiken om zich met stunttarieven op de Nederlandse markt in te breken, dan zegt Nederland: afspraak is afspraak. Als drie buitenlandse banken ABN Amro willen opbreken, zegt Nederland: binnen de regels mag dat. Als vanuit Brussel de woningcorporaties worden beticht van het aannemen van staatssteun, zegt Nederland niet: ga iemand anders pesten. Nee, Nederland schikt zich en krimpt zelf zijn sociale huurbeleid.

Als de pensioenwet en de regels van De Nederlandsche Bank pensioenfondsen aanzetten om hun toezeggingen en uitkeringen in april 2013 te verlagen, zeggen politici: tja, onvermijdelijk. Mensen zijn al blij dat de verlaging maximaal 7 procent is. Nooit hadden de pensioenfondsen zo veel vermogen als nu. Maar op basis van de huidige langlopende rente op staatsobligaties is de volle kas niet vol genoeg.

Die rente is feit en fictie. Ja, feit is dat de ‘staatsrente’ 2,7 procent is. Maar nee, het is fictie dat deze rente ook een graadmeter is van toekomstig rendement. En daar gaat het nu om. Resultaten uit het verleden zijn geen garanties voor de toekomst, maar zij bieden wel onmisbaar historisch perspectief. En een basis om op te handelen.

Neem het pensioenfonds voor de zorg- en welzijnswerkers dat al 40 jaar beleggingsresultaten publiceert. Een kleine greep uit het financiële tumult sinds 1971: oliecrisis, galopperende inflatie, economische depressie, spectaculair dalende rente, val van de Muur, vredesdividend, obligatiecrash, de opmars van de huizenprijzen, internethausse, sluipkrach, kredietcrisis. En toch gemiddeld 8,2 procent rendement per jaar.

Het zorg- en welzijnfonds hoeft zijn pensioenen niet te korten, maar andere wel. De verlaging van pensioenen met 7 procent is dramatischer dan de verlaging van de sociale uitkeringen met 3 procent begin jaren tachtig.

Nederland grossiert in paarse krokodillen: je ziet ze achter het glas liggen, maar je mag er niet aankomen. Het pensioengeld is er, maar: handen thuis! Regels zijn regels, is het mantra.

Paarse krokodillen. Dwangbuizen. Keurslijven. Eén zekerheid resteert. Zij komen straks niet stemmen. Burgers wel.

menno tamminga