Looft den heer! Eindelijk! We hebben een verhaal!

Als iedereen iets zoekt, maar niemand vindt iets, is het er dan wel?

Konden we afgelopen weekend naar hartelust meekijken hoe de twee middenpartijen van dit land naar ‘een verhaal’ zoeken, maandagavond bacht VPRO’s Tegenlicht schrijnend in beeld hoe ook de Occupybeweging op zoek is naar ‘een verhaal’.

Met oude of nieuwe politiek, establishment of underground heeft het blijkbaar niet zo veel te maken. Sommigen zijn te gematigd voor een ‘verhaal’, anderen juist weer te radicaal.

Het probleem is misschien toch meer dat woord: ‘verhaal’. Dat zoeken van die partijen naar een ‘nieuw verhaal’, hoe lang is dat al niet gaande? Als ik het begrip ‘politieke partij’ moest omschrijven, zou ik zeggen: een organisatie met een verhaal, dus politieke partijen die jaren vergeefs naar een verhaal zoeken, daar klopt iets niet. Albert Heijn op zoek naar levensmiddelen. Steekproeven hebben aangetoond dat in Flevoland geen olie zit, maar Shell boort hardnekkig door.

‘Verhaal’ is een modewoord, een zoemwoord van deze tijd. Iedereen is op zoek naar een ‘verhaal’. Storytelling, het is de laatste trend in communicatieland. Er wordt zo veel vorm- en inhoudsloze prietpraat over ons uitgestort, als iemand vijf zinnen achter elkaar weet te zetten met een begin, midden en eind, werpen de toehoorders zich snikkend op de grond. Looft den heer, een verhaal!

Hadden de PvdA en het CDA vroeger een ‘verhaal’? De PvdA wilde de verworpenen der aarde verheffen en het CDA wilde een samenleving gebaseerd op bijbelse waarden. Een ‘gemotiveerd streven’ zou ik dat noemen, niet een ‘verhaal’. Er wordt gefocust op communicatie in plaats van op ideeën en idealen. ‘Verhaal’ is een eufemisme voor ‘verkooppraatje’. ‘Wij zoeken een nieuw praatje’, zeggen PvdA en CDA eigenlijk. Maar wat ze zoeken is wat ze wíllen. Issues, kwestie, thema’s, daar draait het om in de politiek. Niet ‘verhalen’, ideeën! Het hoeven niet eens originele of hyperintelligente ideeën te zijn, dat bewijzen de SP en de PVV. Als ze maar goed worden uitgedragen.

Een cliché dat met name in PvdA-kring weerklinkt – hoe vaak hebben we het niet gehoord afgelopen weekend – is dat de oude middenpartijen ‘het slachtoffer zijn van hun eigen succes’ zijn. Een bizarre uitspraak, als je erbij stilstaat. Is de ‘missie’ van de PvdA geslaagd? Waarom bestaat die partij dan nog? Feestelijk opheffen, zou ik zeggen. Het onrecht waar wij tegen opkwamen, bestaat niet meer, zegt men dus. Wij wilden kennis, macht en inkomen spreiden (ziedaar het ‘verhaal’ van Joop Den Uyl – lekker kort!) en dat is nu geregeld. Mission accomplished.

Of mankeert er misschien iets aan de onrechtdetector van de PvdA? Goed, er is geen ‘proletariaat’ meer, maar is er misschien iets voor in de plaats gekomen? Ja, stelt de Britse socioloog Guy Standing. Het proletariaat is opgevolgd door het „precariaat”. The Precariat: The New Dangerous Class heet zijn opmerkelijke boek, dat onlangs verscheen. In de geïndustrialiseerde wereld is de afgelopen dertig jaar een grote nieuwe klasse ontstaan van mensen zonder bestaanszekerheid. Geen vaste baan, geen carrière, geen eigen huis, geen sociale voorzieningen. Het neoliberalisme heeft zijn eigen proletariaat gecreëerd, een thema dat spoedig de politiek zal beheersen, voorspelt Standing. De ‘flexwerker’, zoals wij hem opgewekt noemen: precariaat. Het groeiende leger zzp’ers: precariaat. De hutboy op het cruiseschip: precariaat. De Londense plunderaars: precariaat. De wereldwijde May Day-onlusten: precariaat. En, daar is-ie: de Occupybeweging. Ook precariaat.

De nieuwe voorzitter van de PvdA, Hans Spekman, is verfrissend sceptisch over dat verhaalgezoek. „Laten we niet te ingewikkeld doen”, zei hij maandag in NRC Handelsblad. „Wij moeten gewoon weer de eerste partij zijn die weet wat er niet deugt in dit land.” That’s the spirit. Dus, meneer Spekman, op naar bol.com.