Kritiek op Mak dient als haver voor Heldrings stokpaard

J.L. Heldring viel Geert Mak hard aan op diens analyse over Europa. Deze aanval was oppervlakkig. Met betere politici kan een verenigd Europa lukken, stelt Karel van Wolferen.

Europa maakt de ernstigste crisis door sinds de Tweede Wereldoorlog en het ergste moet nog komen. In Nederland schrijven niet veel bekende schrijvers over de oorzaken hiervan, behalve Geert Mak. Deze heeft zijn nek uitgestoken met een pamflet, waarin hij met passie schrijft over het Europa dat had kunnen zijn en het Europa dat al desintegrerend een wereldrecessie lijkt te gaan veroorzaken.

J.L. Heldring, een van Nederlands meest gerespecteerde columnisten, reageert hierop met een column waarin hij Maks eerdere, te optimistische verwachtingen over een integrerend Europa aan de kaak stelt (Opiniepagina, 19 januari). Hij neemt wat uit hun verband gelichte zinnetjes uit het pamflet waarin hartstocht tot uiting komt, die koren op zijn molen zijn, of liever haver voor een van zijn stokpaarden. Een verenigd Europa kan nooit werken en gaat dus ook mislukken. Had Mak echt het gebrek aan Europese identiteit en die diepgaande cultuurverschillen die hij noemt niet al vóór de crisis gezien?

Voor mij, die als Nederlander de geleidelijke integratie van Europa vanaf de andere kant van de wereld heeft gevolgd, heeft dat gebrek aan Europese identiteit nooit een wezenlijk obstakel geleken voor de noodzakelijke politieke integratie. De diepte van die cultuurverschillen hing af van waar je ze mee vergeleek.

Als je economische grenzen weghaalt, dan heeft dat verstrekkende politieke gevolgen. Omdat zulke integratie niet omkeerbaar is zonder ineenstorting van de welvaart in de lidstaten, komen er weliswaar politieke instituties voor het oplossen van onontkoombare politieke problemen, maar blijft de vraag of dit gebeurt met tijdige verstandige begeleiding of op goed geluk af.

Tot de eurocrisis leek dat supranationale Europa helemaal geen fiasco, hoewel allerlei kansen op verbetering onbenut bleven, door ondermaatse lidstaatregeringen. En anders dan Heldring lijkt te geloven is de huidige crisis niet een gevolg van bevolkingen die niet voelen voor gemeenschappelijke doelstellingen, maar van uitbuiting van een structuurfout in de Europese Unie, voortkomend uit het misverstand dat economische en politieke ontwikkelingen gescheiden van elkaar zouden plaatsvinden.

Voor degenen die het in de verwarring rondom het onderwerp niet goed hebben kunnen volgen, en voor degenen die denken dat het gaat om Grieken die hun belasting niet hebben betaald, waardoor een golf van ellende ook over Spanje, Portugal, Italië en Ierland is gekomen, hier een kort overzicht van wat er is gebeurd.

Grote Europese banken zijn technisch bankroet. Dit als gevolg van heel grote en heel riskante en dus heel onverantwoordelijke beleggingen in door hun Amerikaanse tegenhangers geschapen schijnbezit, dat sinds de kredietcrisis van 2008 daar wordt aangeduid als toxic assets – giftig bezit. Duitse banken hebben hierbij een voortrekkersrol vervuld. De Europese banken hebben al de lidstaten die de euro gebruiken, als gelijken behandeld, en hebben veel verdiend met leningen aan daartoe aangemoedigde regeringen van perifeer Europa. De laatste wordt nu de schuld voor de eurocrisis in de schoenen geschoven, omdat zij in de door de banken ontstane nieuwe situatie hun staatsschulden niet meer kunnen vernieuwen tegen redelijke rentes. Mak schrijft over wat er daarna gebeurde door de blindheid van noordelijke lidstaatregeringen en vooral door bondskanselier Merkel, die niet bij machte blijkt te zijn om zich een voorstelling te maken van oorzaak en gevolg, waar zijzelf de hand in heeft, en hoe dit op langere termijn zeer schadelijk zal zijn voor ook Duitse belangen.

In de loop van twee decennia financialisering van de economieën aan weerszijden van de Atlantische Oceaan hebben de banken zich wel zeer veel politieke macht toegeëigend. Ze zijn daarmee in staat gesteld om politici voor hun karretjes te spannen en regeringen ervan te overtuigen dat de schuld niet bij hen ligt en dat zij het zijn die gered moeten worden.

Een vermeende redding die nu plaatsvindt, verloopt met de hulp van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Europese Centrale Bank (ECB). Het IMF beschikt maar over één neoliberaal recept van bezuinigen, privatiseren en liberaliseren, waarmee het een slechte naam heeft gekregen in Afrika en waardoor het na de crisis door de Aziatische landen de deur is gewezen. Latijns-Amerikaanse landen (zoals Argentinië) werkten zich pas uit de problemen nadat ze zich hadden losgemaakt van het IMF, dat onder controle van het Amerikaanse ministerie van Financiën opereert. De ECB functioneert niet als een echte centrale bank, want het mag geen lender of last resort zijn en geen geld scheppen, waarmee de eurocrisis vrijwel in één klap kan worden opgelost. Het rust niet op de politieke onderbouw die daarvoor nodig is. Tussen die publieke en private instellingen bestaat een personele draaideur, waar ook Goldman Sachs – hoofdproducent van toxic assets – in meeloopt.

Door onnodige, ideologisch bepaalde, stringente bezuinigingen te eisen, wordt opleving van de economie in de lidstaten, vooral die de schuld van de eurocrisis hebben gekregen, gesmoord. Hierdoor verdiept de crisis zich en kan ze nog vele jaren voortduren. Het is een recept dat, wanneer grootschalig toegepast, nog nooit ergens een economie op de been heeft geholpen. Om hier iets tegen te doen, zijn eerst nieuwe regeringen in (vooral) Duitsland en Frankrijk nodig, die de dwalingen van de neoliberale aanpak inzien; Nederland zal dan gewoontegetrouw volgen.

De architecten van de euro gingen ervan uit dat het ontbrekende fundament vanzelf zou komen, doordat onverkwikkelijke ontwikkelingen de noodzaak duidelijk zouden maken. Zij konden niet weten dat hun generatie zou worden opgevolgd door een groep regeringshoofden van aanzienlijk geringer kaliber.

Heldring beticht Mak ervan dat hij het Europese leiderschap, waarvan hij de afwezigheid beweent, alleen op zijn voorwaarden zou accepteren. Wat zijn deze voorwaarden? Wel, zoals de eurocrisis aantoont, het onderdeel van Europa dat die munt zou moeten ondersteunen, is niet af. Op wat anders kan men dan hopen dan op het volvoeren van wat de architecten aan institutionele onmisbaarheden voor ogen stond? Een terugkrabbelen naar meer zelfstandige lidstaten met marken, francs, guldens, lira enzovoort? Dat zou niet als leiderschap de geschiedenis ingaan. Ik weet niet wat voor andere voorwaarden Heldring zich voorstelt.

Karel van Wolferen is emeritus hoogleraar ‘vergelijking van politieke en economische instituties’ aan de Universiteit van Amsterdam.